Tijdens een laagdrempelige workshop schrijven bij bibliotheek Alkmaar, kregen we de opdracht in 25 minuten een fictief verhaal te schrijven met als thema ‘Vieren’ of ‘Vieringen’. Ik deel hier de mijne 🙂
Ik probeer soms een door mens bedachte God te zijn die heerst over de donder. Ik wil dan dat het dondert in mij. Ik zal zorgen dat het dondert in mij. Ik wil regendruppels over mijn wangen, traanvocht in mijn mond. Ik wil jou terug in mijn mond. Je tong als een zoetje onder de mijne, een rondje om elkaars wereld.
‘Draai met me’, zou ik je vragen. ‘Draai je nog één keer om me heen.’
Ja, we waren jong. Ja, we waren zaadjes die net begonnen waren met ontkiemen maar hoe jong je je ook voelt, je draagt altijd de oudste versie van jezelf met je mee. Op het moment dat je jong bent, noem je jezelf niet zo. Anderen stoppen je in woorden waar je vroeg of laat, gewild en ongewild uit zal breken.
Jij wilde altijd overal uitbreken. Met je lange, hippie-achtige haren, je corpsbal-outfit met afgetrapte sneakers, je hang naar autonome gedachten. Je moest op avontuur, zocht rust in meditatiemuziek, vond leven in de nacht. De nacht. Daar waar je mij ook vond.
Soms was je weken ‘out-of-order’.
Je bewoog nog steeds even sierlijk als je gewend was te doen met een kleine vering tijdens je te grote passen. Je sprak met me, vree met me, las me de les, maar je ziel sliep.
Ik wilde je wakker schudden, zag het als noodzaak je terug te halen. Ik gaf je mijn lichaam, mijn vertrouwen, mijn taal. Ik deelde mijn ziel met je, bij gebrek aan contact met de jouwe.
Ik hield van je. Of houd. Ik weet het verschil niet meer.
Weet je nog hoe ik je teennagels knipte omdat je het zo’n verschrikkelijk karwei vond om zelf te doen? Met het puntje van mijn tong uit mijn mond knipte ik niet alleen de nagels van voeten waar ik graag naar keek, die ik graag aanraakte, ik lakte ze ook. Je wilde zwarte nagellak uit protest tegen al wat wit moest zijn.
Ik heb me vaak afgevraagd hoe moeilijk een levend wezen het zichzelf kon maken. Jij was mijn antwoord.
Uitbreken zou je.
Uitbreken deed je.
Ik vier jou missen, omdat er alleen gemis is, als er liefde is geweest.
