Komt een vrouw bij de psycholoog

Al weken loop ik met de vraag rond wat er van mij als mens overblijft in deze zieke toestand. Voor mij was deze vraag tot voor kort retorisch van aard.

Tot mijn psycholoog vroeg: ‘Dus? Wat blijft er van je over?’ Ik vond dat zo raar dat ik in de lach schoot. ‘Ik heb daar niet over nagedacht. De vraag stellen leek me voldoende en geeft mijn machteloosheid weer ten opzichte van mijn leven op dit moment.’

‘Het gaat er niet om,’ vervolgde ik mijn verhaal toen het stil bleef, ‘wat er echt van mij overblijft maar dat het begrippenkader waarbinnen ik normaal gesproken zin ervaar, is verschoven. Ik kan mijzelf niet meer als zinvol aanschouwen binnen dit kader en dat maakt dat de betekenis van mij als mens verdwenen is.’

‘Juist,’ zei de vrouw tegenover mij in haar lichtroze vrouwenpak die haar ontzettend goed stond, ‘ga maar eens nadenken over wie jij nog bent als andere mensen jou minder of niet nodig hebben en als je je eigen potentieel niet kunt benutten. Identiteitskwestie, maar ik denk dat jij genoeg gereedschap in je kist hebt zitten om daarmee aan de slag te gaan.’

Ik sprak erover met een vriend van de studie. Zonder zijn woorden was dit blog er niet geweest. Dank mijn vriend.

Een hele week later
Een week later was de sessie zeer intens. Toen mijn psycholoog de woorden sprak: ‘Ik snap dat je nu niet naar me kunt luisteren omdat je boos bent,’ kreeg ik pas door dat ik tegen haar stond te schreeuwen. Niet zoals hysterische vrouwen in jaren 80 films doen als ze met servies smijten, maar meer als een kind dat opstandig is en het gevoel heeft dat helemaal niemand haar begrijpt.

Ik dempte bij de bewustwording direct mijn stem en veegde het kwijl van mijn kin (ik ga het niet mooier maken dan het is).

Blote voeten liefde
Na afloop, wandelend langs de weilanden, was ik leeg van alle emoties en vol van nieuwe richtingaanwijzers.

Ik trok mijn schoenen en sokken uit, wandelde op mijn blote voeten verder en zag andere paden ontstaan richting ouderdom.

De snelweg zal het voor mij niet meer worden: mijn kleine, oude autootje trekt dat gewoon niet. Het blijkt gelukkig ook niet de enige weg te zijn. Misschien niet eens de leukste, al verschilt dat per auto. De mijne tuft traag voort en hapert af en toe zodat ik moet uitstappen, verplicht ben om om me heen te kijken en andere autobestuurders leer kennen op deze scenic routes. 

Kop in het zand of…?
Ik stap op een scherp steentje en maak een sprongetje op mijn linkervoet. De man die aan de overkant van het fietspad me tegemoet loopt zegt: ‘Daarom hebben ze schoenen uitgevonden.’ Ik zeg lachend: ‘Het scherpe gevoel is alweer verdwenen.’

Het liefst had ik erachteraan gezegd: ‘Het vermijden van al het ongemak is geen leven dat van mij geleefd hoeft te worden.’ Maar in het echt ben ik een stuk minder gevat dan in het geschreven woord. (Ik zei toch dat ik het niet mooier ga maken dan het is.)

Want door de pijn van vandaag weet ik wat ik ben en blijf: Een mens met een voorliefde voor de kleur groen in al dat leeft, die graag op blote voeten wandelt en liefde kan voelen in het groot voor het klein.


De dood krast in je ziel - rouw om wat niet meer is

16 jaar was ik, zo wijs als de Dalai Lama (vond ik😉 ) en nog heel veel hoge pieken en diepe dalen te gaan, voelde ik. De vrouw, die ik bij vriendinnen altijd mijn tweede mama noemde, kwam te overlijden. Anderen noemden haar mijn oma, maar voor mij dekte dat niet de lading.

Opa en oma
Iedereen had oma’s en opa’s en ja, die overlijden soms. Het leek me toentertijd een goede manier om voor het eerst met de dood in aanraking te komen. Dichtbij genoeg om te moeten rouwen en tegelijkertijd ook te ervaren dat ons leven, uiteindelijk, en het liefst zo oud mogelijk, altijd leidt tot de dood.

Maar met mijn oma was dat anders. Zij moest de uitzonderingspositie claimen. Zij mocht niet dood. Zij kon niet dood (ik had toen al een goed gevoel voor drama). En dus lag ik twee jaar voor haar dood te woelen in bed. Huilend, piekerend, angstig.

Sinterklaas, wie kent ‘m niet
Dat jaar trok ik een lootje met haar naam erop. Zo blij als een kind! Want dat was ik toen natuurlijk ook nog. Maar goed, ik maakte als surprise een mega plattegrond met allemaal eilanden waar wij samen naartoe zouden fietsen.

De kaart had een creatief eiland, aangezien mijn oma en ik iedere week samen schilder- en tekenles volgden. Het had een vakantie-eiland, aangezien mijn oma en ik ieder jaar met zijn tweetjes op vakantie gingen (Rotterdam, ’t Gooi, Terschelling, Den Haag). En natuurlijk was daar het kookeiland, zie mijn blog over de prachtige kookkunsten van mijn oma.

Tot slot was er het huil-eiland. Op dat huil-eiland bevond ik me al een tijdje, schreef ik in het gedicht. ‘Want wie was ik zonder jou: de vrouw, van wie ik zoveel hou.’ (Ja, mijn dichtkunsten waren nog niet volledig ontwikkelt oké 😉 .)

Een week later had ik een cadeautje voor haar gekocht met een kaart. Op de kaart (ik heb ‘m laatst teruggevonden) stond: ‘Omdat ik bang ben dat je doodgaat.’

Een klein jaar later bleek ze ziek. Nog een jaar later was ze dood.

Pijn
Rouw is zoiets ongrijpbaars. Het is geen keer hetzelfde en het soort pijn dat geen fysieke plek kent, kent een ander verloop. Het is geen pijn die je kan vastgrijpen zoals je op het voetbalveld met een vertrokken gezicht naar je enkel grijpt als iemand je een rotschop heeft gegeven.

Je kunt jezelf niet vastpakken, sussen, je zachte hand op de zere plek leggen. Je kunt niet strelend over de bult wrijven om jezelf te verzekeren dat het echt een behoorlijke klap is geweest. Je kunt zelfs niet even de betreffende spier of het gewricht bewegen, om te zien of de pijn er nog wel zit.

Leeg en voller dan ooit
Rouw gaat dieper het lichaam in. Het vreet al wat leeft uit dat lichaam om je aan een gevoel van leegte, onbegrip en machteloosheid over te geven. Op hetzelfde moment zit je voller dan ooit met emoties die met elkaar vechten om de aandacht.

‘Leeg en voller dan ooit.’ Die ambiguïteit is voor mij kenmerk van het leven geworden. Tijd is daarbij belangrijk. Tijd is een noodzakelijk aspect bij het herstel van pijn en dus ook bij rouw.

Leed vreet
Tijdens het rouwen ga je in gesprek met jezelf en ontdek je hoe jij reageert op tegenslag, verlies en pijn.

Je rouwt niet alleen om wat de ander voor jou betekende, je rouwt ook om het deel in jezelf dat vervlochten was met de ander en nu verdwenen is. Wie ben jij nog zonder die ander?

Na verloop van tijd ga je langzaam het leven weer in. Gelaagder dan eerst.

Rouwen is stilstand, terugkijken, emoties uiten en de herinnering leren waarderen. Met krassen op de ziel. Krassen die uiteindelijk geen krassen maar een mensenleven aan tekeningen laten zien.

Hoe ziet jouw tekening eruit?


Op weg naar geluk

Er wordt zo vaak gezegd: ‘Denk aan jezelf eh. Het is tijd om aan jezelf te denken. Denk vooral aan jezelf.’ Maar is het gemis aan betekenis, omdat we God in de steek hebben gelaten en onze zin nu ergens anders vandaan moeten halen, niet juist een reden om je meer in plaats van minder tot de ander te richten?

Het devies luidt nu: ‘Eerst aan jezelf denken’ en ergens snappen we zelf ook wel wat daarmee bedoeld wordt. Namelijk dat we pas waarde kunnen toevoegen aan andermans leven als we diezelfde waarde ook toekennen aan onszelf.

Jezelf voorbij lopen is op de lange termijn nergens goed voor. Niet voor anderen en niet voor jezelf. Maar dat we dit snappen, betekent niet dat die taal zelf zo onschuldig is. In tegendeel.

Mijn gevoel. Mijn geluk.
En dus richten we onze aandacht steeds meer naar binnen want dat is wat we te horen krijgen. Jezelf, jezelf, jezelf. Daar moeten we mee bezig zijn, daar moeten we onze zingeving vandaan halen en dat moet centraal staan in ons leven. Als ík mij maar goed voel. Mijn gevoel. Mijn lichaam. Mijn zingeving. Mijn geluk.

Sommigen zijn zo gericht op het eigen gevoel en geluk dat het verstand mee is gaan helpen. Met liefde laat het verstand ons zien hoe we ergens van kunnen profiteren. Hoe we alledaagse zaken zo kunnen regelen dat jouw individuutje er wel het meeste voordeel uithaalt.

Bijvoorbeeld dat etentje betalen en via een iets duurder tikkie weer wat euro’s besparen of je dienst niet een keertje willen ruilen met een collega in nood omdat je dan een uur eerder moet opstaan.

Mijn gevoel. Mijn geluk.

Schouderklopjes
Om nog maar te zwijgen van de commercie die ons via aanbiedingen (wat al lang geen echte aanbiedingen meer zijn), toch een gevoel geeft dat we een goede daad hebben verricht. Voor onszelf. We zijn dol op schouderklopjes van het eigen ik.

Door dat eeuwige gericht zijn op je eigen gevoel en geluk en dit doelmatig (met behulp van de ratio dus) na te streven, vergeten we dat een gevoel van betekenis en binding niet zoveel te maken heeft met het gevoel er zelf altijd het beste uit te komen.

Geven of nemen?
Wijsheid ligt overal voor het oprapen en het is allemaal al eens gezegd. Maar omdat de tijd continu verandert en daarmee de tijdsgeest ook, kunnen we oude wijsheden in een nieuw jasje stoppen.

Activisten, donateurs en vrijwilligers weten al jaren dat boven jezelf uitstijgen en in de onbaatzuchtigheid iets kunnen betekenen voor iets of iemand anders, een immens effect heeft op ons eigen gemoed.

Niet mijn gevoel, mijn geluk en mijn leven. Maar onze gevoelens, ons geluk en onze aarde.


'O agent, wat doet u nu?' - Beboet in Deventer

Een paar dagen weg zonder Snapchat, Instagram, Whatsapp en Facebook in Deventer. Ik houd ontzettend van ironie. Maar ik vond dit iets minder grappig.

Na de zoveelste keer verdwaald te zijn geweest en mijn kaart in gedachten door midden te hebben gescheurd en de wegwijzers helemaal zwart te hebben geschilderd, pakte ik Google Maps erbij.

Er is geen excuus om dat fietsend te doen. Het was wel in één klap een dure ‘paar daagjes weg’.

Politieagent en ook nog model
Het waren ook nog eens twee super knappe agenten. En laat ik nou net geen knap woordje uit kunnen brengen op zo’n moment, aangezien het hele gebeuren een gek soort kortsluiting veroorzaakte.

In mijn hoofd lag ik daar al geboeid op de stoep met een gespeelde ‘O, meneer de agent, wat doet u nu?’

Ik grinniken. ‘Valt er wat te lachen mevrouw?’
‘Uuhh, nee natuurlijk niet. Het is een uiting van… spanning. Ik ben gespannen op dit moment.’

Ik kon bijna geen goedlopende zin mijn mond uitkrijgen. En ik verafschuwde mezelf erom.

Freeze, fight, flight – die laatste twee leken me niet zo handig, dus ja
Waarom kon ik de agenten niet vragen waarom ze me niet kwamen helpen toen ze me mijn kaart weer in mijn zak zagen doen, drie keer gedesoriënteerd zagen omkeren om ten slotte mijn mobiel erbij te pakken?

Ze hadden namelijk net gezegd dat ze me zagen zoeken en vroegen mij nu of ze me konden helpen (NADAT ze dus de bon hadden uitgeschreven).

Er is geen excuus voor fietsen met je telefoon in je handen. Zelfs niet als het vijf meter is op een veilig fietspad zonder tegenliggers en je weer eens verdwaald bent. Ik vind het net zo’n slechte daad als jullie. En nadat ik van de schrik was bekomen en huilend op een stoepje aan het bijkomen was van de spanning, wist ik wat me te doen stond.

Fout
Ik herinnerde mij de post die ik afgelopen week op mijn Instagram account had geplaatst: ‘Je mag bestaan. Onvoorwaardelijk.’ En de uitleg daarbij over pleasers. (In het kort hebben pleasers de neiging om zich aan te passen om maar niet afgewezen te worden. Alsof je alleen gezien wordt, als je zorgt voor anderen. Alsof je alleen gehoord wordt, als je zelf heel veel luistert of werkt of aardig of lief bent. Alsof je alleen mag bestaan, onder voorwaarden.)

Ik maak van fouten het liefst propjes, zo klein mogelijk, om ze vervolgens onder mijn bed te leggen en nooit meer onder dat bed te kijken.

Aardverschuiving
Maar ik ben aan het verhuizen. En bij het verhuizen moet ook het bed mee en alle rotzooi die eronder ligt. Er vindt een verhuizing in mij plaats die ongekend is. En dat zorgt voor stress, spanning en een hele hoop oude troep.

Nu ben ik aan het opruimen en bij dat opruimen hoort verwerking en verwerping. Welke spullen horen nog bij mij? En van welke kan ik voorgoed afstand nemen?

Ik heb besloten mijn ‘fout’ met jullie te delen. Omdat ik op die manier de boete niet onder mijn bed hoef te schuiven. Ik kan ‘m in mijn schriftje plakken met vervelende ervaringen. En dat is het. Of nou ja, mijn fantasie gaat er in mijn dromen goed mee om. ‘O, buurman… uuhh agent… wat doet u nu?’


Een vis in een te kleine vissenkom: dat ben ik

Ik vond het weer eens tijd voor een blog. Maar waar ga je het over hebben als je een vis bent in een vissenkom van een oud vrouwtje? Lees hier mijn blog over langdurig ziek zijn.

Zal ik het hebben over het glas dat zo mooi schoon is dat je alles kan ervaren van andere levende wezens? Over de techniek die dat mogelijk heeft gemaakt? Misschien moet ik over diegene schrijven die glas heeft uitgevonden, waardoor je nu niet alleen je eigen ervaringen maar ook die van anderen kan beleven.

Praten, zuipen, feesten
Gisteren was het oude vrouwtje jarig. Of misschien ging het over de komst van de Christelijke kerk. Weet ik veel. Ik kon, vanuit mijn vissenkom, het geheel aanschouwen maar ik maakte er geen onderdeel van uit.

Er ontstaat zo een dubbele beleving in je eigen realiteit. Je maakt alles wat er gebeurt wel mee, maar je mengen in een discussie op het feestje (of überhaupt een dansje meedoen), dat lukt niet achter dat dikke, schone glas.

Groen is een mooie kleur
En dus richt je je op je eigen kom. Op je eigen wateren. Daar ontstaan plots kleuren die er daarvoor ook heus wel waren, maar die je nooit op die manier had waargenomen. Het groen van het zeewier is zoveel groener in je eigen kom dan alle andere kleuren groen buiten het glas.

Of ik richt mij op mijn mede vissenvriendjes die me komen helpen als ik mij verlies in het turen naar de ‘andere wereld’. En als ik rondjes blijf zwemmen om mijn eigen staart, dan helpt de oude wijze vis mij daarbij.

De ruimte in de ruimte
Als mijn focus zich naar binnen keert en zich richt op de trillingen die ik zelf voortbreng in mijn eigen water, dan lijkt mijn kom groter en groter te worden. In de ruimte ontstaat zo ruimte voor mijn creativiteit.

En daar heb ik een vis gevonden waarmee ik dezelfde interesse in taal deel, maar, oh ironie, die ik door een taalbarrière niet altijd kan vinden (hij is Vlaams).

Vissen hebben in dit blog ook een Insta-account. De mijne heet Dichtisme. Want als wandelen en spelen met woorden het enige is waar ik op dit moment toe in staat ben, dan rimpelt mijn water misschien iets minder dan die van jullie, maar is mijn eigen vissenkom er niet minder rijk om.

In tegendeel.


Ik had hem het liefst direct uitgekleed

Reünietje. Oud-basisschoolleerlingen. Drukte. Dus ja, ik had afgezegd vanwege mijn aanhoudende fysieke klachten.

Ze spraken af om te gaan eten in een restaurant bij mij om de hoek. Ik kon het niet laten. Gewapend met pet, oordopjes en het verlangen weer als vanouds wat gezelligheid te ervaren, vertrok ik om een 7-up mee te drinken.

Liefde in verschil
Kom ik binnen, schuif ik natuurlijk gelijk naast mijn eeuwig verstrengelde, veilige, best friend forever. Mijn maatje, ondanks dat hij een gezelschapshond is en ik een zeemeeuw.

We zouden elkaar in het dierlijke leven op het strand geen blik waardig gunnen. Te apart. Te verschillend om samen door één denkbeeldige stranddeur te kunnen. Ons menselijke leven verloopt anders.

Ik ontmoette hem ‘opnieuw’
Aan de andere kant van mij zat een jongen die ik in geen 14 jaar had gesproken. Of man.

Ik vind het lastig dat ik hem niet iets langer heb kunnen spreken. 1 op 1. Ik wil niet blijven snorkelen, hoe leuk ook, aan de oppervlakte. Ik wil direct diepzeeduiken.

Ik wil onder iemands huid kunnen kruipen en zien welke politieke kleur bloed er vervoerd wordt van de longen naar het hart. Ik wil zien hoe de waarden die iemand bij zich draagt van het hart richting de organen stromen, waar zich een mens vormt met idealen, dromen en principes.

Mooiheid zit vanbinnen (maar ook vanbuiten hoor)
Hij was zo onbevooroordeeld en geïnteresseerd dat ik ‘m het liefst direct had uitgekleed. Figuurlijk dan eh, al moet ik zeggen dat ik letterlijk ook niet heel erg had gevonden hoor.

Als ik Doutzen had geheten en mijn hoofd maar een klein beetje meer op dat van haar had geleken, had ik Kevin gevraagd of ik alsje alsjeblieft een beschuitje met hem zou mogen eten. En natuurlijk iets meer dan dat beschuitje alleen. Snap je? Zo’n jongen dus. Of man.

Lijden
In deze, voor mij moeilijke periode, vind ik mooie mensen extra mooi. Ik kan er niks aan doen. Alsof mijn voelsprieten extra gevoelig zijn en zich vergrijpen aan iets van waarde, betekenis of mooiheid om mij heen.

Omdat ik het ook zo vaak niet kan voelen.

En dus zal ik dit stuk gewoon opnieuw lezen. En opnieuw.

Morgen bijvoorbeeld, als ik een slechte dag heb en ik zo weinig kan dat zelfs mijn konijnen een productievere en betekenisvollere dag hebben dan ik. Als ik mij vanbinnen zo leeg voel, dat zelfs een egel aan het eind van zijn winterslaap zich meer gevuld voelt dan ik.

Ps.
Mocht de desbetreffende jongen, of man, dit lezen en mocht ik hem in mijn leven nog een keer tegenkomen, dan beroep ik mij op mijn zwijgrecht. Tenzij hij inziet dat mijn haargrens, toevallig, precies daar begint waar die van Doutzen ook begint! En hij toch nog dat beschuitje met me wil delen.


Waar zit die rek in tijd?

Op dit moment (terwijl ik ziek ben) wandel ik veel. En soms, als mijn voeten mij richting de zon duwen en ik de vogels boven mij, waarvan ik de naam niet ken omdat ik mij nooit heb verdiept in vogelsoorten, de meest fantastische geluiden hoor produceren, neem ik meer tijd om mijn rechtervoet voor mijn linker te plaatsen. 

Alsof ik de tijd alleen zo op het verkeerde been kan zetten. Haar in mijn eigen vertraagde pas wil oprekken tot ze knapt, zoals ik vroeger al probeerde te ontdekken waar het precieze onbeweeglijke punt lag tussen het oprekken van een elastiekje en het knappen ervan. Waar was die rek in de tijd? Waar vond ik haar?

Mijn langspeelplaat en ik
In de lange, dunne steegjes van mijn denken vind ik een toeren knop, net als op mijn LP. Standaard platen kennen een afspeelsnelheid van 33 1/3 toeren, maar er zijn ook platen die je afspeelt op 45 of 78 toeren. Dit betekent dat in dezelfde tijd dat een 33 1/3 plaat één ronde heeft gemaakt, de 78 toeren plaat al 2,3 keer rond is geweest.

In onze tijd worden denk ik slechts nog 78 toeren platen gedraaid.

De tredmolen
Het leven is te kort en kan slechts ‘volledig’ ervaart worden als ervaringen elkaar in rap tempo opvolgen. Er worden 12 levens in één leven gepropt en dan nog is dat niet genoeg. Want waarom 12, als 13 nog mooier zou zijn?

(Ik ga hier liever niet in op het ongeluksgetal 13, aangezien mijn vader jarig is op de dertiende van augustus en hij mij altijd verzekerd heeft dat er een ongeschreven regel is die maar weinig mensen weten. Bij het ongeluksgetal 13 kies je er gewoon voor de eerste twee letters niet te lezen. Zo simpel als wat.)

Een peuter en een wijsgeer
Goed, ik vond dus in een met licht gevuld bovenkamertje een plaat met een grote vogel op de voorkant, die mij op 33 1/3 toeren liet spelen. Wat een verademing. Wat een ruimte. Niet alleen mijn pas vertraagde, ook mijn psyche leek deze afspeelsnelheid een stuk beter te kunnen verdragen.

Ik voelde in mijn zak, haalde er een perkamentrol uit en pakte het bovenste stukje tussen duim en wijsvinger vast. Als gevolg daarvan ontvouwde zich een volgeschreven lijst met ambities, verwachtingen en een bucketlist en kwam het nog niet uitgerolde laatste deel met een plof op het asfalt terecht.

Met de innerlijke woede van een peuter en de kalmte van een wijsgeer, scheurde ik het doormidden. Ik gooide het achter mij neer, zo hup, over mijn schouder. Ik zette mijn 78 toeren plaat –De toekomst– met als ondertitel verwachtingen van het leven, achter al mijn andere platen in de kast. Dag plaat. Hallo vogel.

Zie ook mijn nieuwe gedichtje: Zo lelijk als de nacht


Hoe ga jij om met eigen leed?

Een vriend van mij kan niet meer voetballen door zijn reuma, terwijl dat is wat hij het liefst doet. Een ander heeft al jaren heftige migraine-aanvallen die uit het niets opkomen en weer gaan. Een studievriend kan zijn grote passie bergbeklimmen niet meer beoefenen vanwege zijn knie. En een lieve vriendin heeft Pulmonale Hypertensie (PH); een zeldzame, ongeneeslijke ziekte. Door de hoge bloeddruk in haar longen heeft zij een grote kans op hartfalen en betaalt zij een gigantische prijs voor iedere vorm van inspanning.

Hoe doe je dat? Leven met beperkingen terwijl juist mijn generatie is opgegroeid met het idee dat alles mogelijk is. Dat alles moet kunnen en dat je overal toe in staat bent.

Ik wil mijn eigen problemen (lees deze hier) niet bagatelliseren door te stellen dat heel veel mensen leven met (niet-zichtbare) ziektes of aandoeningen. Ik heb soms wel behoefte aan het relativeren ervan.

Bagatelliseren vs relativeren
Een belangrijk verschil tussen bagatelliseren en relativeren is dat bij het gebruik van het woord bagataliseren er altijd een ontkenning is van hetgeen jij zelf (of een ander) ervaart of meemaakt.

Het is het afzwakken van je eigen ervaring, waarbij je het als iets onbeduidends of onbelangrijks neerzet, omdat er ‘ergere dingen zijn op de wereld’. Dat is denk ik niet de juiste houding om om te gaan met eigen pijn, verdriet of ziekte.

Relativeren gaat daarentegen veel meer om de betrekkelijkheid ergens van inzien.

Slimme dieren
Bijvoorbeeld door te erkennen dat je veel last hebt van de situatie en daar veel verdriet door ervaart. En tegelijkertijd kunnen inzien dat er veel mensen rondlopen die hetzelfde of erger meemaken. Dat we organismen zijn die zijn gaan geloven in de maakbaarheid van het bestaan.

Ook wij zijn eigenlijk slechts ‘slimme’ dieren waarbij de meeste van ons het geluk hebben in Nederland geboren te zijn, de een betere genen heeft dan de ander en diezelfde  ander enorm getalenteerd blijkt. Het leven hangt aan elkaar van toevalligheden en externe factoren waar we allen weinig invloed op hebben.

Psychisch leed
Het geloof in die maakbaarheid is gevaarlijk. Ik tuimel er iedere keer met open ogen in. Ik voel me mislukt, gefaald en zwak, omdat ik op dit moment niet in staat ben te werken.

Maar als ik mezelf zie vanuit groter perspectief, dan ben ik slechts een gewond dier dat haar wonden likt en niemand iets hoeft te bewijzen.

Het doet niks af aan het recht van mijn verdriet en pijn. Die emoties zitten daar volledig terecht. Net als de machteloosheid die ik voel. Ik bagatelliseer helemaal niks. Maar het relativeert wel.

En jij?
Ik heb voor één keer de reacties aangezet onder dit blog. Het lijkt me mooi voor diegene die willen, om hun verhaal te delen. Juist omdat het vanbuiten zo vaak niet te zien is. En ik, en jij waarschijnlijk ook, er niet beperkt of gehandicapt uitzie, maar je wel ergens in beperkt kunt zijn.

Via Social Media delen we onze mijlpalen in het leven. Maar voor mij is het op dit moment al een prestatie om een uur buiten te wandelen.

En het gaat hier niet om een roep om aandacht of om een lijst te kunnen maken met ‘wie de meeste ellende heeft’. Juist niet. Hooikoorts, chronische darmproblemen of diabetes; het gaat niet om de ernst, maar om het delen van de beperking.

Waar heb jij moeite mee, last van of wat zijn jouw beperkingen? En hoe ga (of ging) je daarmee om?


Wat als jij zelf Oekraïne zou zijn? Filosoferen met kinderen

Filosoferen met groep 7/8 over de oorlog. Ik merkte dat er behoefte was aan informatie, duiding, een duidelijk verhaal. Maar juist dat schiet er in tijden van oorlog bij in. Het doet me denken aan wat ik laatst las: ‘Het eerste grote slachtoffer van oorlog, is altijd de waarheid.’

Een lekkere bak vla
Een eenduidig, hapklaar verhaal waar je bijna niet op hoeft te kauwen om het door te slikken is zeldzaam in dit informatietijdperk. Waar ingewikkelde recepten je om de oren vliegen, is er steeds meer behoefte aan een simpel toetje als vla.

Als ik trek in vla heb, dan kijk ik graag naar het jeugdjournaal. Dan heb ik alle tijd om eens rustig te proeven, in plaats van verstikt te raken in de hoeveelheid smaken, kleuren, ingrediënten en smarties.

De meeste verhalen en gebeurtenissen zijn een stuk complexer dan dat ze in eerste instantie lijken of doen voorkomen. Dat geldt ook voor de items in het jeugdjournaal. Maar om complexere materie te kunnen begrijpen is een makkelijk verteerbaar toetje geen overbodige luxe. Al is het maar om daarna een overvloedig dessert zacht te kunnen laten landen.

Beginsituatie
Een vaardigheid die ontwikkeld kan worden tijdens het filosoferen is het kunnen uitstellen van (te snel getrokken) conclusies.

Gisteren sprak ik met een groep andere kinderfilosofen over het verschil tussen kennis overbrengen over een bepaald onderwerp en filosoferen over datzelfde onderwerp. Hebben kinderen eerst bepaald soort kennis nodig om deze vervolgens te kunnen bevragen?

Van abstract, naar concreet
Uiteindelijk, tijdens mijn lessen, vond ik een weg om de oorlog daar te laten en het zware onderwerp terug te brengen tot slechts een vergelijking. We hadden zojuist besproken of we als Nederland Oekraïne zouden moeten helpen. En wat we dan zouden kunnen doen.

Ik vroeg de kinderen zich Poetin voor te stellen als een pestkop en Oekraïne als de gepeste. Wat heeft de gepeste, die kwetsbaar is, nodig?

Reacties waren er in overvloed maar de opvallendste en meest terugkerende was toch wel: ‘Als jij zelf te zwak bent om bescherming te bieden, dan heb je hulp van andere landen nodig.’

Geldt dat ook in de klas? Of op school?
‘Als iemand zich in de klas zou voelen zoals Oekraïne zich nu voelt, zei Rasja (11), dan zouden alle andere kinderen net als veel landen nu doen, dit kind kunnen helpen.’
Hoe zouden we dat kunnen doen? Hoe komen we er überhaupt achter of een kind zich voelt als Oekraïne?

Een toetje toe
En zo was het gesprek weer in de klas. Van een abstracte oorlog, naar de dagelijkse praktijk. Mijn ondertussen klotsende oksels konden weer beginnen met opdrogen.

Het filosoferen raakte hier de vreedzame school (een programma voor sociale competentie en democratisch burgerschap) en dat vond ik eigenlijk wel best. ’s Avonds nam ik als beloning een overheerlijk kommetje gele vla.


Waarom een schoonmaker de baas is - Filosoferen met kinderen

Filosoferen kenmerkt zich door een beweging die heen en weer gaat tussen concrete en abstracte vragen. Tijdens het filosoferen met kinderen probeer ik hierin een balans te vinden. Zo kan een stimulus, bijvoorbeeld een verhaal, aanleiding zijn tot de vraag: Waarom heeft de hond in het verhaal geen naam? Dit kan dan leiden tot een algemenere vraag: Waar komen namen vandaan?

Ik ben de koning! Ik ben de baas!
Deze week filosofeerde ik met 7 klassen, variërend van groep 3 t/m groep 5 over ‘de baas zijn’. Als leidraad gebruikte ik het verhaal: ‘Ik ben de koning! Ik ben de baas!’ uit het boek Kan niet bestaat niet van Fabien van der Ham.

Sommige kinderfilosofen stellen dat jonge kinderen de beste filosofen zijn. Daar ben ik het niet mee eens, maar dat jonge kinderen nog niet vastzitten in een bepaald denkkader en niet geremd worden door een hoeveelheid kennis zorgt er zeker voor dat er verrassende redeneringen worden gedaan.

Dit is niet alleen ontzettend plezierig, ze leren ook al op hun eigen niveau juist redeneren, hun gedachten onder woorden brengen en sociaal-communicatief vaardig te zijn. Ze leren al op een creatieve wijze te denken en verbanden te leggen.

De baas zijn en de baas spelen
Vandaag was het Sam, die op een mooie manier liet zien waar het jonge kind nog toe in staat is. We dachten met elkaar na over ‘de baas zijn’. Over het verschil tussen de baas zijn en de baas spelen (twee verschillende begrippen, twee verschillende betekenissen) en over waar de koning nu eigenlijk de baas over is.

Het verhaal dat ik voor had gelezen ging namelijk over een koning die in het zwembad niet de baas was (hij mocht geen bommetje doen van de badmeester), die in het verkeer niet de baas was (hij mocht niet te snel rijden van de agent) en die thuis niet de baas was (hij mocht niet eens met zijn handen eten want er was een andere keizer op bezoek). Maar hij was toch de koning? Hij was de baas!

Wie is de baas?
Nadat we over het verhaal hadden nagedacht breidde ik de vragen uit. Waar was de juf de baas? Over wie? En waar de brandweerman? En was de brandweerman meer de baas dan de juf?

Alle kinderen kregen nu in tweetallen (gelamineerde) plaatjes van bepaalde beroepen. Deze mochten ze op een lijn leggen van helemaal niet de baas naar heel erg de baas. Terwijl de meeste kinderen de agent op de eerste plek hadden liggen, lag die bij Sam en Iris op plek 2. Zij hadden namelijk de schoonmaker op plek 1. En nu moet je, voordat je verder leest, eens nadenken waarom de schoonmaker van alle andere beroepen, het meest de baas is. Probeer het maar.

De redenering van Sam en Iris (groep 3):
Sam: ‘Een schoonmaker is van al deze mensen de meeste tijd alleen. Want een schoonmaker werkt vaak ’s avonds of heel vroeg. Je bent het meest de baas als je alleen bent omdat je dan dingen op je eigen manier kan doen. Je kunt dansen met de bezem en je kunt het beste de baas zijn over jezelf. Want als je alleen bent kun je het meest de baas zijn over jezelf.’

Het gaat er niet om dat dit een waterdichte redenering is, dat ie volledig correct is of dat er niet ontzettend veel aannames inzitten waaraan getwijfeld kan worden. Jonge kinderen zijn dan ook geen filosofen, zoals ik al eerder zei, maar we kunnen ze wel leren denken. Sam laat hier op een hele mooie manier zien waarom een schoonmaker voor hem het meest de baas is.

Net als dat we rekenen en taal moeten leren, word je ook niet automatisch geboren met goede denkvaardigheden. Je wordt geboren met een bepaald vermogen tot of een bepaalde capaciteit om het te leren. Leren denken dus. Groep 3/4 is in ieder geval al erg goed op weg!