Dit hoort helaas bij depressie, maar niet bij jou

‘Dit hoort helaas bij depressie..

maar niet bij jou.’

Een vriend die psychologie heeft gestudeerd zei dit laatst tegen mij. En zijn woorden bevestigde mijn eigen idee dat ik te maken had met een externe factor (de depressie) die intern opereerde.

Alsof iets wat niet van jou is zich heeft vastgebeten in je huid. Zoals het gif van een kleine monsterteek je lichaam langzaam naar de ziekte van Lyme kan voeren, zo weet dit externe kwaad ook hoe het op onzichtbare wijze je brein en lichaam kan overnemen.

Psychische klachten*
Nu blijkt dit een symptoom te zijn van mensen met een evenwichtsstoornis, zoals ik.

Niet alleen omdat sociale situaties, huishoudelijke taken, hobby’s en werk bemoeilijkt wordt en grote vrijheidsbeperking gepaard kan gaan met depressie, maar vooral omdat de psychische klachten die ontstaan bij mensen met een evenwichtsstoornis een fysiologische oorzaak hebben.

Het evenwichtssysteem in de hersenen is namelijk sterk verbonden met het gevoelssysteem waardoor evenwichtsklachten direct kunnen leiden tot psychische klachten en de psychische klachten voor een toename van de evenwichtsklachten kunnen zorgen. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel. Een cirkel waarin ik (letterlijk 😵‍💫) rondjes blijf draaien. (Lees hier meer informatie over uitval van het evenwichtsorgaan.)

Je hebt een depressie, je bent het niet
De woorden van die vriend kwamen op een goed moment. Een moment waarop je je begint te identificeren met gedachten die uit drek zijn ontstaan.

Als je zelf soms niet meer goed in staat bent jezelf van een bepaald kwaad te onderscheiden (ondanks dat deze nu toch echt al een tijdje bij mij hoort) dan kan het prettig zijn dat anderen daarin kunnen helpen.

Zij zien onder de vele complexe lagen identiteit die een mens bezit, mijn Bo-zijn op vele niveaus. Niemand ziet ze allemaal of volledig, ik evenmin, maar bij elkaar spiegelen ze wie ik ben.

Via die spiegel zie ik een stukje meer van mezelf. Als ik naar de mensen om mij heen kijk, voornamelijk mijn dierbaarste vrienden die ervoor kiezen met mij te zijn, dan zie ik in hun ogen de mijne. Dan zie ik in hun mooi-zijn, mijn eigen mooi-zijn weerspiegeld.

En daar, daar kan geen depressie tegenop.

Correctie**
Nou ja, zo had ik het liefst mijn blog afgesloten. Met die laatste woorden.

Maar als (toegepast) filosoof tracht ik te zoeken naar inzicht (of waarheid zo je wilt) en niet naar manieren om jou als lezer je goed te laten voelen. Want een depressie (die in nog meer vormen komt dan het aantal haren dat je in een mensenleven uit het doucheputje plukt) kent geen ruimte voor mooie woorden en lieve gebaren.

Althans…

…de depressie niet…

…maar de persoon in kwestie wel.

 

 

* Ondanks dat depressie een ontzettend ingewikkeld containerbegrip is, heb ik er in dit stuk voor gekozen niet de tientallen definities die horen bij depressie uiteen te zetten. We kennen lichte en zware depressies (zeer problematische termen als je het mij vraagt), psychotische, chronische, seizoensgebonden, postpartum of manische. Het spreekt voor zich dat iedere vorm en ieder mens zijn eigen symptomen en eventuele behandelwijzen heeft.

** Voor contact, nood en steun bij suïcidale gedachten bel je gratis 0800-113 of ga je naar www.113.nl 


Waarom de tijd je wonden wel zal helen, maar je tranen niet zal opdrogen

Soms lees ik uitspraken die recht door mijn huid heen bijten. Iedere keer dat ik zo’n uitspraak opnieuw tot mij moet nemen, vaak via social media, spuit deze uitspraak-teek een nieuw beetje gif in mijn bloed.

Tijd als vijand
We kennen bijvoorbeeld allemaal de uitspraak: tijd heelt alle wonden. Maar blijkbaar heeft die uitspraak zijn beste tijd gehad. Steeds vaker lees ik varianten als: ‘Tijd heelt alle wonden dus niet‘ en ‘Tijd heelt niet alle wonden.’

Ik lees het vaak bij mensen die een ouder zijn verloren en na een jaar een prachtige herinnering delen met vervolgens de hashtag: #tijdheeltallewondendusniet

Zullen we die conclusie nog even uitstellen?
Persoonlijk vind ik dat een nogal voorbarige conclusie na een jaar, zonder daarmee de pijn van de desbetreffende persoon tekort te doen. En ik zal natuurlijk even uitleggen waarom.. Het is namelijk prima dat je iets vindt, maar neem ook de verantwoordelijkheid door dat wat je zegt uit te leggen.

Ik heb hier niet de ruimte om in te gaan op het concept tijd, dus zie ik voor nu de tijd als een opeenvolging van momenten waarbij er een heden is, een verleden en een toekomst op een horizontale lijn van ouder worden (typische westerse opvatting, maar laat ik nou net ook een westerling zijn 😉 ).

Misbegrip
Open wonden zijn verschrikkelijk en ik zie rouw als een innerlijke open wond. Na een jaar van verdriet en pijn kan de wond nog steeds rauw aanvoelen, pijnlijk, gevoelig en soms zelfs nog bloedend zijn.

In deze context zal echter tijd de herinnering niet wegnemen. Evenmin de gevoeligheid. Ik denk dat daar misbegrip over is ontstaan.

Alsof ik de pijn ontken die de dood van een dierbare mij heeft gekost als ik zeg dat tijd alle wonden heelt. Alsof ik de ernst van het persoonlijk lijden bagatelliseer als ik ervoor uitkom dat het leven zonder deze persoon ook zijn weg heeft gevonden.

Ik denk dat de angst voor deze zin is ontstaan uit een verkeerd begrip van de woorden ‘heelt alle wonden’. De huid waarvan een wond is hersteld is niet meer dezelfde huid als vóór de wond. En daar zit ‘m precies de misvatting. Als een wond is genezen wil dat niet zeggen dat het er nooit heeft gezeten.

De waarde van tijd
Als je na een rouwperiode de draad van het leven weer op probeert te pakken, wil dit niet zeggen dat daarmee je tranen zijn opgedroogd. Het wil ook niet zeggen dat het leven wel prima is nu. Misschien, na een aantal maanden, een aantal jaar of tientallen jaren, zal je ervaren dat wonden helen omdat je hebt geleerd dat na grote wonden littekens ontstaan.

Ze zijn geheeld maar worden niet vergeten. En soms blijven ze altijd gevoelig als je erover heen wrijft, iemand er zachtjes op drukt of het leven dezelfde wond in één keer opnieuw openrijt. Ook dan zal de tijd je helpen. Al is het maar omdat de tijd je uiteindelijk inhaalt en zo toch echt, alle wonden heelt.


Ja, dus? We gaan toch dood

Ik was denk ik een jaar of 15 toen ik niet meer snapte waar iedereen mee bezig was. Ik wilde zo graag schreeuwen: ‘We gaan toch dood!’ Waarom zoveel moeite doen om iets uit het leven te halen? De zinloosheid greep me bij mijn keel (doet het nog steeds). Ik kon er emmers mee vol huilen (kan ik nog steeds).

Ik observeer en kijk met verwondering naar mensen die reizen, dansen, lachen, vrienden worden of verliefd, nachtenlang vrijen en werken om te kunnen leven. Ik geloof dat het leven op zichzelf geen hoger doel dient en dat het op zichzelf betekenisloos is. En zinloos. Ik ben een nihilist.

Nihilisme en pessimisme zijn geen synoniemen
Dit betekent alleen niet dat ik vind dat niks er toe doet of dat ik al mijn ervaringen met een zwarte stift omlijn.

Ik heb zo mijn waarden en principes. Die kunnen echter uitstijgen boven mijn eigen persoon omdat ik mij bewust ben van mijn eigen eindigheid en mijn plaats als heel klein deeltje van een immens groot geheel.

Je heroverweegt met nihilistisch perspectief je eigen waarden. Zoals Wendy Syfret het verwoord in haar boek ‘De opgewekte nihilist’: ‘Zodra je inziet dat de wereld niet om jou draait, maar dat je slechts een persoon bent die op deze planeet woont, realiseer je je dat die planeet het enige is dat blijvend is. Nihilisme leidde tot een complete desillusie van mezelf. Daarom steek ik mijn tijd en energie nu in werk voor het klimaat. Dat is iets wat er écht toe doet, veel meer dan ikzelf.’

Lach, huil, vrij en laat je tv uit
In die context kunnen we lachen, vrienden worden of verliefd, nachtenlang vrijen en huilen, zonder dat er een enorme druk komt te liggen op ‘een betekenisvol of zinvol leven leiden’ met bijbehorende externe verwachtingen die we hebben geïnternaliseerd (zoals zoveel mogelijk bucketlist ervaringen afstrepen om ’te voelen dat je leeft’ want je leeft ten slotte maar één keer).

De reclame-industrie weet onze hang naar betekenis en zinvolle ervaringen goed te gebruiken. Of het nu om een auto, een ijsje of een horloge gaat: zonder is je leven een stuk minder waard en betekenisvol.

Bullshit natuurlijk. Maar mocht je zelf ook veel bezig zijn met zingeving en zie je tijd soms als je grootste vijand, lees dan eens ‘De opgewekte nihilist’. Ik beloof je dat het een zeer zinvolle ervaring is ;).


Komt een vrouw bij de psycholoog

Al weken loop ik met de vraag rond wat er van mij als mens overblijft in deze zieke toestand. Voor mij was deze vraag tot voor kort retorisch van aard.

Tot mijn psycholoog vroeg: ‘Dus? Wat blijft er van je over?’ Ik vond dat zo raar dat ik in de lach schoot. ‘Ik heb daar niet over nagedacht. De vraag stellen leek me voldoende en geeft mijn machteloosheid weer ten opzichte van mijn leven op dit moment.’

‘Het gaat er niet om,’ vervolgde ik mijn verhaal toen het stil bleef, ‘wat er echt van mij overblijft maar dat het begrippenkader waarbinnen ik normaal gesproken zin ervaar, is verschoven. Ik kan mijzelf niet meer als zinvol aanschouwen binnen dit kader en dat maakt dat de betekenis van mij als mens verdwenen is.’

‘Juist,’ zei de vrouw tegenover mij in haar lichtroze vrouwenpak die haar ontzettend goed stond, ‘ga maar eens nadenken over wie jij nog bent als andere mensen jou minder of niet nodig hebben en als je je eigen potentieel niet kunt benutten. Identiteitskwestie, maar ik denk dat jij genoeg gereedschap in je kist hebt zitten om daarmee aan de slag te gaan.’

Ik sprak erover met een vriend van de studie. Zonder zijn woorden was dit blog er niet geweest. Dank mijn vriend.

Een hele week later
Een week later was de sessie zeer intens. Toen mijn psycholoog de woorden sprak: ‘Ik snap dat je nu niet naar me kunt luisteren omdat je boos bent,’ kreeg ik pas door dat ik tegen haar stond te schreeuwen. Niet zoals hysterische vrouwen in jaren 80 films doen als ze met servies smijten, maar meer als een kind dat opstandig is en het gevoel heeft dat helemaal niemand haar begrijpt.

Ik dempte bij de bewustwording direct mijn stem en veegde het kwijl van mijn kin (ik ga het niet mooier maken dan het is).

Blote voeten liefde
Na afloop, wandelend langs de weilanden, was ik leeg van alle emoties en vol van nieuwe richtingaanwijzers.

Ik trok mijn schoenen en sokken uit, wandelde op mijn blote voeten verder en zag andere paden ontstaan richting ouderdom.

De snelweg zal het voor mij niet meer worden: mijn kleine, oude autootje trekt dat gewoon niet. Het blijkt gelukkig ook niet de enige weg te zijn. Misschien niet eens de leukste, al verschilt dat per auto. De mijne tuft traag voort en hapert af en toe zodat ik moet uitstappen, verplicht ben om om me heen te kijken en andere autobestuurders leer kennen op deze scenic routes. 

Kop in het zand of…?
Ik stap op een scherp steentje en maak een sprongetje op mijn linkervoet. De man die aan de overkant van het fietspad me tegemoet loopt zegt: ‘Daarom hebben ze schoenen uitgevonden.’ Ik zeg lachend: ‘Het scherpe gevoel is alweer verdwenen.’

Het liefst had ik erachteraan gezegd: ‘Het vermijden van al het ongemak is geen leven dat van mij geleefd hoeft te worden.’ Maar in het echt ben ik een stuk minder gevat dan in het geschreven woord. (Ik zei toch dat ik het niet mooier ga maken dan het is.)

Want door de pijn van vandaag weet ik wat ik ben en blijf: Een mens met een voorliefde voor de kleur groen in al dat leeft, die graag op blote voeten wandelt en liefde kan voelen in het groot voor het klein.


De dood krast in je ziel - rouw om wat niet meer is

16 jaar was ik, zo wijs als de Dalai Lama (vond ik😉 ) en nog heel veel hoge pieken en diepe dalen te gaan, voelde ik. De vrouw, die ik bij vriendinnen altijd mijn tweede mama noemde, kwam te overlijden. Anderen noemden haar mijn oma, maar voor mij dekte dat niet de lading.

Opa en oma
Iedereen had oma’s en opa’s en ja, die overlijden soms. Het leek me toentertijd een goede manier om voor het eerst met de dood in aanraking te komen. Dichtbij genoeg om te moeten rouwen en tegelijkertijd ook te ervaren dat ons leven, uiteindelijk, en het liefst zo oud mogelijk, altijd leidt tot de dood.

Maar met mijn oma was dat anders. Zij moest de uitzonderingspositie claimen. Zij mocht niet dood. Zij kon niet dood (ik had toen al een goed gevoel voor drama). En dus lag ik twee jaar voor haar dood te woelen in bed. Huilend, piekerend, angstig.

Sinterklaas, wie kent ‘m niet
Dat jaar trok ik een lootje met haar naam erop. Zo blij als een kind! Want dat was ik toen natuurlijk ook nog. Maar goed, ik maakte als surprise een mega plattegrond met allemaal eilanden waar wij samen naartoe zouden fietsen.

De kaart had een creatief eiland, aangezien mijn oma en ik iedere week samen schilder- en tekenles volgden. Het had een vakantie-eiland, aangezien mijn oma en ik ieder jaar met zijn tweetjes op vakantie gingen (Rotterdam, ’t Gooi, Terschelling, Den Haag). En natuurlijk was daar het kookeiland, zie mijn blog over de prachtige kookkunsten van mijn oma.

Tot slot was er het huil-eiland. Op dat huil-eiland bevond ik me al een tijdje, schreef ik in het gedicht. ‘Want wie was ik zonder jou: de vrouw, van wie ik zoveel hou.’ (Ja, mijn dichtkunsten waren nog niet volledig ontwikkelt oké 😉 .)

Een week later had ik een cadeautje voor haar gekocht met een kaart. Op de kaart (ik heb ‘m laatst teruggevonden) stond: ‘Omdat ik bang ben dat je doodgaat.’

Een klein jaar later bleek ze ziek. Nog een jaar later was ze dood.

Pijn
Rouw is zoiets ongrijpbaars. Het is geen keer hetzelfde en het soort pijn dat geen fysieke plek kent, kent een ander verloop. Het is geen pijn die je kan vastgrijpen zoals je op het voetbalveld met een vertrokken gezicht naar je enkel grijpt als iemand je een rotschop heeft gegeven.

Je kunt jezelf niet vastpakken, sussen, je zachte hand op de zere plek leggen. Je kunt niet strelend over de bult wrijven om jezelf te verzekeren dat het echt een behoorlijke klap is geweest. Je kunt zelfs niet even de betreffende spier of het gewricht bewegen, om te zien of de pijn er nog wel zit.

Leeg en voller dan ooit
Rouw gaat dieper het lichaam in. Het vreet al wat leeft uit dat lichaam om je aan een gevoel van leegte, onbegrip en machteloosheid over te geven. Op hetzelfde moment zit je voller dan ooit met emoties die met elkaar vechten om de aandacht.

‘Leeg en voller dan ooit.’ Die ambiguïteit is voor mij kenmerk van het leven geworden. Tijd is daarbij belangrijk. Tijd is een noodzakelijk aspect bij het herstel van pijn en dus ook bij rouw.

Leed vreet
Tijdens het rouwen ga je in gesprek met jezelf en ontdek je hoe jij reageert op tegenslag, verlies en pijn.

Je rouwt niet alleen om wat de ander voor jou betekende, je rouwt ook om het deel in jezelf dat vervlochten was met de ander en nu verdwenen is. Wie ben jij nog zonder die ander?

Na verloop van tijd ga je langzaam het leven weer in. Gelaagder dan eerst.

Rouwen is stilstand, terugkijken, emoties uiten en de herinnering leren waarderen. Met krassen op de ziel. Krassen die uiteindelijk geen krassen maar een mensenleven aan tekeningen laten zien.

Hoe ziet jouw tekening eruit?


'Boos huis' voor boze mensen

Boosheid therapie, dat lijkt me wel wat. Niet alleen voor mij, maar ook voor anderen. Ik zie het al helemaal voor me. En jij na dit blog waarschijnlijk ook! 😉

Natuurhuisje
Stel je eens een langwerpig houten huis voor, met veel land aan de achterzijde waarin wat kippen scharrelen, eenden gezellig kwakend laten weten dat ze bestaan (geen haan) en een hangbuikzwijntje dat de modder gebruikt als zonnebrandcrème (ieder zo zijn voorkeuren toch?).

Er zijn geen wandelaars of andere organismes met verdacht veel menselijke trekken in de buurt. Het is een plekje aan het einde van de wereld en toch op geen half uurtje autorijden bij je vandaan.

Zie je het voor je?

Welke kies jij?
In het huis zijn 3 kamers voor de BOosheid-therapie. De eerste kamer lijkt wel een danslokaal: overal spiegels en in het midden een boksbal. Therapeutisch BOksen noem ik het. (Ik moet zelf nog even de nodige privé-lesjes volgen want mijn oom wees me er gisteren op dat ik helemaal verkeerd stond met het slaan , maar genoeg knappe personal trainers die goed kunnen boksen. Ik zie alleen maar voordelen in wat extra hotter-than-my-boxer lesjes.)

In deze kamer mag je het opnemen tegen jezelf. Tegen je eigen demonen en tegen alle mensen die je door je eigen ogen terugziet in de spiegel. Je mag huilen, schreeuwen en kapotgaan. Nog eens schreeuwen, kapotgaan en huilen.

Lekker stuk
Dat kapotgaan hoef je niet per se zelf te ondergaan. Weet je namelijk hoe jaloers ik altijd ben op acteurs die met dingen mogen smijten in series en films? Godsamme wat lijkt me dat heerlijk.

Mijn probleem is namelijk dat de eerste twee letters van de naam van mijn huis, mij goed passen. De laatste twee krijg ik alleen niet te pakken. Zo wordt deze BO dus nooit BOOS. Zonde. Want het is een primaire en zeer belangrijke emotie die er graag, hoewel het liefst gecontroleerd, ook uitmoet.

Ik heb daar iets op bedacht in ‘Boos huis’.

Money money money
Er is een kamer waar je met servies mag smijten. Dat is toch een droom die uitkomt? Daar wil je mij toch wel miljonair mee maken? Ja, dat dacht ik dus ook. Als een hysterische vrouw kopjes op de grond gooien en borden naar een denkbeeldige Brad Pitt smijten (desnoods met script).

Met mijn dramatische tips, komt mijn kleine beetje theaterervaring toch van pas, zouden we het zelfs kunnen filmen! (Multimiljonair worden lijkt me namelijk ook wel wat als ze er in Hollywood achterkomen dat bij mij de meeste sterren worden opgeleid.)

Natte droom
Goed, in de laatste kamer komt mijn kunstenaarshart naar boven. Hier mag je met verf smijten en gooien op lakens en doeken. Zo kun je een verffles op de grond leggen en er dan keihard op springen. De rode verf zal zich met een gigantische vaart door de kamer verspreiden.

Dit gaat toch je stoutste dromen te boven? Naja, oké, je mag ook best naakt liggen rollen in de verf hoor. Als dat nu wel je stoutste dromen overtreft.

Deze kamer heet: ‘Ik-vier-het-irrationele-en-onverklaarbare-van-mijn-mens-zijn’ want dat bekt zo lekker.

Terug naar de werkelijkheid
Dus, tja, omdat dit allen verzonnen is (goh, echt waar Bo? Wat verrassend!) moet ik mijn boosheid op een andere manier uiten. Met een beetje hulp van tantelief.

Zij heeft met me staan schreeuwen op het weiland terwijl de honden vrolijk mee blaften (of juist niet zo vrolijk) en raapt me iedere keer op als de boksbal de klappen opvangt die ik in geen jaren heb geuit. Gevoelens uiten. Blijkbaar nodig. Klote ogen, klote evenwichtsorgaan, klote duizeligheid, klote ziekte, klote leeftijd, klote timing, klote, klote, klote.

Klote blog eh?


Op weg naar geluk

Er wordt zo vaak gezegd: ‘Denk aan jezelf eh. Het is tijd om aan jezelf te denken. Denk vooral aan jezelf.’ Maar is het gemis aan betekenis, omdat we God in de steek hebben gelaten en onze zin nu ergens anders vandaan moeten halen, niet juist een reden om je meer in plaats van minder tot de ander te richten?

Het devies luidt nu: ‘Eerst aan jezelf denken’ en ergens snappen we zelf ook wel wat daarmee bedoeld wordt. Namelijk dat we pas waarde kunnen toevoegen aan andermans leven als we diezelfde waarde ook toekennen aan onszelf.

Jezelf voorbij lopen is op de lange termijn nergens goed voor. Niet voor anderen en niet voor jezelf. Maar dat we dit snappen, betekent niet dat die taal zelf zo onschuldig is. In tegendeel.

Mijn gevoel. Mijn geluk.
En dus richten we onze aandacht steeds meer naar binnen want dat is wat we te horen krijgen. Jezelf, jezelf, jezelf. Daar moeten we mee bezig zijn, daar moeten we onze zingeving vandaan halen en dat moet centraal staan in ons leven. Als ík mij maar goed voel. Mijn gevoel. Mijn lichaam. Mijn zingeving. Mijn geluk.

Sommigen zijn zo gericht op het eigen gevoel en geluk dat het verstand mee is gaan helpen. Met liefde laat het verstand ons zien hoe we ergens van kunnen profiteren. Hoe we alledaagse zaken zo kunnen regelen dat jouw individuutje er wel het meeste voordeel uithaalt.

Bijvoorbeeld dat etentje betalen en via een iets duurder tikkie weer wat euro’s besparen of je dienst niet een keertje willen ruilen met een collega in nood omdat je dan een uur eerder moet opstaan.

Mijn gevoel. Mijn geluk.

Schouderklopjes
Om nog maar te zwijgen van de commercie die ons via aanbiedingen (wat al lang geen echte aanbiedingen meer zijn), toch een gevoel geeft dat we een goede daad hebben verricht. Voor onszelf. We zijn dol op schouderklopjes van het eigen ik.

Door dat eeuwige gericht zijn op je eigen gevoel en geluk en dit doelmatig (met behulp van de ratio dus) na te streven, vergeten we dat een gevoel van betekenis en binding niet zoveel te maken heeft met het gevoel er zelf altijd het beste uit te komen.

Geven of nemen?
Wijsheid ligt overal voor het oprapen en het is allemaal al eens gezegd. Maar omdat de tijd continu verandert en daarmee de tijdsgeest ook, kunnen we oude wijsheden in een nieuw jasje stoppen.

Activisten, donateurs en vrijwilligers weten al jaren dat boven jezelf uitstijgen en in de onbaatzuchtigheid iets kunnen betekenen voor iets of iemand anders, een immens effect heeft op ons eigen gemoed.

Niet mijn gevoel, mijn geluk en mijn leven. Maar onze gevoelens, ons geluk en onze aarde.


'O agent, wat doet u nu?' - Beboet in Deventer

Een paar dagen weg zonder Snapchat, Instagram, Whatsapp en Facebook in Deventer. Ik houd ontzettend van ironie. Maar ik vond dit iets minder grappig.

Na de zoveelste keer verdwaald te zijn geweest en mijn kaart in gedachten door midden te hebben gescheurd en de wegwijzers helemaal zwart te hebben geschilderd, pakte ik Google Maps erbij.

Er is geen excuus om dat fietsend te doen. Het was wel in één klap een dure ‘paar daagjes weg’.

Politieagent en ook nog model
Het waren ook nog eens twee super knappe agenten. En laat ik nou net geen knap woordje uit kunnen brengen op zo’n moment, aangezien het hele gebeuren een gek soort kortsluiting veroorzaakte.

In mijn hoofd lag ik daar al geboeid op de stoep met een gespeelde ‘O, meneer de agent, wat doet u nu?’

Ik grinniken. ‘Valt er wat te lachen mevrouw?’
‘Uuhh, nee natuurlijk niet. Het is een uiting van… spanning. Ik ben gespannen op dit moment.’

Ik kon bijna geen goedlopende zin mijn mond uitkrijgen. En ik verafschuwde mezelf erom.

Freeze, fight, flight – die laatste twee leken me niet zo handig, dus ja
Waarom kon ik de agenten niet vragen waarom ze me niet kwamen helpen toen ze me mijn kaart weer in mijn zak zagen doen, drie keer gedesoriënteerd zagen omkeren om ten slotte mijn mobiel erbij te pakken?

Ze hadden namelijk net gezegd dat ze me zagen zoeken en vroegen mij nu of ze me konden helpen (NADAT ze dus de bon hadden uitgeschreven).

Er is geen excuus voor fietsen met je telefoon in je handen. Zelfs niet als het vijf meter is op een veilig fietspad zonder tegenliggers en je weer eens verdwaald bent. Ik vind het net zo’n slechte daad als jullie. En nadat ik van de schrik was bekomen en huilend op een stoepje aan het bijkomen was van de spanning, wist ik wat me te doen stond.

Fout
Ik herinnerde mij de post die ik afgelopen week op mijn Instagram account had geplaatst: ‘Je mag bestaan. Onvoorwaardelijk.’ En de uitleg daarbij over pleasers. (In het kort hebben pleasers de neiging om zich aan te passen om maar niet afgewezen te worden. Alsof je alleen gezien wordt, als je zorgt voor anderen. Alsof je alleen gehoord wordt, als je zelf heel veel luistert of werkt of aardig of lief bent. Alsof je alleen mag bestaan, onder voorwaarden.)

Ik maak van fouten het liefst propjes, zo klein mogelijk, om ze vervolgens onder mijn bed te leggen en nooit meer onder dat bed te kijken.

Aardverschuiving
Maar ik ben aan het verhuizen. En bij het verhuizen moet ook het bed mee en alle rotzooi die eronder ligt. Er vindt een verhuizing in mij plaats die ongekend is. En dat zorgt voor stress, spanning en een hele hoop oude troep.

Nu ben ik aan het opruimen en bij dat opruimen hoort verwerking en verwerping. Welke spullen horen nog bij mij? En van welke kan ik voorgoed afstand nemen?

Ik heb besloten mijn ‘fout’ met jullie te delen. Omdat ik op die manier de boete niet onder mijn bed hoef te schuiven. Ik kan ‘m in mijn schriftje plakken met vervelende ervaringen. En dat is het. Of nou ja, mijn fantasie gaat er in mijn dromen goed mee om. ‘O, buurman… uuhh agent… wat doet u nu?’


Een vis in een te kleine vissenkom: dat ben ik

Ik vond het weer eens tijd voor een blog. Maar waar ga je het over hebben als je een vis bent in een vissenkom van een oud vrouwtje? Lees hier mijn blog over langdurig ziek zijn.

Zal ik het hebben over het glas dat zo mooi schoon is dat je alles kan ervaren van andere levende wezens? Over de techniek die dat mogelijk heeft gemaakt? Misschien moet ik over diegene schrijven die glas heeft uitgevonden, waardoor je nu niet alleen je eigen ervaringen maar ook die van anderen kan beleven.

Praten, zuipen, feesten
Gisteren was het oude vrouwtje jarig. Of misschien ging het over de komst van de Christelijke kerk. Weet ik veel. Ik kon, vanuit mijn vissenkom, het geheel aanschouwen maar ik maakte er geen onderdeel van uit.

Er ontstaat zo een dubbele beleving in je eigen realiteit. Je maakt alles wat er gebeurt wel mee, maar je mengen in een discussie op het feestje (of überhaupt een dansje meedoen), dat lukt niet achter dat dikke, schone glas.

Groen is een mooie kleur
En dus richt je je op je eigen kom. Op je eigen wateren. Daar ontstaan plots kleuren die er daarvoor ook heus wel waren, maar die je nooit op die manier had waargenomen. Het groen van het zeewier is zoveel groener in je eigen kom dan alle andere kleuren groen buiten het glas.

Of ik richt mij op mijn mede vissenvriendjes die me komen helpen als ik mij verlies in het turen naar de ‘andere wereld’. En als ik rondjes blijf zwemmen om mijn eigen staart, dan helpt de oude wijze vis mij daarbij.

De ruimte in de ruimte
Als mijn focus zich naar binnen keert en zich richt op de trillingen die ik zelf voortbreng in mijn eigen water, dan lijkt mijn kom groter en groter te worden. In de ruimte ontstaat zo ruimte voor mijn creativiteit.

En daar heb ik een vis gevonden waarmee ik dezelfde interesse in taal deel, maar, oh ironie, die ik door een taalbarrière niet altijd kan vinden (hij is Vlaams).

Vissen hebben in dit blog ook een Insta-account. De mijne heet Dichtisme. Want als wandelen en spelen met woorden het enige is waar ik op dit moment toe in staat ben, dan rimpelt mijn water misschien iets minder dan die van jullie, maar is mijn eigen vissenkom er niet minder rijk om.

In tegendeel.


Ik had hem het liefst direct uitgekleed

Reünietje. Oud-basisschoolleerlingen. Drukte. Dus ja, ik had afgezegd vanwege mijn aanhoudende fysieke klachten.

Ze spraken af om te gaan eten in een restaurant bij mij om de hoek. Ik kon het niet laten. Gewapend met pet, oordopjes en het verlangen weer als vanouds wat gezelligheid te ervaren, vertrok ik om een 7-up mee te drinken.

Liefde in verschil
Kom ik binnen, schuif ik natuurlijk gelijk naast mijn eeuwig verstrengelde, veilige, best friend forever. Mijn maatje, ondanks dat hij een gezelschapshond is en ik een zeemeeuw.

We zouden elkaar in het dierlijke leven op het strand geen blik waardig gunnen. Te apart. Te verschillend om samen door één denkbeeldige stranddeur te kunnen. Ons menselijke leven verloopt anders.

Ik ontmoette hem ‘opnieuw’
Aan de andere kant van mij zat een jongen die ik in geen 14 jaar had gesproken. Of man.

Ik vind het lastig dat ik hem niet iets langer heb kunnen spreken. 1 op 1. Ik wil niet blijven snorkelen, hoe leuk ook, aan de oppervlakte. Ik wil direct diepzeeduiken.

Ik wil onder iemands huid kunnen kruipen en zien welke politieke kleur bloed er vervoerd wordt van de longen naar het hart. Ik wil zien hoe de waarden die iemand bij zich draagt van het hart richting de organen stromen, waar zich een mens vormt met idealen, dromen en principes.

Mooiheid zit vanbinnen (maar ook vanbuiten hoor)
Hij was zo onbevooroordeeld en geïnteresseerd dat ik ‘m het liefst direct had uitgekleed. Figuurlijk dan eh, al moet ik zeggen dat ik letterlijk ook niet heel erg had gevonden hoor.

Als ik Doutzen had geheten en mijn hoofd maar een klein beetje meer op dat van haar had geleken, had ik Kevin gevraagd of ik alsje alsjeblieft een beschuitje met hem zou mogen eten. En natuurlijk iets meer dan dat beschuitje alleen. Snap je? Zo’n jongen dus. Of man.

Lijden
In deze, voor mij moeilijke periode, vind ik mooie mensen extra mooi. Ik kan er niks aan doen. Alsof mijn voelsprieten extra gevoelig zijn en zich vergrijpen aan iets van waarde, betekenis of mooiheid om mij heen.

Omdat ik het ook zo vaak niet kan voelen.

En dus zal ik dit stuk gewoon opnieuw lezen. En opnieuw.

Morgen bijvoorbeeld, als ik een slechte dag heb en ik zo weinig kan dat zelfs mijn konijnen een productievere en betekenisvollere dag hebben dan ik. Als ik mij vanbinnen zo leeg voel, dat zelfs een egel aan het eind van zijn winterslaap zich meer gevuld voelt dan ik.

Ps.
Mocht de desbetreffende jongen, of man, dit lezen en mocht ik hem in mijn leven nog een keer tegenkomen, dan beroep ik mij op mijn zwijgrecht. Tenzij hij inziet dat mijn haargrens, toevallig, precies daar begint waar die van Doutzen ook begint! En hij toch nog dat beschuitje met me wil delen.