Weinig jaren geleefd en dit niets met de ziel te maken heeft

Op mijn opleiding Toegepaste Filosofie zat ik met weinig leeftijdsgenootjes in de klas. De meeste waren 40, 50+. Filosofie is een gebied waar velen pas mee in aanraking komen als andere fasen in het leven zijn ‘voltooid’ of doorlopen. Als er wordt stilgestaan, teruggeblikt en nagedacht.

Eerste, tweede, derde indruk
In mijn klas zat een veertigjarige vrouw van wie ik altijd een beetje afstand hield. Ik vond haar hard, misschien zelfs onaardig met haar eeuwige norse blik en daarom onveilig voor mij als kwetsbaar, gevoelig en jong dier.

Ze kwam met snoeiharde kritiek op een paper van mij en ik werd hier in de trein terug naar huis zo kwaad om dat ik in nog diezelfde trein een vlammende speech schreef voor het vak ‘retorica’, gericht aan haar soort vrouw.

Na mijn speech, die we aan het eind van het semester moesten voordragen in de klas, klapte ze in haar handen en ging staan.

Grote mate van zelfreflectie
Ze had ingezien dat de speech aan haar geschreven was. Mijn hart gaat altijd open voor mensen die zelfreflectie tonen en door voortschrijdend inzicht hun standpunt aanpassen en er nu anders naar durven kijken.

Mensen die hun trots kunnen laten varen omdat ze boven zichzelf uit kunnen stijgen. Ze beseffen dat het niet gaat om hen als persoon maar dat de onderwerpen waarover gepraat en nagedacht wordt boven hun eigen individuutje uitstijgt.

Je kunt alleen echt luisteren als je bereid bent aan te nemen dat de ander wel eens gelijk zou kunnen hebben. Het houdt de blik open en nieuwsgierig.

Eerste, tweede en derde indrukken spreken niet altijd de waarheid
De vrouw in kwestie bleek achter haar harde beschermlagen van cynisme, nare ervaringen en hoge intelligentie, een vrouw met wie ik het best heel goed kon vinden.

Zo zaten we niet veel later naast elkaar tijdens college en fluisterde ze tegen me: ‘Wat een oudwijf is dit toch’. Het ging over mijn enige andere leeftijdsgenoot en medeblondine. Ik fluisterde terug: ‘Ik denk dat iedere 21-jarige die deze vakken echt eigen wil maken in dat hokje gestopt kan worden. Kijk maar naar mij.’

De vrouw, in wiens ogen ik nu een zachte en vriendelijke blik kon bespeuren als ik goed mijn best deed, keek me van opzij aan. Ik zal niet snel vergeten dat ze zei (nu met iets hardere stem): ‘Bo, jij bent geen oudwijf. Jij bent een oude ziel. Dat is een wereld van verschil.’

Kalender- en paspoortleeftijd
Deze vrouw, waarvan het karakter was aangevreten door de ziektes die de tijd haar had gegeven en waarmee ze moest leren omgaan, aaide over de littekens van mijn zogezegde oude ziel.

Omdat het vechten is tegen paspoortwijsheid als mensen slechts je leeftijd in ogenschouw nemen.

Omdat ik al vanaf het begin van de puberteit raar wordt aangekeken op mijn kalenderleeftijd als ik in gesprekken verzeild raak over grote thema’s in het leven.

Omdat ik mezelf altijd eerst heb te bewijzen, eer ik word gezien voor wie ik ben: Een vrouw die aanzet tot nadenken. Die activeert, creëert, luistert en ziet.

Wijsheid komt misschien met de jaren. Maar niet altijd. En zeker niet bij iedereen.


Dit hoort helaas bij depressie, maar niet bij jou

‘Dit hoort helaas bij depressie..

maar niet bij jou.’

Een vriend die psychologie heeft gestudeerd zei dit laatst tegen mij. En zijn woorden bevestigde mijn eigen idee dat ik te maken had met een externe factor (de depressie) die intern opereerde.

Alsof iets wat niet van jou is zich heeft vastgebeten in je huid. Zoals het gif van een kleine monsterteek je lichaam langzaam naar de ziekte van Lyme kan voeren, zo weet dit externe kwaad ook hoe het op onzichtbare wijze je brein en lichaam kan overnemen.

Psychische klachten*
Nu blijkt dit een symptoom te zijn van mensen met een evenwichtsstoornis, zoals ik.

Niet alleen omdat sociale situaties, huishoudelijke taken, hobby’s en werk bemoeilijkt wordt en grote vrijheidsbeperking gepaard kan gaan met depressie, maar vooral omdat de psychische klachten die ontstaan bij mensen met een evenwichtsstoornis een fysiologische oorzaak hebben.

Het evenwichtssysteem in de hersenen is namelijk sterk verbonden met het gevoelssysteem waardoor evenwichtsklachten direct kunnen leiden tot psychische klachten en de psychische klachten voor een toename van de evenwichtsklachten kunnen zorgen. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel. Een cirkel waarin ik (letterlijk 😵‍💫) rondjes blijf draaien. (Lees hier meer informatie over uitval van het evenwichtsorgaan.)

Je hebt een depressie, je bent het niet
De woorden van die vriend kwamen op een goed moment. Een moment waarop je je begint te identificeren met gedachten die uit drek zijn ontstaan.

Als je zelf soms niet meer goed in staat bent jezelf van een bepaald kwaad te onderscheiden (ondanks dat deze nu toch echt al een tijdje bij mij hoort) dan kan het prettig zijn dat anderen daarin kunnen helpen.

Zij zien onder de vele complexe lagen identiteit die een mens bezit, mijn Bo-zijn op vele niveaus. Niemand ziet ze allemaal of volledig, ik evenmin, maar bij elkaar spiegelen ze wie ik ben.

Via die spiegel zie ik een stukje meer van mezelf. Als ik naar de mensen om mij heen kijk, voornamelijk mijn dierbaarste vrienden die ervoor kiezen met mij te zijn, dan zie ik in hun ogen de mijne. Dan zie ik in hun mooi-zijn, mijn eigen mooi-zijn weerspiegeld.

En daar, daar kan geen depressie tegenop.

Correctie**
Nou ja, zo had ik het liefst mijn blog afgesloten. Met die laatste woorden.

Maar als (toegepast) filosoof tracht ik te zoeken naar inzicht (of waarheid zo je wilt) en niet naar manieren om jou als lezer je goed te laten voelen. Want een depressie (die in nog meer vormen komt dan het aantal haren dat je in een mensenleven uit het doucheputje plukt) kent geen ruimte voor mooie woorden en lieve gebaren.

Althans…

…de depressie niet…

…maar de persoon in kwestie wel.

 

 

* Ondanks dat depressie een ontzettend ingewikkeld containerbegrip is, heb ik er in dit stuk voor gekozen niet de tientallen definities die horen bij depressie uiteen te zetten. We kennen lichte en zware depressies (zeer problematische termen als je het mij vraagt), psychotische, chronische, seizoensgebonden, postpartum of manische. Het spreekt voor zich dat iedere vorm en ieder mens zijn eigen symptomen en eventuele behandelwijzen heeft.

** Voor contact, nood en steun bij suïcidale gedachten bel je gratis 0800-113 of ga je naar www.113.nl 


Waarom de tijd je wonden wel zal helen, maar je tranen niet zal opdrogen

Soms lees ik uitspraken die recht door mijn huid heen bijten. Iedere keer dat ik zo’n uitspraak opnieuw tot mij moet nemen, vaak via social media, spuit deze uitspraak-teek een nieuw beetje gif in mijn bloed.

Tijd als vijand
We kennen bijvoorbeeld allemaal de uitspraak: tijd heelt alle wonden. Maar blijkbaar heeft die uitspraak zijn beste tijd gehad. Steeds vaker lees ik varianten als: ‘Tijd heelt alle wonden dus niet‘ en ‘Tijd heelt niet alle wonden.’

Ik lees het vaak bij mensen die een ouder zijn verloren en na een jaar een prachtige herinnering delen met vervolgens de hashtag: #tijdheeltallewondendusniet

Zullen we die conclusie nog even uitstellen?
Persoonlijk vind ik dat een nogal voorbarige conclusie na een jaar, zonder daarmee de pijn van de desbetreffende persoon tekort te doen. En ik zal natuurlijk even uitleggen waarom.. Het is namelijk prima dat je iets vindt, maar neem ook de verantwoordelijkheid door dat wat je zegt uit te leggen.

Ik heb hier niet de ruimte om in te gaan op het concept tijd, dus zie ik voor nu de tijd als een opeenvolging van momenten waarbij er een heden is, een verleden en een toekomst op een horizontale lijn van ouder worden (typische westerse opvatting, maar laat ik nou net ook een westerling zijn 😉 ).

Misbegrip
Open wonden zijn verschrikkelijk en ik zie rouw als een innerlijke open wond. Na een jaar van verdriet en pijn kan de wond nog steeds rauw aanvoelen, pijnlijk, gevoelig en soms zelfs nog bloedend zijn.

In deze context zal echter tijd de herinnering niet wegnemen. Evenmin de gevoeligheid. Ik denk dat daar misbegrip over is ontstaan.

Alsof ik de pijn ontken die de dood van een dierbare mij heeft gekost als ik zeg dat tijd alle wonden heelt. Alsof ik de ernst van het persoonlijk lijden bagatelliseer als ik ervoor uitkom dat het leven zonder deze persoon ook zijn weg heeft gevonden.

Ik denk dat de angst voor deze zin is ontstaan uit een verkeerd begrip van de woorden ‘heelt alle wonden’. De huid waarvan een wond is hersteld is niet meer dezelfde huid als vóór de wond. En daar zit ‘m precies de misvatting. Als een wond is genezen wil dat niet zeggen dat het er nooit heeft gezeten.

De waarde van tijd
Als je na een rouwperiode de draad van het leven weer op probeert te pakken, wil dit niet zeggen dat daarmee je tranen zijn opgedroogd. Het wil ook niet zeggen dat het leven wel prima is nu. Misschien, na een aantal maanden, een aantal jaar of tientallen jaren, zal je ervaren dat wonden helen omdat je hebt geleerd dat na grote wonden littekens ontstaan.

Ze zijn geheeld maar worden niet vergeten. En soms blijven ze altijd gevoelig als je erover heen wrijft, iemand er zachtjes op drukt of het leven dezelfde wond in één keer opnieuw openrijt. Ook dan zal de tijd je helpen. Al is het maar omdat de tijd je uiteindelijk inhaalt en zo toch echt, alle wonden heelt.


Ja, dus? We gaan toch dood

Ik was denk ik een jaar of 15 toen ik niet meer snapte waar iedereen mee bezig was. Ik wilde zo graag schreeuwen: ‘We gaan toch dood!’ Waarom zoveel moeite doen om iets uit het leven te halen? De zinloosheid greep me bij mijn keel (doet het nog steeds). Ik kon er emmers mee vol huilen (kan ik nog steeds).

Ik observeer en kijk met verwondering naar mensen die reizen, dansen, lachen, vrienden worden of verliefd, nachtenlang vrijen en werken om te kunnen leven. Ik geloof dat het leven op zichzelf geen hoger doel dient en dat het op zichzelf betekenisloos is. En zinloos. Ik ben een nihilist.

Nihilisme en pessimisme zijn geen synoniemen
Dit betekent alleen niet dat ik vind dat niks er toe doet of dat ik al mijn ervaringen met een zwarte stift omlijn.

Ik heb zo mijn waarden en principes. Die kunnen echter uitstijgen boven mijn eigen persoon omdat ik mij bewust ben van mijn eigen eindigheid en mijn plaats als heel klein deeltje van een immens groot geheel.

Je heroverweegt met nihilistisch perspectief je eigen waarden. Zoals Wendy Syfret het verwoord in haar boek ‘De opgewekte nihilist’: ‘Zodra je inziet dat de wereld niet om jou draait, maar dat je slechts een persoon bent die op deze planeet woont, realiseer je je dat die planeet het enige is dat blijvend is. Nihilisme leidde tot een complete desillusie van mezelf. Daarom steek ik mijn tijd en energie nu in werk voor het klimaat. Dat is iets wat er écht toe doet, veel meer dan ikzelf.’

Lach, huil, vrij en laat je tv uit
In die context kunnen we lachen, vrienden worden of verliefd, nachtenlang vrijen en huilen, zonder dat er een enorme druk komt te liggen op ‘een betekenisvol of zinvol leven leiden’ met bijbehorende externe verwachtingen die we hebben geïnternaliseerd (zoals zoveel mogelijk bucketlist ervaringen afstrepen om ’te voelen dat je leeft’ want je leeft ten slotte maar één keer).

De reclame-industrie weet onze hang naar betekenis en zinvolle ervaringen goed te gebruiken. Of het nu om een auto, een ijsje of een horloge gaat: zonder is je leven een stuk minder waard en betekenisvol.

Bullshit natuurlijk. Maar mocht je zelf ook veel bezig zijn met zingeving en zie je tijd soms als je grootste vijand, lees dan eens ‘De opgewekte nihilist’. Ik beloof je dat het een zeer zinvolle ervaring is ;).


Komt een vrouw bij de psycholoog

Al weken loop ik met de vraag rond wat er van mij als mens overblijft in deze zieke toestand. Voor mij was deze vraag tot voor kort retorisch van aard.

Tot mijn psycholoog vroeg: ‘Dus? Wat blijft er van je over?’ Ik vond dat zo raar dat ik in de lach schoot. ‘Ik heb daar niet over nagedacht. De vraag stellen leek me voldoende en geeft mijn machteloosheid weer ten opzichte van mijn leven op dit moment.’

‘Het gaat er niet om,’ vervolgde ik mijn verhaal toen het stil bleef, ‘wat er echt van mij overblijft maar dat het begrippenkader waarbinnen ik normaal gesproken zin ervaar, is verschoven. Ik kan mijzelf niet meer als zinvol aanschouwen binnen dit kader en dat maakt dat de betekenis van mij als mens verdwenen is.’

‘Juist,’ zei de vrouw tegenover mij in haar lichtroze vrouwenpak die haar ontzettend goed stond, ‘ga maar eens nadenken over wie jij nog bent als andere mensen jou minder of niet nodig hebben en als je je eigen potentieel niet kunt benutten. Identiteitskwestie, maar ik denk dat jij genoeg gereedschap in je kist hebt zitten om daarmee aan de slag te gaan.’

Ik sprak erover met een vriend van de studie. Zonder zijn woorden was dit blog er niet geweest. Dank mijn vriend.

Een hele week later
Een week later was de sessie zeer intens. Toen mijn psycholoog de woorden sprak: ‘Ik snap dat je nu niet naar me kunt luisteren omdat je boos bent,’ kreeg ik pas door dat ik tegen haar stond te schreeuwen. Niet zoals hysterische vrouwen in jaren 80 films doen als ze met servies smijten, maar meer als een kind dat opstandig is en het gevoel heeft dat helemaal niemand haar begrijpt.

Ik dempte bij de bewustwording direct mijn stem en veegde het kwijl van mijn kin (ik ga het niet mooier maken dan het is).

Blote voeten liefde
Na afloop, wandelend langs de weilanden, was ik leeg van alle emoties en vol van nieuwe richtingaanwijzers.

Ik trok mijn schoenen en sokken uit, wandelde op mijn blote voeten verder en zag andere paden ontstaan richting ouderdom.

De snelweg zal het voor mij niet meer worden: mijn kleine, oude autootje trekt dat gewoon niet. Het blijkt gelukkig ook niet de enige weg te zijn. Misschien niet eens de leukste, al verschilt dat per auto. De mijne tuft traag voort en hapert af en toe zodat ik moet uitstappen, verplicht ben om om me heen te kijken en andere autobestuurders leer kennen op deze scenic routes. 

Kop in het zand of…?
Ik stap op een scherp steentje en maak een sprongetje op mijn linkervoet. De man die aan de overkant van het fietspad me tegemoet loopt zegt: ‘Daarom hebben ze schoenen uitgevonden.’ Ik zeg lachend: ‘Het scherpe gevoel is alweer verdwenen.’

Het liefst had ik erachteraan gezegd: ‘Het vermijden van al het ongemak is geen leven dat van mij geleefd hoeft te worden.’ Maar in het echt ben ik een stuk minder gevat dan in het geschreven woord. (Ik zei toch dat ik het niet mooier ga maken dan het is.)

Want door de pijn van vandaag weet ik wat ik ben en blijf: Een mens met een voorliefde voor de kleur groen in al dat leeft, die graag op blote voeten wandelt en liefde kan voelen in het groot voor het klein.


De dood krast in je ziel - rouw om wat niet meer is

16 jaar was ik, zo wijs als de Dalai Lama (vond ik😉 ) en nog heel veel hoge pieken en diepe dalen te gaan, voelde ik. De vrouw, die ik bij vriendinnen altijd mijn tweede mama noemde, kwam te overlijden. Anderen noemden haar mijn oma, maar voor mij dekte dat niet de lading.

Opa en oma
Iedereen had oma’s en opa’s en ja, die overlijden soms. Het leek me toentertijd een goede manier om voor het eerst met de dood in aanraking te komen. Dichtbij genoeg om te moeten rouwen en tegelijkertijd ook te ervaren dat ons leven, uiteindelijk, en het liefst zo oud mogelijk, altijd leidt tot de dood.

Maar met mijn oma was dat anders. Zij moest de uitzonderingspositie claimen. Zij mocht niet dood. Zij kon niet dood (ik had toen al een goed gevoel voor drama). En dus lag ik twee jaar voor haar dood te woelen in bed. Huilend, piekerend, angstig.

Sinterklaas, wie kent ‘m niet
Dat jaar trok ik een lootje met haar naam erop. Zo blij als een kind! Want dat was ik toen natuurlijk ook nog. Maar goed, ik maakte als surprise een mega plattegrond met allemaal eilanden waar wij samen naartoe zouden fietsen.

De kaart had een creatief eiland, aangezien mijn oma en ik iedere week samen schilder- en tekenles volgden. Het had een vakantie-eiland, aangezien mijn oma en ik ieder jaar met zijn tweetjes op vakantie gingen (Rotterdam, ’t Gooi, Terschelling, Den Haag). En natuurlijk was daar het kookeiland, zie mijn blog over de prachtige kookkunsten van mijn oma.

Tot slot was er het huil-eiland. Op dat huil-eiland bevond ik me al een tijdje, schreef ik in het gedicht. ‘Want wie was ik zonder jou: de vrouw, van wie ik zoveel hou.’ (Ja, mijn dichtkunsten waren nog niet volledig ontwikkelt oké 😉 .)

Een week later had ik een cadeautje voor haar gekocht met een kaart. Op de kaart (ik heb ‘m laatst teruggevonden) stond: ‘Omdat ik bang ben dat je doodgaat.’

Een klein jaar later bleek ze ziek. Nog een jaar later was ze dood.

Pijn
Rouw is zoiets ongrijpbaars. Het is geen keer hetzelfde en het soort pijn dat geen fysieke plek kent, kent een ander verloop. Het is geen pijn die je kan vastgrijpen zoals je op het voetbalveld met een vertrokken gezicht naar je enkel grijpt als iemand je een rotschop heeft gegeven.

Je kunt jezelf niet vastpakken, sussen, je zachte hand op de zere plek leggen. Je kunt niet strelend over de bult wrijven om jezelf te verzekeren dat het echt een behoorlijke klap is geweest. Je kunt zelfs niet even de betreffende spier of het gewricht bewegen, om te zien of de pijn er nog wel zit.

Leeg en voller dan ooit
Rouw gaat dieper het lichaam in. Het vreet al wat leeft uit dat lichaam om je aan een gevoel van leegte, onbegrip en machteloosheid over te geven. Op hetzelfde moment zit je voller dan ooit met emoties die met elkaar vechten om de aandacht.

‘Leeg en voller dan ooit.’ Die ambiguïteit is voor mij kenmerk van het leven geworden. Tijd is daarbij belangrijk. Tijd is een noodzakelijk aspect bij het herstel van pijn en dus ook bij rouw.

Leed vreet
Tijdens het rouwen ga je in gesprek met jezelf en ontdek je hoe jij reageert op tegenslag, verlies en pijn.

Je rouwt niet alleen om wat de ander voor jou betekende, je rouwt ook om het deel in jezelf dat vervlochten was met de ander en nu verdwenen is. Wie ben jij nog zonder die ander?

Na verloop van tijd ga je langzaam het leven weer in. Gelaagder dan eerst.

Rouwen is stilstand, terugkijken, emoties uiten en de herinnering leren waarderen. Met krassen op de ziel. Krassen die uiteindelijk geen krassen maar een mensenleven aan tekeningen laten zien.

Hoe ziet jouw tekening eruit?


Op weg naar geluk

Er wordt zo vaak gezegd: ‘Denk aan jezelf eh. Het is tijd om aan jezelf te denken. Denk vooral aan jezelf.’ Maar is het gemis aan betekenis, omdat we God in de steek hebben gelaten en onze zin nu ergens anders vandaan moeten halen, niet juist een reden om je meer in plaats van minder tot de ander te richten?

Het devies luidt nu: ‘Eerst aan jezelf denken’ en ergens snappen we zelf ook wel wat daarmee bedoeld wordt. Namelijk dat we pas waarde kunnen toevoegen aan andermans leven als we diezelfde waarde ook toekennen aan onszelf.

Jezelf voorbij lopen is op de lange termijn nergens goed voor. Niet voor anderen en niet voor jezelf. Maar dat we dit snappen, betekent niet dat die taal zelf zo onschuldig is. In tegendeel.

Mijn gevoel. Mijn geluk.
En dus richten we onze aandacht steeds meer naar binnen want dat is wat we te horen krijgen. Jezelf, jezelf, jezelf. Daar moeten we mee bezig zijn, daar moeten we onze zingeving vandaan halen en dat moet centraal staan in ons leven. Als ík mij maar goed voel. Mijn gevoel. Mijn lichaam. Mijn zingeving. Mijn geluk.

Sommigen zijn zo gericht op het eigen gevoel en geluk dat het verstand mee is gaan helpen. Met liefde laat het verstand ons zien hoe we ergens van kunnen profiteren. Hoe we alledaagse zaken zo kunnen regelen dat jouw individuutje er wel het meeste voordeel uithaalt.

Bijvoorbeeld dat etentje betalen en via een iets duurder tikkie weer wat euro’s besparen of je dienst niet een keertje willen ruilen met een collega in nood omdat je dan een uur eerder moet opstaan.

Mijn gevoel. Mijn geluk.

Schouderklopjes
Om nog maar te zwijgen van de commercie die ons via aanbiedingen (wat al lang geen echte aanbiedingen meer zijn), toch een gevoel geeft dat we een goede daad hebben verricht. Voor onszelf. We zijn dol op schouderklopjes van het eigen ik.

Door dat eeuwige gericht zijn op je eigen gevoel en geluk en dit doelmatig (met behulp van de ratio dus) na te streven, vergeten we dat een gevoel van betekenis en binding niet zoveel te maken heeft met het gevoel er zelf altijd het beste uit te komen.

Geven of nemen?
Wijsheid ligt overal voor het oprapen en het is allemaal al eens gezegd. Maar omdat de tijd continu verandert en daarmee de tijdsgeest ook, kunnen we oude wijsheden in een nieuw jasje stoppen.

Activisten, donateurs en vrijwilligers weten al jaren dat boven jezelf uitstijgen en in de onbaatzuchtigheid iets kunnen betekenen voor iets of iemand anders, een immens effect heeft op ons eigen gemoed.

Niet mijn gevoel, mijn geluk en mijn leven. Maar onze gevoelens, ons geluk en onze aarde.


Waar zit die rek in tijd?

Op dit moment (terwijl ik ziek ben) wandel ik veel. En soms, als mijn voeten mij richting de zon duwen en ik de vogels boven mij, waarvan ik de naam niet ken omdat ik mij nooit heb verdiept in vogelsoorten, de meest fantastische geluiden hoor produceren, neem ik meer tijd om mijn rechtervoet voor mijn linker te plaatsen. 

Alsof ik de tijd alleen zo op het verkeerde been kan zetten. Haar in mijn eigen vertraagde pas wil oprekken tot ze knapt, zoals ik vroeger al probeerde te ontdekken waar het precieze onbeweeglijke punt lag tussen het oprekken van een elastiekje en het knappen ervan. Waar was die rek in de tijd? Waar vond ik haar?

Mijn langspeelplaat en ik
In de lange, dunne steegjes van mijn denken vind ik een toeren knop, net als op mijn LP. Standaard platen kennen een afspeelsnelheid van 33 1/3 toeren, maar er zijn ook platen die je afspeelt op 45 of 78 toeren. Dit betekent dat in dezelfde tijd dat een 33 1/3 plaat één ronde heeft gemaakt, de 78 toeren plaat al 2,3 keer rond is geweest.

In onze tijd worden denk ik slechts nog 78 toeren platen gedraaid.

De tredmolen
Het leven is te kort en kan slechts ‘volledig’ ervaart worden als ervaringen elkaar in rap tempo opvolgen. Er worden 12 levens in één leven gepropt en dan nog is dat niet genoeg. Want waarom 12, als 13 nog mooier zou zijn?

(Ik ga hier liever niet in op het ongeluksgetal 13, aangezien mijn vader jarig is op de dertiende van augustus en hij mij altijd verzekerd heeft dat er een ongeschreven regel is die maar weinig mensen weten. Bij het ongeluksgetal 13 kies je er gewoon voor de eerste twee letters niet te lezen. Zo simpel als wat.)

Een peuter en een wijsgeer
Goed, ik vond dus in een met licht gevuld bovenkamertje een plaat met een grote vogel op de voorkant, die mij op 33 1/3 toeren liet spelen. Wat een verademing. Wat een ruimte. Niet alleen mijn pas vertraagde, ook mijn psyche leek deze afspeelsnelheid een stuk beter te kunnen verdragen.

Ik voelde in mijn zak, haalde er een perkamentrol uit en pakte het bovenste stukje tussen duim en wijsvinger vast. Als gevolg daarvan ontvouwde zich een volgeschreven lijst met ambities, verwachtingen en een bucketlist en kwam het nog niet uitgerolde laatste deel met een plof op het asfalt terecht.

Met de innerlijke woede van een peuter en de kalmte van een wijsgeer, scheurde ik het doormidden. Ik gooide het achter mij neer, zo hup, over mijn schouder. Ik zette mijn 78 toeren plaat –De toekomst– met als ondertitel verwachtingen van het leven, achter al mijn andere platen in de kast. Dag plaat. Hallo vogel.

Zie ook mijn nieuwe gedichtje: Zo lelijk als de nacht


Wat als jij zelf Oekraïne zou zijn? Filosoferen met kinderen

Filosoferen met groep 7/8 over de oorlog. Ik merkte dat er behoefte was aan informatie, duiding, een duidelijk verhaal. Maar juist dat schiet er in tijden van oorlog bij in. Het doet me denken aan wat ik laatst las: ‘Het eerste grote slachtoffer van oorlog, is altijd de waarheid.’

Een lekkere bak vla
Een eenduidig, hapklaar verhaal waar je bijna niet op hoeft te kauwen om het door te slikken is zeldzaam in dit informatietijdperk. Waar ingewikkelde recepten je om de oren vliegen, is er steeds meer behoefte aan een simpel toetje als vla.

Als ik trek in vla heb, dan kijk ik graag naar het jeugdjournaal. Dan heb ik alle tijd om eens rustig te proeven, in plaats van verstikt te raken in de hoeveelheid smaken, kleuren, ingrediënten en smarties.

De meeste verhalen en gebeurtenissen zijn een stuk complexer dan dat ze in eerste instantie lijken of doen voorkomen. Dat geldt ook voor de items in het jeugdjournaal. Maar om complexere materie te kunnen begrijpen is een makkelijk verteerbaar toetje geen overbodige luxe. Al is het maar om daarna een overvloedig dessert zacht te kunnen laten landen.

Beginsituatie
Een vaardigheid die ontwikkeld kan worden tijdens het filosoferen is het kunnen uitstellen van (te snel getrokken) conclusies.

Gisteren sprak ik met een groep andere kinderfilosofen over het verschil tussen kennis overbrengen over een bepaald onderwerp en filosoferen over datzelfde onderwerp. Hebben kinderen eerst bepaald soort kennis nodig om deze vervolgens te kunnen bevragen?

Van abstract, naar concreet
Uiteindelijk, tijdens mijn lessen, vond ik een weg om de oorlog daar te laten en het zware onderwerp terug te brengen tot slechts een vergelijking. We hadden zojuist besproken of we als Nederland Oekraïne zouden moeten helpen. En wat we dan zouden kunnen doen.

Ik vroeg de kinderen zich Poetin voor te stellen als een pestkop en Oekraïne als de gepeste. Wat heeft de gepeste, die kwetsbaar is, nodig?

Reacties waren er in overvloed maar de opvallendste en meest terugkerende was toch wel: ‘Als jij zelf te zwak bent om bescherming te bieden, dan heb je hulp van andere landen nodig.’

Geldt dat ook in de klas? Of op school?
‘Als iemand zich in de klas zou voelen zoals Oekraïne zich nu voelt, zei Rasja (11), dan zouden alle andere kinderen net als veel landen nu doen, dit kind kunnen helpen.’
Hoe zouden we dat kunnen doen? Hoe komen we er überhaupt achter of een kind zich voelt als Oekraïne?

Een toetje toe
En zo was het gesprek weer in de klas. Van een abstracte oorlog, naar de dagelijkse praktijk. Mijn ondertussen klotsende oksels konden weer beginnen met opdrogen.

Het filosoferen raakte hier de vreedzame school (een programma voor sociale competentie en democratisch burgerschap) en dat vond ik eigenlijk wel best. ’s Avonds nam ik als beloning een overheerlijk kommetje gele vla.


Als je les gaat over doorzetten en de les mislukt - Filosoferen met kinderen

Ik had een les voorbereid over doorzetten. Een aantal maanden eerder had ik ‘m gegeven aan groep 7/8, in een andere vorm weliswaar, maar het idee bleef hetzelfde. ‘Wat hebben we nodig als we door willen zetten?’

Dombo de olifant
Groep 3/4. Het woord doorzetten bleek nog niet te bestaan, laat staan de betekenis achter het woord en ik wist dat niet. Tijdens mijn les kwam ik erachter dat ik veel te abstract bezig was.

Ik vertelde eerst een verhaal over een dikke olifant die zich verveelde in de dierentuin en vrijheid wilde proeven. Iedereen vond dat hij thuis hoorde in de dierentuin maar het grote gevaarte wilde het tegendeel bewijzen.

Na het verhaal praatten we wat na en uiteindelijk vroeg ik: ‘Wat heb jij nodig als je wil doorzetten?’

Nu komt het
Nou, goed. Er kwam niks uit. Bleek dat de kinderen geen idee hadden wat doorzetten was. En ook toen ik via het verhaal vroeg hoe we konden ontdekken wat het was, kwam het gesprek niet op gang. Echt filosoferen hebben we dus niet gedaan. Pas de laatste vijf minuten zag ik ineens een manier om ze ‘aan’ te krijgen en aan te sluiten bij hun belevingswereld.

Te laat voor deze klas, maar aangezien ik er nog 7 had deze week, kon ik het geleerde meenemen naar de volgende les.

Torenhoge verwachtingen en teleurstelling
In het begin had ik torenhoge verwachtingen van mezelf en ook van de klassen. Bijna iedere les was ik teleurgesteld, aangezien de praktijk een slechte weergave is van de ideeënwereld waar mijn hoofd vol mee zit.

Die verwachtingen heb ik langzaam bijgesteld. Ik heb geleerd dat het filosoferen zelf een middel is om andere doelen te bereiken, hoe klein ook. En soms filosoferen we niet echt, duiken we niet de diepte in, loopt het gesprek niet lekker, maar zijn er alsnog vaardigheden/doelen die worden aangeraakt. Hoe klein ook.

Terug naar de les
In de tweede les vroeg ik de kinderen om met mij na te denken wat de olifant nodig zou hebben om te kunnen ontsnappen. Zouden we verschillende ontsnappingspogingen kunnen bedenken met ons creatieve brein?

Het werd een mooie les waarin ik voor de kinderen de vertaalslag maakte naar onze wereld door het stellen van vragen.

Verschillende ontsnappingspogingen
De olifant ontsnapte volgens een kind via een ladder en soms hebben we inderdaad materialen nodig om door te kunnen zetten. Welke materialen zouden we nodig kunnen hebben als het met rekenen niet lekker gaat?

De olifant ontsnapte met de hulp van de bewakers. Inderdaad, soms heb je hulp nodig van andere mensen als je door wil kunnen zetten.

De olifant ontsnapte door heel hoog te springen. ‘Wat heeft hij daarvoor nodig?’ De kinderen: ‘Kracht, energie en sterke spieren.’
‘Soms hebben we kracht, energie en sterke spieren nodig om door te gaan als we iets moeilijk vinden. Zou iemand een ander voorbeeld kunnen noemen waarvoor je deze drie dingen nodig hebt?’

De olifant ontsnapte door heel veel te poepen waardoor de bewakers flauw zouden vallen van de lucht en hij kon ontsnappen. Wat had de olifant daarvoor nodig, vroeg ik aan Miguel. ‘Zijn eigen lichaam en zijn hersens om het plan uit te denken’, antwoordde hij.

Doorzetten
Als je les gaat over doorzetten en je les mislukt, dan ga je door. Wat ik daarvoor nodig heb?
– Een mooie werkplek waar de mogelijkheid er is om te vallen, uit te proberen en op te krabbelen.
– Meerdere klassen in dezelfde leeftijdsgroep waardoor je dezelfde les opnieuw en opnieuw aan kan passen en veranderen.
– Mildheid en geduld met en naar mezelf toe.