Kun je vrienden worden met een robot?

Kun je vrienden worden met een robot?

Deze week filosofeerden we over vriendschap. Aan het begin van de les liet ik een filmpje zien over verschillende katten die reageren op een robotkat. Er werd met elkaar nagedacht of katten vrienden kunnen worden met een robotkat.

Vervolgens introduceerde ik nogmaals het woord gedachte-experiment. Mijn eerste les had in het teken gestaan van het gedachte-experiment en ik wilde dit nogmaals uitleggen en herhalen. Ik liep de klas uit en sloop daarna geheimzinnig de klas in.

Aan mijn hand had ik namelijk een mensenrobot meegenomen. Ik zette hem op tafel neer, vroeg de kinderen of ze hem allemaal voor zich konden zien en of ze met deze robot bevriend zouden kunnen worden. Stel je eens voor dat deze robot kon praten, kon bewegen en even groot zou zijn als jullie.

Zou je dan vrienden kunnen worden met mijn robot?

Een stukje uit het gesprek met groep 7/8
Jongen uit 7/8: ‘Nee, want een robot gedraagt zich niet als een mens.’
Ik: ‘Wat doet of heeft een robot dan niet, wat een mens wel doet of heeft?’
Hij: ‘Een robot heeft geen mening. En ik zou geen vrienden kunnen zijn met iets dat geen mening heeft.’
Ik: ‘Stel je nu eens voor dat ik mijn mening programmeer in de robot. Zou je dan wel vrienden kunnen worden met de robot?’
Hij: ‘Nee, want het is niet zijn eigen mening.’
Ik: ‘Ahaa, dus jij kan vrienden worden met iets als het een eigen mening heeft. Niet zomaar een mening, maar een eigen mening.’
Hij: ‘Ja. En hij mag het niet altijd met mij eens zijn. Dat zou ik niet leuk vinden.’

Meisje dat hierop reageert: ‘Ik ben het daar niet mee eens want het is toch juist leuk als de robot doet wat jij wil.’
Ik: ‘Geldt dat ook als de robot altijd doet wat jij wil?’
Zij: ‘Nee, niet altijd. Maar vaak wel.’
Ik: ‘Wanneer niet dan?’
Zij: ‘Het kan saai worden als de robot altijd maar doet wat ik wil. Maar het grootste gedeelte van de tijd zou het wel leuk zijn.’
Ik: ‘Kun je een voorbeeld geven van een situatie waarbij je zou willen dat hij op dat moment iets anders doet dan dat je op het moment zelf zou willen?’
Zij: ‘Dat weet ik niet echt.’
Ik: ‘Kan iemand anders haar helpen? Is er een voorbeeld te bedenken waarbij we zouden willen dat de robot iets anders doet dan dat we in eerste instantie zouden willen en dit toch best fijn of belangrijk is?’

Een stukje uit het gesprek met groep 5
Meisje uit groep 5: ‘Ik zou wel vrienden met de robot kunnen zijn als hij met mij speelt.’
Ik: ‘Het is voor jou dus belangrijk dat iemand samen wil spelen, want dan kun je vrienden met diegene worden.’
Zij: ‘Ja. En hij moet ook aardig zijn.’
Ik: ‘Dus hij moet én met je spelen én aardig zijn.’
Zij: ‘Ja. En hij moet mijn geheimen niet doorvertellen, want dan ben je mijn vriend niet meer.’

Jongen die hierop reageert: ‘Maar dan mag jij ook zijn geheimen niet doorvertellen. Want je moet wel allebei dan goed geheimen kunnen bewaren. Het is niet zo dat de robot jou niet mag schoppen en jij dan wel de robot mag schoppen. Dan zou de robot geen vriend meer met jou willen zijn.’
Ik: ‘Dus eigenlijk moet vriendschap met een robot van twee kanten komen. Zowel de robot als jij moeten beiden vrienden met elkaar willen zijn.’
Hij: ‘Ja.’
Ik: Geldt dit ook voor een mensenvriend?
Zij: ‘Ja, bij een mensenvriend wel. Maar een robot leeft niet. Ik bepaal zelf of hij mijn vriend is dus de robot hoeft mij niet te zien als vriend.’

Vriendschap
Zonder dat de kinderen het bewust doorhadden, zijn we deze week bezig geweest met het concept vriendschap. Wanneer noem je iemand een vriend? Waarom zou je wel of geen vrienden kunnen zijn met een robot? Waar moet een robot aan voldoen om jouw vriend te kunnen zijn? Geldt dat ook voor je vriendjes in de klas? Wat zijn voor jou belangrijke voorwaarden van vriendschap?

Filosoferen op school met juf Bo 
Het uitdiepen van concepten stimuleert niet alleen de taalontwikkeling maar laat kinderen ook nadenken over hun eigen voorkeuren. Wat vind ik belangrijk? Het kunnen formuleren van je eigen gedachten en deze aanscherpen gebeurde mooi bij de jongen in groep 7/8 die een eigen mening belangrijk vond en niet zomaar een mening.

We zijn nu eenmaal mensen die alles wat we horen en zien moeten interpreteren. Bij dit interpretatieproces ontstaan regelmatig misverstanden. Het is mijn drive en mijn wil om kinderen te leren hun eigen gedachten beter onder woorden te brengen. Om daarmee te oefenen. Om vervolgens beter begrepen te worden en daarmee het zelfvertrouwen, een positief groepsgevoel en het taalvermogen van leerlingen een enorme boost te geven.


Ongemak dient de mens

Het benauwt me als ik bij een vriendin binnenkom en ik na een tijdje merk dat ze alles in huis heeft wat haar hartje begeert. Wanhopig zoeken mijn ogen naar enig vorm van onbehagen. Een scheef kastje, een kras op de muur, een lekkend raam of een schilderij dat niet waterpas hangt.

Wat doet een huis, waarin alles zo perfect is ingericht en er van ongemak bijna geen sprake kan zijn, met mij? Waar komt de paniek die ik op zo’n moment kan voelen vandaan?

Mijn huis als grotere ik
Misschien is een huis voor mij een weerspiegeling van het mens zijn. Ik voel me niet op mijn gemak in huizen waarin het lijkt of ik een tijdschrift in ben gestapt. Waarbij ik bang ben te morsen op de bank of ieder krasje op de tafel te zien is.

Misschien wil ik op de plek waar ik woon, het onbehagen proeven dat ik als mens ook ervaar. In een onvolmaakt huis wonen, omdat ik zelf zo onvolmaakt ben als maar kan.

Verlangen als doel en niet als middel
Daarnaast wil ik kunnen blijven verlangen. Verlangen naar een plek waar ik niet aanhoudend koude voeten heb zonder sloffen. Waar niet de sigarettenlucht van de buren door de afzuigkap mijn woonkamer in drijft. Of de eeuwig langsrazende toeterende auto’s mij niet meer afleiden.

Ironisch genoeg ben ik juist bang voor zo’n plek waar niks meer te verlangen valt. Want wat dan? Dan is het verlangen vervuld en what’s next? Nog groter? Nog meer geld? Nog meer vakantie? Nog meer angst om te verliezen wat je hebt?

Found it!
Aaaah, daar heb je het! Finally! De onderliggende gedachte. De kern van het probleem. Als mensen veel waardevolle bezittingen hebben, dan zijn ze banger om al die zaken te verliezen. En dat is best logisch. Als je niks hebt, kun je ook niet zoveel verliezen. Als je veel geld hebt, kun je ook veel geld verliezen.

Het is een van dé redenen die verklaart waarom mensen in rijke landen angstiger zijn. Waarom mensen die eigenlijk niks te klagen hebben, toch op een partij als de PVV stemmen. Omdat ze bang zijn dat te verliezen wat ze hebben verworven. Omdat vluchtelingen anders hun banen en huizen inpikken.

Bang voor het bang zijn
In plaats van bang te zijn dat te verliezen wat ik heb, ben ik grappig genoeg bang voor de angst die komt kijken bij het leven in luxe en comfort.

Bang voor de angst om niet meer zonder datgene te kunnen waar je je zo aan hebt gehecht en waar je eerst ook prima zonder kon (een nog duurdere auto, een robotstofzuiger, een elektrische fiets, drie dezelfde (dure) jurken in een andere kleur, een föhn van Dyson, dat ene gouden horloge, een zeer prijzig koksmes, een caravan-mover, de nieuwste Iphone, een grote tuin, etc.).

Een vlekje op de muur
En ja, misschien is bang zijn een groot woord. Ik wist alleen dat er iets uit mij moest, toen ik met mijn hand langs de door lekkage bruin geworden vlek streek op de muur. We moeten namelijk deze woning uit.

Mijn ogen vallen liefkozend op het scheve kastje en de gebroken tegels in mijn keuken, op de toiletrolhouder die continu van de muur afvalt en de wc-rol die, als gevolg daarvan, nu al een tijdje op het prullenbakje staat.

Ik ril en kijk op de thermometer. 18,5 graden. Ik doe mijn dikke trui aan en haal mijn schouders op. Prima temperatuur.


'Bloemkool, doet het pijn om uit de grond te worden getrokken?'

Deze week begon het filosoferen met de groepen 5 t/m 8. Het onderwerp? Een pratende bloemkool. Raar? Zeker. Nieuw? Dat ook. Grappig? We hebben wat afgelachen!

Een pratende bloemkool
De klassieke eerste les in de kinderfilosofie is de les met de bloemkool. Ik kon niet achterblijven en dus kwam ik, gewapend met een roze box met daarin een bloemkool onder mijn arm, de klas binnen.

Na een korte inleiding over wat filosoferen precies inhield, konden we aan de slag. Je kunt het beste ervaren wat filosoferen is, door het te doen. Ik vertelde de klas dat in de grote roze doos een pratend ding zat. Terwijl ik de doos opende en de bloemkool eruit haalde werd er bij het zien van de bloemkool gelachen, gegild, met de ogen gerold en sommige mini-filosoofjes begonnen direct met creatief denken. Ze probeerden manieren te verzinnen waarom ik dit een pratende bloemkool noemde.

Het gedachte-experiment
In de filosofie is het ‘gedachte-experiment’ een belangrijke tool om na te kunnen denken over dingen die in het echt misschien niet kunnen, maar die het denkvermogen wel kunnen oprekken. Vanuit je luie stoel, kun je op deze manier tot nieuwe kennis komen. Vaak begint een gedachte-experiment met: ‘Stel je eens voor dat…’

Zo ook in mijn filosofieles: ‘Stel je eens voor dat deze bloemkool kon praten, wat zou je ‘m dan willen vragen?’

Vragen durven stellen
Er werd veel gegiecheld, gelachen, gespeeld en ontdekt. En dat was juist de bedoeling. De kinderen durfden zich te laten verwonderen en durfden het vanzelfsprekende te bevragen:

‘Bloemkool, doet het pijn als je uit de grond wordt getrokken?’
‘Bloemkool, hoe zou jij kunnen weten welke kleur je bent?’
‘Bloemkool, hoe voelt het om steeds verder uit elkaar te worden gehaald?’
‘Bloemkool, wat was je belevenis in de roze doos?’
‘Bloemkool, hoe lang ben je een zaadje geweest?’

Er bestaan verschillende soorten vragen
Ik wilde de kinderen in deze eerste les direct kennis laten maken met het denkgereedschap gedachte-experiment. Bijkomend leerdoel was dat de kinderen het verschil leerden tussen een filosofische vraag en een kennisvraag.

De vraag: ‘Hoe lang ben je een zaadje geweest?’ is een kennisvraag. Er is één goed antwoord en als we het aan een expert vragen, dan zou hij naar alle waarschijnlijkheid een antwoord kunnen geven.

De eerste vraag: ‘Doet het pijn als je uit de grond wordt getrokken?’ is een typisch filosofische vraag. Bij een filosofisch gesprek over deze vraag, zal het concept ‘pijn’ onder de loep worden genomen. Kan een bloemkool pijn ervaren? Hoe weten we dat? Zijn er soorten pijn? Wat is pijn eigenlijk?

Een geslaagde eerste week
Zelf moest ik natuurlijk weer wennen aan het ‘voor de klas staan’. Aangezien ik 10 (dezelfde) filosofielessen per week geef aan verschillende groepen, kan ik enorm veel dingen uitproberen. Wat werkt wel, wat werkt niet, wat kan beter, wat doe ik mijn volgende les anders?

Het is een enorm gaaf proces om zo snel en vaak één en dezelfde les bij te schaven. Om te reflecteren en de verbeterpunten direct in dezelfde les (alleen met een andere groep) toe te passen. Om beter te worden in mijn vak: Het zijn van een kinderfilosoof.

(Het zijn van een kinderfilosoof, zo heette de titel van mijn scriptie dus ik vond het voor mezelf erg leuk om hiermee mijn blog af te sluiten. Voor jullie minder pakkend, maar ach, zo houd ik mezelf lekker bezig.)

Okéoké, dan nog even een echte afsluiter:

Eet jij vanavond bloemkool, broccoli, wortel, courgette of paprika? Probeer het dan ook eens. Wat zou jij die bloemkool, broccoli, wortel, courgette of paprika willen vragen? Zijn dat vooral kennisvragen of filosofische vragen?

‘Bloemkool, is jouw beste vriend broccoli?’


Ik word tante!

Aangezien ik zelf geen enkele drang voel om binnenkort moeder te worden (misschien gaat dat nog komen, misschien ook niet) zal ik me moeten storten op dit kleine wondertje.

Ik word namelijk tante. Tante? Ja, echt! Tante. Tante. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen. Tante. Tante. Tante. Mooi woord is het eigenlijk eh? Tante. Vooral als je de a iets uitrekt. Alsof je niet wilt dat het woord eindigt. Dat de klank die uit je stembanden geknepen wordt, net zolang zou duren als dat ik haar straks in mijn handen heb.

Toch hoeft hij mij geen tante Bo te noemen. Het is gewoon Bo voor haar. Gewoon Bo. Toch niet zo’n mooi woord, dat tante. Het doet me denken aan oudtantes en aan de tante van Pietje Bell. Je weet wel, die ene met die wrat op haar neus die hij met een touwtje eraf probeert te knijpen terwijl ze slaapt. Zo’n tante zou ik uitspreken met de korte a. Maar ik word ta(a)nte. Bijzonder eh?

Een tante die
Een tante die sentimenteel een traantje wegpinkt bij iedere centimeter dat ze zal groeien
En hem zal leren dat hij sterk genoeg is om tegen de stroom van verwachtingen in te kunnen roeien

Een tante die zich opoffert om als speelkameraad overal aan mee te doen
En zich ieder moment klaar maakt voor een met overmatige hoeveelheid speeksel, dikke, vette zoen

Een tante die haar haren zal vlechten tot een prins eraan omhoog klimt en haar bevrijdt
Een tante die uren met haar praat over liefde, aangezien de prins toch een meid blijkt

Een tante die met je zal dansen midden op straat
Laat iedereen maar kijken, jij bent nu al goud waard

 

Tot snel lief meisje van mij, tot volgend jaar mooie jongen.


Een grote-mensenbaan! Ik word kinderfilosoof, maar wat is dat?

Een diepe dip en een nieuwe toekomst. Zo zal ik de periode noemen na mijn afstuderen aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie. Die nieuwe toekomst gaat nu van start. Ik ben namelijk aangenomen in het basisonderwijs als leraarondersteuner in combinatie met vakspecialist filosofie (oftewel kinderfilosoof). Maar wat doet een kinderfilosoof eigenlijk? En wat is filosoferen met kinderen?

Filosoferen is een werkwoord
Filosoferen is een activiteit. Dat betekent dat ik niet voor de klas sta en uitleg geef over de grote denkers die de Westerse geschiedenis rijk is of over ingewikkelde filosofische theorieën en stromingen. Nee, wat wij gaan doen is denkvaardigheden ontwikkelen.

Samen met de kinderen zal ik gaan nadenken over vragen waar geen eenduidig antwoord op is. Bijvoorbeeld: Kunnen dieren denken? Of: Mag je altijd zeggen wat je denkt?

Wat filosoferen met kinderen niet is
Filosoferen met kinderen is geen gezellig kringgesprek waarbij er vooral meningen worden uitgewisseld. Het is ook geen debat waarbij je kunt winnen met goede argumenten of een discussie waarbij gelijk krijgen hoog in het vaandel staat. Het is ook geen plek waar je vrijblijvend kunt fantaseren.

Filosoferen is eigenlijk best wel strikt. Het is geen gesprek waar je kunt zeggen wat je denkt zonder dat denken onder de loep te nemen en te verantwoorden waarom je dat vindt of zegt. Je komt niet meer weg met antwoorden als: ‘Dat vind ik gewoon’ of: ‘Nou, iedereen ziet dat anders. Dit is jouw waarheid en ik heb de mijne.’

Maar wat is filosoferen met kinderen dan wel?
Filosoferen begint eigenlijk altijd met een vraag die aanzet tot nadenken. Natuurlijk zijn dit vragen die passen bij de belevingswereld van het kind (ik filosofeer met kinderen van groep 3 t/m groep 8).

Tijdens een filosofisch gesprek worden argumenten aan een onderzoek onderworpen. Je denkt ergens gedisciplineerd en methodisch over na. Je gaat op onderzoek uit. ‘Klopt het wat je zegt? Is dat altijd zo? Kunnen we een tegenvoorbeeld vinden? Net zei je het een, nu zeg je het ander; zijn die twee dingen verenigbaar met elkaar? Of moeten we er één kiezen die we verder gaan onderzoeken?’

Filosoferen is een gezamenlijk denkonderzoek.
Je bent gezamenlijk bezig met het onderzoeken van het eigen denken. Dit kan in iedere groep en op verschillende niveaus.

Tijdens het filosoferen leren de kinderen:
– naar elkaar luisteren;
– de eigen gedachten onder woorden te brengen;
– elkaars opvattingen en meningen te respecteren;
– sociaal-communicatief vaardig zijn;
– kritisch en zelf nadenken;
– begrippen en argumenten analyseren, toetsen en correct gebruiken;
– perspectivische lenigheid ontwikkelen (verschillende perspectieven kunnen herkennen);
– naar alternatieven en tegenvoorbeelden te zoeken;
– voort te bouwen op elkaars gedachten (samenwerken).

We hebben er zin in! Laten we met de toekomstige wereldburgers gaan denken! ;D


Een diepe dip, een nieuwe toekomst en een BAAN!

Ik dacht na mijn afstuderen: Wat nu? Diepe dip, wist niet dat er zoveel grauwe kleuren bestonden want leven verloor binnen enkele maanden haar helderheid en glans. Nog steeds sta ik tot aan mijn knieën in de zwarte prut. Lopen is zwaar, maar ik dreig tenminste niet kopje onder te gaan.

Existentie = aanzijn, bestaan, leven
Bij een filosoof horen wat mij betreft existentiële crisissen. Een gevoel dat je plots kan overvallen: Wat doe ik hier? Waarom moet ik door mijn eigen lijden heen terwijl het uiteindelijk nergens toe leidt? De zinloosheid achter al het betekenisloze geneuzel maken zowel je voeten als je mondhoeken zwaar.

De rest van de wereld lijkt de modder niet te zien. Dat is het beroerde aan psychisch lijden. Beter een gebroken arm; iedereen die ziet dat sporten niet lukt, dat er iets aan de hand is en dat je ook weer zal herstellen. Maar psychische pijn komt en gaat wanneer het zin heeft.

Theater is dan wel mijn ding, maar ik doe heus niet alsof 
Ik doe niet alsof als ik gezellig op een verjaardag, op de sport, op werk of als ik samen met vrienden ben. Ik doe niet alsof als ik met mijn blote voeten het natte gras streel en huppel als Maria uit Sound of the Music of een prachtige dag organiseer met heel veel andere ukelele-fanaten. Ik ben op dat moment oprecht in een euforische stemming.

Maar als ik geen vangnetten bouw om de pijn van alledag te kunnen verdragen.. Als ik geen vangnetten bouw om de zinloosheid, de grootsheid en de nietigheid van het mens-zijn op te vangen, dan val ik iedere keer zo’n ontzettend diep stuk naar beneden dat de klap steeds moeilijker te verdragen is.

Tijd voor een plan. Tijd voor een toekomst. Tijd voor hulp.

Driehoeksverhouding
En dus ging ik niet op zoek naar bestaande beroepen waarin ik misschien wel of niet paste. Maar bedacht ik een functie die paste bij mij. En kijk hier, dat lukte (niet zonder slag, stoot, geduld of stress).

Ik bedacht een driehoeksverhouding waarin ik de drie functies van kinderfilosoof, onderwijsassistent en invalkracht in het basisonderwijs kon combineren met elkaar. Twee directrices waren, nadat ik contact had gehad met verschillende besturen, dolenthousiast.

Nu heb ik een doel, een toekomst en hulp.

Filosoferen met kinderen
Ik ga filosoferen met kinderen. En dat is geweldig. Wat filosoferen met kinderen precies is? Dat lees je hier. Want filosoferen met kinderen is allerminst zwaar op de hand of eng. We zullen samen na gaan denken over vragen als: Kunnen dieren denken? En: Mag je altijd alles zeggen wat je denkt?

Daar kun je methodisch en gestructureerd over leren nadenken, zodat er doordachte antwoorden komen op vragen die niet eenduidig zijn. Antwoorden waarover is nagedacht, die onderbouwd zijn met argumenten die standhouden en die vrij zijn van drogredeneringen.

Kinderen die leren te respecteren dat er verschillende opvattingen naast elkaar bestaan, die hun eigen gedachten steeds beter leren formuleren, die kritisch en zelf leren nadenken, die sociaal-communicatief vaardig zijn en die naar alternatieven en tegenvoorbeelden kunnen zoeken in een gezamenlijk denkgesprek. Mooi toch?

En ik?
Bepaalde periodes van pijn, verdriet, leegte, eenzaamheid; ze horen er ook bij. Nu nog manieren vinden om ze te ondergaan in plaats van er aan onderdoor te gaan ;). Mindfulness en de meditatie-oefeningen die daarbij horen schijnen bij heel veel mensen te werken en hebben ondertussen een wetenschappelijke basis waaruit een traject/methode is opgezet. Leuk voor later. Niet al te later. Over een half jaar ofzo. Of volgende maand. Volgende week? Oké, oké, morgen.

Vandaag.

Nu dus.

Serieus?

Ja.

Ok.


She said yes!

Twee jaar geleden zei ze ja. Het was op haar verjaardag. Ik had haar een aanzoek gedaan. Het stond op de kaart of naja, eigenlijk niet. Op de kaart stond dat ze naar een spraakbericht op haar telefoon moest luisteren.

Haar zicht ging al jaren achteruit, maar haar gehoor deed het nog prima. Luisteren dat ze kan! Naar al mijn verhalen, herinneringen, huilbuien, eenzame momenten en (te) gekke ervaringen. Ik vroeg haar mijn oma te worden. And she said yes.

Biologische oma
Precies 9 jaar geleden, 4 augustus 2012, blies mijn biologische oma haar laatste adem uit. God, wat is er sindsdien veel gebeurd. Ik ben groot geworden, vooral letterlijk. Want terwijl ik worstel met dat figuurlijke groot worden trekt mijn onderbewuste me steeds terug in het verleden.

Het geeft een melancholische lading aan al wat ik denk. Omdat we vaak zeggen dat de herinnering mooi is om te koesteren. Geldt dat ook als je die herinnering niet meer kan delen met de persoon waarmee je de herinnering maakte? Als ze samen met jou, oma, in de oven tot as zijn verpulverd? Zwarte korrels zwerven rond in mijn brein op zoek naar een uitweg, een wederhelft in een ander brein, een glimp van herkenning. Tevergeefs. Die zwarte korrels maken het moeilijker om helder te zien.

Adoptie oma
Maar zoals de tijd geen genade kent, zo ken ik geen tegenreden om terug te nemen wat mij ooit is afgenomen. Vervangbaar ben je allerminst oma, en de herinneringen met jou verliezen niet meer betekenis, maar wel de emotionele lading die er altijd bij kwam kijken. Zo hoort dat ook. Zo kunnen we uiteindelijk door met stappen zetten.

Vandaag maakte ik wat nieuwe herinneringen met mijn geadopteerde oma. Mijn bonusoma. Mijn oma. Opdat ik weet dat ook zij mij met de tijd moet verlaten. Omdat ik weet dat dezelfde rouw mijn huid rondom mijn ogen zal aantasten en de pijn zich zal vastzetten in mijn voeten, zodat ik bij iedere stap die ik voorwaarts zet herinnerd wordt aan dat wat niet meer te delen is met haar.

Twee jaar
En toch, ondanks dat ik mij daar heel bewust van ben, kies ik ervoor jou lief te hebben, oma. Twee jaar geleden zei je ja. Het was op je verjaardag. Tot de dood ons scheidt oma, tot de dood ons scheidt.


Met 'vreemden' samen ukelele-spelen: een hoogtepuntje

In de verte, heel in de verte hoor ik een geluid waarmee mijn wekker mij laat weten dat het tijd is om een nieuwe dag te beginnen. Ik druk mijn wekker uit, ga rechtop in bed zitten, schuif mijn billen nog even van links naar rechts, doe een schietgebedje en schraap dan mijn keel.

‘Goedemorgen mijn stem, hoe gaat het met jou?’

Een brommend en knijpend geluid verlaat mijn mond. Mijn humeur kan direct al niet meer slechter, dus stap ik expres met mijn verkeerde been uit bed.

Het ukelele-evenementje gaat doooor
Vandaag is het 11 juli en zal ik samen met een aantal andere ukelele-fanaten bijeenkomen om samen te spelen in ’t Hemmeland.

Ik heb, laten we het voorzichtig zeggen, geen engelenstem. Meer een combinatie tussen een zeekoe en een kikker (wees creatief om hier een beeld of geluid bij te krijgen. Ik moet zelf ook toegeven dat ik geen idee heb wat voor geluid een zeekoe maakt, maar creativiteit verbetert ons inbeeldingsvermogen en andersom, dussss succes;)).

Schor en wel kom ik bepakt en bezakt aan in Monnickendam. Zeil mee, kleedjes mee, ukelele en bladmuziek mee, appels en koeken mee, JBL box mee en het belangrijkst: mijn opperbeste stemming. Mijn ochtendhumeur heb ik thuis gelaten, we hebben tenslotte in de middag met elkaar afgesproken.

Samenspelen onder een grote, groene boom met uitzicht over het water
Met een groep van 17(!) en later met 19(!!!) beginnen we met het nummer ‘The lion sleeps tonight’. Het is nog even wennen maar al snel hebben we het ritme te pakken (met veel dank aan de twee Cajon spelers die een enorme steun waren bij het samenspelen).

Tijdens het nummer: ‘Have you ever seen the rain’ was er geen wolkje aan de lucht. De zon straalde en de grote boom die ons in eerste instantie beschutting moest geven tegen beginnende miezer-regen, beschermde ons nu tegen hete stralen van de zon.

Een hoogtepuntje of een puntje te hoog
Al snel voel ik mij de meest tevreden vrouw in Noord-Holland. Tijdens het spelen kijk ik nog eens goed om mij heen. De blije, tevreden, van concentratie gespannen gezichten geven een prachtige weerspiegeling van deze middag.

De diversiteit is fantastisch. We hebben beginners en gevorderden, jong en oud, leiders en muzikale volgers. We hebben mooie stemmen en schorre stemmen, grappenmakers en -ontvangers met een aanstekelijke lach, twee cajons en we hebben zelfs een ukelele-bas in ons midden.

Het was een hoogtepuntje. Een puntje dat zo hoog was, dat je er alleen niet bij kunt. Maar samen wel. Samen met deze groep wel. Dank, dank, dank.


Samen is beter dan alleen - Kom je ook?

Rondom Amsterdam kon ik geen ukelele-bijeenkomsten vinden. En dus dacht ik: Waarom organiseer ik het eigenlijk niet zelf? Heus geen festival grootte (alhoewel best leuk idee), maar gewoon een kleine samenkomst met andere ukelele-spelers.

Zo gezegd, zo gedaan. Samen met Frans en Carla organiseren we aankomende zondag 11 juli een kleine bijeenkomst voor zowel beginners als gevorderden. Gewoon om elkaar te ontmoeten, plezier te hebben en onze muziek (en kennis) te delen.

Datum en locatie
De datum en locatie liggen dus vast! De locatie wordt:…. *tromgeroffel* …Hemmeland! (Monnickendam) We verzamelen tussen… *tromgeroffel* …13.00 en 13.15 bij het Mirror Paviljoen. Adres: Waterlandse Zeedijk 1.

Dat tromgeroffel kan ook tijdens het ukelele-spelen erg goed van pas komen. We hebben al iemand die een Cajon meeneemt en waarop het ritme aangegeven kan worden. Mocht er iemand zijn die zich geroepen voelt een aantal nummers te willen ‘leiden’ qua stem, dan zou dat super fijn zijn!

Plezier
We vinden het vooral gezellig om andere ukelele-spelers te ontmoeten en kennis te maken met elkaar. Ook zullen we in kleine groepjes en op een gegeven moment met de hele groep proberen een liedje te spelen.

De volgende nummers gaan we samen (of in kleinere groepjes) met elkaar spelen:
– Shape of You
– The lion sleeps tonight
– Brown eyed girl
– Dancing in the moonlight
– Somewhere over the rainbow
– Have you ever seen the rain

De bladmuziek kan ik naar je mailen. Stuur me een privé-berichtje op Facebook met je mailadres en dan stuur ik je de bladmuziek. Natuurlijk zijn we niet gebonden aan nummers dus neem gerust je favoriete liedjes mee!

We hopen natuurlijk op een beetje goed weer. Mocht het storten van de regen, dan verplaatsen we het natuurlijk, aangezien regen niet al te best is voor onze ukes! (Mocht ik ooit een waterval met geld tegenkomen, zijn jullie van harte welkom in mijn overdekte ukelele-paradijs, maar ben ‘m vooralsnog niet tegengekomen.)

Zelf meenemen:

– Ukelele
– Kleedje om op te zitten (of stoeltje)
– Bladmuziek (eventueel extra om uit te wisselen)
– Eten + drinken
– Vriendin, tante, zus, verre vriend, goede buurman of je muzikale zelf.

Tot snel lieve mede-ukelelespelers!

Een muzikale groet,

Frans, Carla en Bo


Ik wil gaan mediteren, maar het klinkt zo 'zweverig'

In een van mijn vorige blogs heb ik aangegeven dat het soms lastig is om een gewoonte te doorbreken en een nieuwe routine toe te voegen. Ik wil naast schrijven gaan mediteren. Niet op een yogamatje en met een klankschaal, maar op een stoel in spijkerbroek.

Een lesje logisch redeneren
Mediteren heeft voor veel mensen een zweverige connotatie. Het klopt dat bijna alle ‘zweverige’ mensen mediteren, maar mediteren is daarmee niet inherent ook zweverig. Net als depressie de oorzaak kan zijn van lichamelijke problemen, maar niet alle lichamelijke problemen terug te leiden zijn naar een depressie. Lichamelijke problemen, los van een depressie, kunnen natuurlijk ontzettend veel oorzaken hebben (ongezonde levensstijl, sport, chronische ziekte, ongeluk, etc.).

Mediteren kun je dus ook los zien van deze ‘zweverige’ mensen. Het is niet inherent, dus niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als mens zijn we geneigd alles met elkaar te verbinden en overal causaliteit (oorzaak-gevolg relaties) in te zien. In dit geval is dat onjuist. Dat zweverige mensen graag mediteren, betekent niet dat het mediteren in zichzelf zweverig is.

Wil je meer weten over logisch redeneren? Klik dan hier! In dit blog leg ik het namelijk rustig en kort uit. (Let op: alleen voor de leergierigen onder ons. Het is geen makkelijke kost, maar meer dan waardevol.)

Stomme aardse figuurtjes
Ik denk dat mediteren mij kan helpen rommel in mijn hoofd op te ruimen. Soms is het er een chaos. Helemaal als je begrijpt dat in mijn hoofd een antwoord altijd direct leidt tot nieuwe vragen. Zo staat mijn denken nooit stil.

Ik schrijf iedere week een blog die je hier kunt vinden en ik ga jullie af en toe meenemen in mijn meditatiegekte. Er is geen spirituele reis, geen ego dat uit de weg moet worden geruimd en er zijn geen energetische stromingen die uit balans zijn. Er komt geen Jezus Christus die ik ga ontmoeten of een diepere laag in mij waardoor ik op een hoger level kom te zitten dan al jullie stomme aardse figuurtjes en ook geen ‘alles is liefde’ (alvast sorry voor de Robert ten Brink fans).

Stok achter de deur
Ik zou al blij zijn met wat rust in mijn hoofd, wat acceptatie naar mezelf en de mogelijkheid mijn tranen voor even de vrije loop te laten (indien daar behoefte aan is). Dat heeft vroegere meditatie met mij gedaan en ik vond het heerlijk.

Hier zou ik mezelf direct een halt moeten toeroepen want mediteren is daar eigenlijk niet om te doen. Het gaat er nu juist niet om dat je iets bereikt, wint, moet of leert. Even geen verwachtingen. Ik houd jullie op de hoogte en op die manier zijn jullie mijn stok achter de deur, want ook ik vind het ontzettend moeilijk nieuwe gewoontes te creëren. En dit wordt er eentje. Eentje waar ik mogelijk veel baat bij heb.