Filosofisch interview met Barry Mahoney over Filosofieonderwijs in het vmbo, meningsvorming, filosofie, toegepaste filosofie, burgerschap, maatschappijleer

Interview Barry Mahoney “Alleen maar zeggen ‘dit vind ik’, is nooit genoeg”

Barry Mahoney, lerarenopleider op de HVA, pleit voor filosofieonderwijs in het vmbo. Op dit moment wordt het vak filosofie alleen aangeboden op de havo en het vwo. Er heerst het stigma dat filosofie alleen voor denkers, geleerden of intellectuelen interessant is. Wat zou filosofie vmbo’ers kunnen bieden?

In dit interview, gepubliceerd in het tijdschrift Phronèsis, ga ik in gesprek met lerarenopleider Maatschappijleer Barry Mahoney die zich afvraagt waarom de nadruk in het onderwijs vooral op leren ligt en niet op denken. En hoe meningsvorming eigenlijk werkt. Zeggen 'dat vind ik' is namelijk nooit genoeg.

Niks gaat boven de liefde van een grootouder voor zijn of haar kleinkind

We gaan aan tafel zitten en mijn oma schept de krieltjes op mijn bord. Dan schuift ze voorzichtig de zalm ernaast. In een opwelling vertel ik haar hoeveel ik van haar houd. Ze antwoordt: ‘Ik hou veel meer van jou en ik kan dat weten’. ‘Onzin’, vertel ik haar. Misschien barst ik wel van de liefde en heb jij dat gevoel nog nooit gekend.’ ‘Niks gaat boven de liefde van een grootouder voor zijn of haar kleinkind,’ zegt ze met volle mond.

Wat voor type reiziger ben jij? Reis je meer met gevoel of met je verstand?

Reizen we om onszelf te vinden, als puur vermaak of willen we er ook echt iets van leren? Is reizen eigenlijk een zoektocht naar je ware zelf of heeft het vooral als doel kennis te vergaren? Wat voor type reiziger ben jij? Meer een romantische reiziger of toch meer een verlichtingsreiziger?

Herinneringen – wat geef je ze mee?

Als opa of oma weet je hoe belangrijk de herinnering is. En ook de herinneringen die ontstaan bij je kleinkinderen. Niet naar het verleden willen kijken, is ontkennen dat je als mens gevormd en gemaakt bent door de tijd waarin je hebt geleefd. Hoe mooi zou het zijn om herinneringen mee te kunnen geven aan dat prachtige wondertje dat nu om een koekje vraagt?

Kinderen leren volwassenen kijken, niet andersom

Als volwassenen zitten we al vast in een doos, een kader van waaruit we moeten denken. En natuurlijk, die doos kan enorm groot zijn, maar uit die doos stappen kunnen we nooit meer. Het is ons referentiekader; het zijn onze herinneringen, gedachten, denkpatronen. Kinderen hebben deze doos nog niet. Vandaar dat kinderen volwassenen kunnen leren kijken, en niet andersom.

Op reis leren we kijken

Op reis leren we kijken. We leren bewuster leven. Voor even sturen we ook onze automatische piloot op vakantie en openen daarmee letterlijk onze ogen. In bijvoorbeeld de romantische tuin van Bowood House, wandel je door een poort van blauweregen om dat ene verloren madeliefje tussen de rododendrons, magnolia's en tulpen te zien staan.

Ik wil gewoon kunnen praten, maar ik heb daar altijd taal voor nodig

Taal vormt ons en tegelijkertijd maken en vormen wij taal. We hebben meer dan ooit de juiste woorden nodig voor het kunnen uitdrukken van wat we bedoelen. Taal is een belangrijk communicatiemiddel maar kent ontzettend veel interpretatieproblemen en tekortkomingen. Hoe kunnen we blijven praten met elkaar als losse woorden al zoveel interpretatie oproepen?

Als januarikind jarig zijn in de zomer

Op mijn verjaardag is het (voor zover ik weet) al 22 jaar koud, winderig en vroeg donker. Er is een kans dat ik daardoor serieuzer van aard ben. Omdat ik praten over eindigheid heerlijk vind, schrijven over betekenis geven aan het leven een plicht en lezen over grote intellectuelen een uitdaging.

Als geld verdienen alles overheerst, ook onze relaties

Winst maken en geld verdienen stijgt uit boven onze menselijke belangen. De betekenis van het leven vervaagt als er geld verdiend kan worden. Geld is al lang geen middel meer om in je onderhoud te voorzien, zoals het ooit bedoeld was. Het is een ding dat op zichzelf staat.

Volwassenen rennen niet

Ik ben 22. Misschien is het hoog tijd. Hoog tijd om volwassen te worden. En volwassenen rennen niet. Mensen verdraaien bijna hun nek, schrikken op of springen aan de kant al probeer ik nog zo zachtjes op het knisperende grind te rennen. Het is niet normaal. Hardlopen als sport of rennen voor een trein oké, maar daar houdt het volwassen rennen dan ook echt mee op.

Met de ambulance mee

Het ene moment zwem je in één van de mooiste meren ter wereld, loop je een prachtige wandeling naar Mount Cook en geniet je van Nieuw-Zeeland om het volgende moment in een ambulance te liggen die je naar een ziekenhuis 45 minuten verderop brengt. Het liet me nadenken over dankbaarheid. We moeten altijd en overal maar dankbaar voor zijn. En daar heb ik geen zin meer in.

Wat je moet zien in Washington DC (maar dan net even anders)

Zowel in Princeton, New York als in Washington DC verbaasde ik mij over de absurditeit dat toerisme heet. Maar is toerisme niet eigenlijk dat bewonderen waar we zelf waarde aan toe hebben gekend?