'Bloemkool, doet het pijn om uit de grond te worden getrokken?'

Deze week begon het filosoferen met de groepen 5 t/m 8. Het onderwerp? Een pratende bloemkool. Raar? Zeker. Nieuw? Dat ook. Grappig? We hebben wat afgelachen!

Een pratende bloemkool
De klassieke eerste les in de kinderfilosofie is de les met de bloemkool. Ik kon niet achterblijven en dus kwam ik, gewapend met een roze box met daarin een bloemkool onder mijn arm, de klas binnen.

Na een korte inleiding over wat filosoferen precies inhield, konden we aan de slag. Je kunt het beste ervaren wat filosoferen is, door het te doen. Ik vertelde de klas dat in de grote roze doos een pratend ding zat. Terwijl ik de doos opende en de bloemkool eruit haalde werd er bij het zien van de bloemkool gelachen, gegild, met de ogen gerold en sommige mini-filosoofjes begonnen direct met creatief denken. Ze probeerden manieren te verzinnen waarom ik dit een pratende bloemkool noemde.

Het gedachte-experiment
In de filosofie is het ‘gedachte-experiment’ een belangrijke tool om na te kunnen denken over dingen die in het echt misschien niet kunnen, maar die het denkvermogen wel kunnen oprekken. Vanuit je luie stoel, kun je op deze manier tot nieuwe kennis komen. Vaak begint een gedachte-experiment met: ‘Stel je eens voor dat…’

Zo ook in mijn filosofieles: ‘Stel je eens voor dat deze bloemkool kon praten, wat zou je ‘m dan willen vragen?’

Vragen durven stellen
Er werd veel gegiecheld, gelachen, gespeeld en ontdekt. En dat was juist de bedoeling. De kinderen durfden zich te laten verwonderen en durfden het vanzelfsprekende te bevragen:

‘Bloemkool, doet het pijn als je uit de grond wordt getrokken?’
‘Bloemkool, hoe zou jij kunnen weten welke kleur je bent?’
‘Bloemkool, hoe voelt het om steeds verder uit elkaar te worden gehaald?’
‘Bloemkool, wat was je belevenis in de roze doos?’
‘Bloemkool, hoe lang ben je een zaadje geweest?’

Er bestaan verschillende soorten vragen
Ik wilde de kinderen in deze eerste les direct kennis laten maken met het denkgereedschap gedachte-experiment. Bijkomend leerdoel was dat de kinderen het verschil leerden tussen een filosofische vraag en een kennisvraag.

De vraag: ‘Hoe lang ben je een zaadje geweest?’ is een kennisvraag. Er is één goed antwoord en als we het aan een expert vragen, dan zou hij naar alle waarschijnlijkheid een antwoord kunnen geven.

De eerste vraag: ‘Doet het pijn als je uit de grond wordt getrokken?’ is een typisch filosofische vraag. Bij een filosofisch gesprek over deze vraag, zal het concept ‘pijn’ onder de loep worden genomen. Kan een bloemkool pijn ervaren? Hoe weten we dat? Zijn er soorten pijn? Wat is pijn eigenlijk?

Een geslaagde eerste week
Zelf moest ik natuurlijk weer wennen aan het ‘voor de klas staan’. Aangezien ik 10 (dezelfde) filosofielessen per week geef aan verschillende groepen, kan ik enorm veel dingen uitproberen. Wat werkt wel, wat werkt niet, wat kan beter, wat doe ik mijn volgende les anders?

Het is een enorm gaaf proces om zo snel en vaak één en dezelfde les bij te schaven. Om te reflecteren en de verbeterpunten direct in dezelfde les (alleen met een andere groep) toe te passen. Om beter te worden in mijn vak: Het zijn van een kinderfilosoof.

(Het zijn van een kinderfilosoof, zo heette de titel van mijn scriptie dus ik vond het voor mezelf erg leuk om hiermee mijn blog af te sluiten. Voor jullie minder pakkend, maar ach, zo houd ik mezelf lekker bezig.)

Okéoké, dan nog even een echte afsluiter:

Eet jij vanavond bloemkool, broccoli, wortel, courgette of paprika? Probeer het dan ook eens. Wat zou jij die bloemkool, broccoli, wortel, courgette of paprika willen vragen? Zijn dat vooral kennisvragen of filosofische vragen?

‘Bloemkool, is jouw beste vriend broccoli?’


Ik word tante!

Aangezien ik zelf geen enkele drang voel om binnenkort moeder te worden (misschien gaat dat nog komen, misschien ook niet) zal ik me moeten storten op dit kleine wondertje.

Ik word namelijk tante. Tante? Ja, echt! Tante. Tante. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen. Tante. Tante. Tante. Mooi woord is het eigenlijk eh? Tante. Vooral als je de a iets uitrekt. Alsof je niet wilt dat het woord eindigt. Dat de klank die uit je stembanden geknepen wordt, net zolang zou duren als dat ik haar straks in mijn handen heb.

Toch hoeft hij mij geen tante Bo te noemen. Het is gewoon Bo voor haar. Gewoon Bo. Toch niet zo’n mooi woord, dat tante. Het doet me denken aan oudtantes en aan de tante van Pietje Bell. Je weet wel, die ene met die wrat op haar neus die hij met een touwtje eraf probeert te knijpen terwijl ze slaapt. Zo’n tante zou ik uitspreken met de korte a. Maar ik word ta(a)nte. Bijzonder eh?

Een tante die
Een tante die sentimenteel een traantje wegpinkt bij iedere centimeter dat ze zal groeien
En hem zal leren dat hij sterk genoeg is om tegen de stroom van verwachtingen in te kunnen roeien

Een tante die zich opoffert om als speelkameraad overal aan mee te doen
En zich ieder moment klaar maakt voor een met overmatige hoeveelheid speeksel, dikke, vette zoen

Een tante die haar haren zal vlechten tot een prins eraan omhoog klimt en haar bevrijdt
Een tante die uren met haar praat over liefde, aangezien de prins toch een meid blijkt

Een tante die met je zal dansen midden op straat
Laat iedereen maar kijken, jij bent nu al goud waard

 

Tot snel lief meisje van mij, tot volgend jaar mooie jongen.


Een grote-mensenbaan! Ik word kinderfilosoof, maar wat is dat?

Een diepe dip en een nieuwe toekomst. Zo zal ik de periode noemen na mijn afstuderen aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie. Die nieuwe toekomst gaat nu van start. Ik ben namelijk aangenomen in het basisonderwijs als leraarondersteuner in combinatie met vakspecialist filosofie (oftewel kinderfilosoof). Maar wat doet een kinderfilosoof eigenlijk? En wat is filosoferen met kinderen?

Filosoferen is een werkwoord
Filosoferen is een activiteit. Dat betekent dat ik niet voor de klas sta en uitleg geef over de grote denkers die de Westerse geschiedenis rijk is of over ingewikkelde filosofische theorieën en stromingen. Nee, wat wij gaan doen is denkvaardigheden ontwikkelen.

Samen met de kinderen zal ik gaan nadenken over vragen waar geen eenduidig antwoord op is. Bijvoorbeeld: Kunnen dieren denken? Of: Mag je altijd zeggen wat je denkt?

Wat filosoferen met kinderen niet is
Filosoferen met kinderen is geen gezellig kringgesprek waarbij er vooral meningen worden uitgewisseld. Het is ook geen debat waarbij je kunt winnen met goede argumenten of een discussie waarbij gelijk krijgen hoog in het vaandel staat. Het is ook geen plek waar je vrijblijvend kunt fantaseren.

Filosoferen is eigenlijk best wel strikt. Het is geen gesprek waar je kunt zeggen wat je denkt zonder dat denken onder de loep te nemen en te verantwoorden waarom je dat vindt of zegt. Je komt niet meer weg met antwoorden als: ‘Dat vind ik gewoon’ of: ‘Nou, iedereen ziet dat anders. Dit is jouw waarheid en ik heb de mijne.’

Maar wat is filosoferen met kinderen dan wel?
Filosoferen begint eigenlijk altijd met een vraag die aanzet tot nadenken. Natuurlijk zijn dit vragen die passen bij de belevingswereld van het kind (ik filosofeer met kinderen van groep 3 t/m groep 8).

Tijdens een filosofisch gesprek worden argumenten aan een onderzoek onderworpen. Je denkt ergens gedisciplineerd en methodisch over na. Je gaat op onderzoek uit. ‘Klopt het wat je zegt? Is dat altijd zo? Kunnen we een tegenvoorbeeld vinden? Net zei je het een, nu zeg je het ander; zijn die twee dingen verenigbaar met elkaar? Of moeten we er één kiezen die we verder gaan onderzoeken?’

Filosoferen is een gezamenlijk denkonderzoek.
Je bent gezamenlijk bezig met het onderzoeken van het eigen denken. Dit kan in iedere groep en op verschillende niveaus.

Tijdens het filosoferen leren de kinderen:
– naar elkaar luisteren;
– de eigen gedachten onder woorden te brengen;
– elkaars opvattingen en meningen te respecteren;
– sociaal-communicatief vaardig zijn;
– kritisch en zelf nadenken;
– begrippen en argumenten analyseren, toetsen en correct gebruiken;
– perspectivische lenigheid ontwikkelen (verschillende perspectieven kunnen herkennen);
– naar alternatieven en tegenvoorbeelden te zoeken;
– voort te bouwen op elkaars gedachten (samenwerken).

We hebben er zin in! Laten we met de toekomstige wereldburgers gaan denken! ;D


Een diepe dip, een nieuwe toekomst en een BAAN!

Ik dacht na mijn afstuderen: Wat nu? Diepe dip, wist niet dat er zoveel grauwe kleuren bestonden want leven verloor binnen enkele maanden haar helderheid en glans. Nog steeds sta ik tot aan mijn knieën in de zwarte prut. Lopen is zwaar, maar ik dreig tenminste niet kopje onder te gaan.

Existentie = aanzijn, bestaan, leven
Bij een filosoof horen wat mij betreft existentiële crisissen. Een gevoel dat je plots kan overvallen: Wat doe ik hier? Waarom moet ik door mijn eigen lijden heen terwijl het uiteindelijk nergens toe leidt? De zinloosheid achter al het betekenisloze geneuzel maken zowel je voeten als je mondhoeken zwaar.

De rest van de wereld lijkt de modder niet te zien. Dat is het beroerde aan psychisch lijden. Beter een gebroken arm; iedereen die ziet dat sporten niet lukt, dat er iets aan de hand is en dat je ook weer zal herstellen. Maar psychische pijn komt en gaat wanneer het zin heeft.

Theater is dan wel mijn ding, maar ik doe heus niet alsof 
Ik doe niet alsof als ik gezellig op een verjaardag, op de sport, op werk of als ik samen met vrienden ben. Ik doe niet alsof als ik met mijn blote voeten het natte gras streel en huppel als Maria uit Sound of the Music of een prachtige dag organiseer met heel veel andere ukelele-fanaten. Ik ben op dat moment oprecht in een euforische stemming.

Maar als ik geen vangnetten bouw om de pijn van alledag te kunnen verdragen.. Als ik geen vangnetten bouw om de zinloosheid, de grootsheid en de nietigheid van het mens-zijn op te vangen, dan val ik iedere keer zo’n ontzettend diep stuk naar beneden dat de klap steeds moeilijker te verdragen is.

Tijd voor een plan. Tijd voor een toekomst. Tijd voor hulp.

Driehoeksverhouding
En dus ging ik niet op zoek naar bestaande beroepen waarin ik misschien wel of niet paste. Maar bedacht ik een functie die paste bij mij. En kijk hier, dat lukte (niet zonder slag, stoot, geduld of stress).

Ik bedacht een driehoeksverhouding waarin ik de drie functies van kinderfilosoof, onderwijsassistent en invalkracht in het basisonderwijs kon combineren met elkaar. Twee directrices waren, nadat ik contact had gehad met verschillende besturen, dolenthousiast.

Nu heb ik een doel, een toekomst en hulp.

Filosoferen met kinderen
Ik ga filosoferen met kinderen. En dat is geweldig. Wat filosoferen met kinderen precies is? Dat lees je hier. Want filosoferen met kinderen is allerminst zwaar op de hand of eng. We zullen samen na gaan denken over vragen als: Kunnen dieren denken? En: Mag je altijd alles zeggen wat je denkt?

Daar kun je methodisch en gestructureerd over leren nadenken, zodat er doordachte antwoorden komen op vragen die niet eenduidig zijn. Antwoorden waarover is nagedacht, die onderbouwd zijn met argumenten die standhouden en die vrij zijn van drogredeneringen.

Kinderen die leren te respecteren dat er verschillende opvattingen naast elkaar bestaan, die hun eigen gedachten steeds beter leren formuleren, die kritisch en zelf leren nadenken, die sociaal-communicatief vaardig zijn en die naar alternatieven en tegenvoorbeelden kunnen zoeken in een gezamenlijk denkgesprek. Mooi toch?

En ik?
Bepaalde periodes van pijn, verdriet, leegte, eenzaamheid; ze horen er ook bij. Nu nog manieren vinden om ze te ondergaan in plaats van er aan onderdoor te gaan ;). Mindfulness en de meditatie-oefeningen die daarbij horen schijnen bij heel veel mensen te werken en hebben ondertussen een wetenschappelijke basis waaruit een traject/methode is opgezet. Leuk voor later. Niet al te later. Over een half jaar ofzo. Of volgende maand. Volgende week? Oké, oké, morgen.

Vandaag.

Nu dus.

Serieus?

Ja.

Ok.


She said yes!

Twee jaar geleden zei ze ja. Het was op haar verjaardag. Ik had haar een aanzoek gedaan. Het stond op de kaart of naja, eigenlijk niet. Op de kaart stond dat ze naar een spraakbericht op haar telefoon moest luisteren.

Haar zicht ging al jaren achteruit, maar haar gehoor deed het nog prima. Luisteren dat ze kan! Naar al mijn verhalen, herinneringen, huilbuien, eenzame momenten en (te) gekke ervaringen. Ik vroeg haar mijn oma te worden. And she said yes.

Biologische oma
Precies 9 jaar geleden, 4 augustus 2012, blies mijn biologische oma haar laatste adem uit. God, wat is er sindsdien veel gebeurd. Ik ben groot geworden, vooral letterlijk. Want terwijl ik worstel met dat figuurlijke groot worden trekt mijn onderbewuste me steeds terug in het verleden.

Het geeft een melancholische lading aan al wat ik denk. Omdat we vaak zeggen dat de herinnering mooi is om te koesteren. Geldt dat ook als je die herinnering niet meer kan delen met de persoon waarmee je de herinnering maakte? Als ze samen met jou, oma, in de oven tot as zijn verpulverd? Zwarte korrels zwerven rond in mijn brein op zoek naar een uitweg, een wederhelft in een ander brein, een glimp van herkenning. Tevergeefs. Die zwarte korrels maken het moeilijker om helder te zien.

Adoptie oma
Maar zoals de tijd geen genade kent, zo ken ik geen tegenreden om terug te nemen wat mij ooit is afgenomen. Vervangbaar ben je allerminst oma, en de herinneringen met jou verliezen niet meer betekenis, maar wel de emotionele lading die er altijd bij kwam kijken. Zo hoort dat ook. Zo kunnen we uiteindelijk door met stappen zetten.

Vandaag maakte ik wat nieuwe herinneringen met mijn geadopteerde oma. Mijn bonusoma. Mijn oma. Opdat ik weet dat ook zij mij met de tijd moet verlaten. Omdat ik weet dat dezelfde rouw mijn huid rondom mijn ogen zal aantasten en de pijn zich zal vastzetten in mijn voeten, zodat ik bij iedere stap die ik voorwaarts zet herinnerd wordt aan dat wat niet meer te delen is met haar.

Twee jaar
En toch, ondanks dat ik mij daar heel bewust van ben, kies ik ervoor jou lief te hebben, oma. Twee jaar geleden zei je ja. Het was op je verjaardag. Tot de dood ons scheidt oma, tot de dood ons scheidt.


Ik wil gaan mediteren, maar het klinkt zo 'zweverig'

In een van mijn vorige blogs heb ik aangegeven dat het soms lastig is om een gewoonte te doorbreken en een nieuwe routine toe te voegen. Ik wil naast schrijven gaan mediteren. Niet op een yogamatje en met een klankschaal, maar op een stoel in spijkerbroek.

Een lesje logisch redeneren
Mediteren heeft voor veel mensen een zweverige connotatie. Het klopt dat bijna alle ‘zweverige’ mensen mediteren, maar mediteren is daarmee niet inherent ook zweverig. Net als depressie de oorzaak kan zijn van lichamelijke problemen, maar niet alle lichamelijke problemen terug te leiden zijn naar een depressie. Lichamelijke problemen, los van een depressie, kunnen natuurlijk ontzettend veel oorzaken hebben (ongezonde levensstijl, sport, chronische ziekte, ongeluk, etc.).

Mediteren kun je dus ook los zien van deze ‘zweverige’ mensen. Het is niet inherent, dus niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als mens zijn we geneigd alles met elkaar te verbinden en overal causaliteit (oorzaak-gevolg relaties) in te zien. In dit geval is dat onjuist. Dat zweverige mensen graag mediteren, betekent niet dat het mediteren in zichzelf zweverig is.

Wil je meer weten over logisch redeneren? Klik dan hier! In dit blog leg ik het namelijk rustig en kort uit. (Let op: alleen voor de leergierigen onder ons. Het is geen makkelijke kost, maar meer dan waardevol.)

Stomme aardse figuurtjes
Ik denk dat mediteren mij kan helpen rommel in mijn hoofd op te ruimen. Soms is het er een chaos. Helemaal als je begrijpt dat in mijn hoofd een antwoord altijd direct leidt tot nieuwe vragen. Zo staat mijn denken nooit stil.

Ik schrijf iedere week een blog die je hier kunt vinden en ik ga jullie af en toe meenemen in mijn meditatiegekte. Er is geen spirituele reis, geen ego dat uit de weg moet worden geruimd en er zijn geen energetische stromingen die uit balans zijn. Er komt geen Jezus Christus die ik ga ontmoeten of een diepere laag in mij waardoor ik op een hoger level kom te zitten dan al jullie stomme aardse figuurtjes en ook geen ‘alles is liefde’ (alvast sorry voor de Robert ten Brink fans).

Stok achter de deur
Ik zou al blij zijn met wat rust in mijn hoofd, wat acceptatie naar mezelf en de mogelijkheid mijn tranen voor even de vrije loop te laten (indien daar behoefte aan is). Dat heeft vroegere meditatie met mij gedaan en ik vond het heerlijk.

Hier zou ik mezelf direct een halt moeten toeroepen want mediteren is daar eigenlijk niet om te doen. Het gaat er nu juist niet om dat je iets bereikt, wint, moet of leert. Even geen verwachtingen. Ik houd jullie op de hoogte en op die manier zijn jullie mijn stok achter de deur, want ook ik vind het ontzettend moeilijk nieuwe gewoontes te creëren. En dit wordt er eentje. Eentje waar ik mogelijk veel baat bij heb.


Ik heb last van het omgekeerde Lege Nest Syndroom

Mijn ouders waren met vakantie. Eindelijk zijn ze terug. Met de nadruk op eindelijk. Als mijn moeder thuis is, werkt of iets anders nuttigs of leuks doet in Purmerend is er niks aan de hand. Maar eenmaal op vakantie heb ik last van het omgekeerde Lege Nest Syndroom.

Omgekeerde Lege Nest Syndroom
In plaats van de moeder die haar kinderen uitzwaait en met een snik achter het raam verlangt naar de tijden van een gezellig, vol en druk huis, is het dit keer het kind dat emotioneel en snikkend afwacht tot de koffers over de drempel terug in huis worden getrokken.

Niets ongezond ofzo, mijn mama-liefde stroomt dan gewoon over. En als die mama er dan niet is om deze liefde naar te uiten, dan weet mijn hart niet wat het moet. Het zoekt een uitweg. Dat doet het op straat, in de bus, in het verzorgingstehuis, tijdens het bezorgen van boodschappen of aan de telefoon. Maar dat is toch anders. Net als dat het anders is als ik zelf weg ben (bijvoorbeeld 6 maanden door Nieuw-Zeeland reis).

Lichtelijk sentimenteel maar eerlijk 
Ik kan haar gerust twee weken niet spreken hoor. Ik geniet tenslotte enorm van mijn eigen plekje. Of nou ja, één week is lang genoeg. Oké, ik verkies toch eerlijkheid boven hoe ik overkom op jullie, dus 4 dagen is de max.

Het was eind vorige week dan ook een fijn weerzien in Castricum. Ik kwam een paar daagjes op bezoek. Met mijn mini-backpack en mijn ukelele. Op het strand lagen we de eerste dag al heerlijk tegen elkaar aan. Mama met haar hoofd steunend op papa zijn benen, ik in de armen van mama.

Conclusie?
Ik ben een moederskindje, lichtelijk sentimenteel en met mijn 25 jaar, kan ik mij niet voorstellen dat ik ooit zonder haar door moet. Dat kan dan wel bij het leven horen, maar het is iets anders om dat nu al te accepteren. Je geeft het leven als ouder door aan je kind, maar daarmee geef je het ook (in het beste geval) je eigen dood.

In het beste geval verlies ik haar, in het ergste geval verliest zij mij. Er is niet echt een middenweg, tenzij we op exact hetzelfde moment onze koffers zouden pakken om de andere kant te bekijken en niet meer terug komen.

Ik wacht op de auto met caravan; ze stapt uit, knuffelt me, ik knuffel haar en een moment later trek ik haar koffer over de drempel terug het huis in. Ze is thuis.


Soms fiets ik een extra blokje om als het regent

Soms, mits de temperatuur aangenaam is, fiets ik een extra blokje om als het regent.

Louter omdat de regen niet door mij heen kan. Omdat ik op dat moment even heel bewust leef. Ervaar dat ik besta.

Soms, mits de temperatuur aangenaam is, ga ik een uurtje lopen in de regen.

Slechts om die mensen te bestuderen die met moeilijke gezichten, hun capuchon over hun hoofd getrokken en deze vasthoudend met één hand, eruitzien alsof de wereld bijna vergaat. Of dat ik mensen in auto’s zie glimlachen als ze mij op het verlaten fietspad zien lopen, terwijl het al uren achtereen regent. Opnieuw het gevoel dat ik besta.

Het is niet dat ik twijfel aan mijn bestaan of moet controleren of dit de wereld is waarin ik echt leef. Het heeft voor mij meer te maken met het stilstaan bij dat wat is.

Dan realiseer ik mij dat dit het is. Er is niets méér dan de regendruppels die via mijn gezicht over mijn lippen mijn mond in druppelen en mij van vocht voorzien. Er is niets minder dan de gezichten van mensen die mij opmerken en door wie ik mezelf kan leren kennen. Zonder de ander, zijn wij (er) zelf ook niet.

PS Dit zegt niets over mijn slechte humeur de afgelopen tijd wat betreft het weer. Dat de herfst zonodig een keer zijn gezicht wilde laten zien vóór de zomer in plaats van na, zit mij net zo goed dwars.


Deel 3: Nieuwe en oude gewoontes laten concurreren

Vaak weten we wel welke doelen we zouden willen behalen. We zouden een gezonder voedselpatroon willen ontwikkelen, meer willen sporten, eindelijk eens beginnen met die uitgestelde hobby of meer tijd willen besteden aan vrienden of familie. Allemaal leuk en aardig, maar hoe dan? Welke strategieën kunnen we inzetten om onze doelen te behalen?

In mijn vorige blog schreef ik dat wilskracht en zelfcontrole moeilijk zijn aan te leren. Dikke pech als je er niet mee geboren bent dus. Maar… wat blijkt? Mensen met veel zelfcontrole kunnen niet vaker ‘nee’ zeggen of hebben niet meer kracht om hun automatismen halt toe te roepen. Mensen met meer zelfcontrole hoeven minder gebruik te maken van hun zelfcontrole en wilskracht omdat ze simpelweg betere gewoontes en routines hebben!

In plaats van ons te focussen op het aanleren van wilskracht en zelfcontrole (wat dus nogal omstreden is), moeten we ons richten op nieuwe gewoontes laten concurreren met oude. Maar hoe doe je dat?

Hoe werkt een gewoonte precies?
Een gewoonte ontstaat als er in dezelfde situatie, iedere keer hetzelfde gedrag ontstaat. Als je vaak genoeg een witte chocoladereep eet terwijl je Netflix kijkt, dan geeft je lichaam op een gegeven moment vanzelf aan, nog voordat je er zelf over na hebt gedacht, dat het tijd is voor wat suiker. Je hebt jezelf geconditioneerd.

Je moet het eigenlijk zien als een automatisch linkje. Het linkje wordt gelegd tussen het Netflixen en chocolade en voortaan hoef je bijna geen moeite meer te doen om dit linkje te activeren. Dit bespaart energie, je gaat over op de automatische piloot.

Vechten tegen de automatische piloot is als zwemmen tegen de sterke stroming van een rivier in. Het kost ontzettend veel energie en je komt nergens.

Kennis is macht
Wat we wel kunnen doen is gebruikmaken van de kennis die we hebben over hoe gewoontes ontstaan. Als je door bewust te zijn weet wat de aanleiding is voor bepaald gedrag, kun je dat gedrag voorkomen.

Ik zou ik niet zijn als ik het niet even heb geprobeerd. Ik weet dat mijn hele witte chocoladereep (soms zelfs 2 of 3) helemaal in mijn mond verdwijnen tijdens het Netflixen.

De simpelste oplossing? Niet meer Netflixen. De handeling ‘Netflixen’ heeft een linkje met het gedrag veel chocolade te eten. Simpele oplossing en een megagroot resultaat. Ik at in twee weken een stuk minder chocolade.

Structurele problemen vragen om structurele oplossingen
Nu is dat niet echt een structurele oplossing, aangezien ik graag series en films kijk. Maar het is een eerste stap naar het afzwakken van het ‘automatische linkje’ dat is gelegd. Een tweede manier is om een alternatief te zoeken voor de handeling, in dit geval de chocoladereep.

Ik merk dat dit me iets moeilijker afgaat dan gewoon even helemaal stoppen met Netflix. De eerste paar keer dat ik worteltjes en komkommer pak ben ik direct chagrijnig. Maar hoe vaker ik dit herhaal, hoe eerder de associatie ontstaat. En dat linkje hebben we nodig om een nieuwe gewoonte aan te leren! Wat we op deze manier aan het doen zijn is het proces van gewoontevorming mentaal nabootsen!

Samenvatting (ja, klopt. Je had ook alleen dit stukje hieronder kunnen lezen)
Als je iets gedaan wilt krijgen of juist iets wilt laten staan, dan moet er een nieuwe routine, een nieuw patroon ontstaan. En zo rijd ik nu twee ochtenden in de week naar mijn oude slaapkamer bij mijn ouders om te schrijven. Iedere week opnieuw.

Ik probeer ook mijn chocolade te vervangen voor iets anders maar ik ben nog aan het uitproberen wat het beste werkt. Een komkommer moeten snijden en druiven schoonmaken is me op zo’n moment te veel werk (ja, sorry, te lui. Maar bloggen is niks waard als je niet eerlijk kunt zijn).

Ik ben nu iets aan het zoeken wat ik direct kan pakken, bijvoorbeeld een pakje crackers en nee, dat is niet echt gezond maar wel gezonder dan twee chocolade repen. Stap voor stap!

Je kunt ook niet boven komen als je alle traptreden wil overslaan. Je kunt er misschien twee overslaan maar 4 gaat ‘m al niet meer worden. Stap voor stap dus of tree voor tree (en voor de echte zeikerds: er zijn maar weinig mensen met een lift in huis, dus ik heb me bij deze metafoor even gericht op het merendeel van de huishoudens 😉 ).


Deel 2: Helpt zelfcontrole of wilskracht je gedrag te veranderen?

Vaak weten we wel welke doelen we zouden willen behalen. We zouden een gezonder voedselpatroon willen ontwikkelen, meer willen sporten, eindelijk eens beginnen met die uitgestelde hobby of meer tijd willen besteden aan vrienden of familie. Allemaal leuk en aardig, maar hoe dan? Welke strategieën kunnen we inzetten om onze doelen te behalen?

In mijn vorige blog schreef ik over positief denken. Positief denken kan zeker bijdragen aan geluksgevoelens, rust en vertrouwen in het moment, maar is niet de sleutel bij het afleren van (slecht) gedrag.

Is motivatie de sleutel?
Is motivatie de reden dat het de ene persoon wel lukt slechte gewoontes af te leren en de andere niet? Nope, motivatie is een erg goed startpunt om je in beweging te krijgen maar daar houdt het dan ook mee op. Als er namelijk al sterke gewoontes zijn gevormd, zoals ik iedere dag een witte chocoladereep naar binnen werk tijdens het Netflixen, dan staan onze goede voornemens die we hebben compleet buitenspel.

Na een lange, vermoeiende dag, neemt ons automatische systeem het over. Super handig, want zo besparen we enorm veel energie. Echter herken je misschien het gevoel de strijd te verliezen met jezelf en ligt die zak chips alweer in je handen, heb je je online yogales afgezegd en staat die serie aan waarmee je wilde stoppen. Is het een gebrek aan wilskracht?

Zelfcontrole en wilskracht!
Zelfcontrole, hoor ik je al denken. Ik moet gewoon betere controle hebben over mezelf. Op het moment dat ik op de bank lig en neig naar het smelten van witte chocolade op mijn tong, dan moet ik sterker zijn dan dat gevoel! Kom op Bo, waar is die wilskracht!

In de wetenschap is al erg veel onderzoek gedaan naar zelfcontrole en wilskracht en helaas is het niet zeker of we dit aan kunnen leren. Het is dus fijn als je van nature wilskrachtig bent, maar dikke pech als dit niet zo is.

Terwijl ik dit schrijf, stop ik een stukje witte chocolade in mijn mond. Het voelt goed. Ik haal mijn schouders op en schreeuw ‘lekker puh’ naar mijn kritische, altijd beterwetende stem in mij. ‘Kwestie van pure pech!’ roep ik er achteraan, ‘Ik heb gewoon geen zelfcontrole!’

Maar zo makkelijk kom ik er niet vanaf, lees ik later. We kunnen namelijk wél iets leren van mensen die veel zelfcontrole en wilskracht hebben. Het blijkt een illusie te zijn dat deze mensen beter zijn in ‘nee’ zeggen of beter hun impulsen kunnen beheersen (is het leven toch minder oneerlijk dan gedacht eh!). Deze mensen, die magischerwijs dingen voor elkaar krijgen waar jij en ik van gaan kwijlen, hebben simpelweg betere routines!

Nu komt het
Ja, echt! Zo simpel is het. Deze mensen hoeven die zelfcontrole of die wilskracht gewoon een stuk minder vaak te gebruiken omdat ze betere gewoontes en routines hebben. Zij hebben niet een mechanisme van moeder aarde gekregen met een gouden randje, een flirtende, aantrekkelijke automatische piloot die perfect aansluit op hun wil.

Nee. Mensen met meer zelfcontrole zijn beter in het nastreven van lange termijndoelen omdat ze minder gebruik hoeven te maken van die zelfcontrole!

Uhh ja, duhh
Oké, misschien voor jou als lezer niet heel spannend en nieuw, maar ik stond even perplex. Want als je dit doordenkt dan betekent dat, dat als we nieuwe gewoontes laten concurreren met oude, we best makkelijk onze voornemens en doelen kunnen behalen. Geen wilskracht of zelfcontrole voor nodig!

Verrek, de eerstvolgende keer dat ik op de bank kruip, mijn laptop op schoot en 10 minuten Netflix kijk, verlang ik alweer naar het zoete brokje suiker. Mijn lichaam is zo gewend aan chocolade tijdens het Netflixen, dat het automatisch een seintje geeft: ‘Het is weer tijd voor wat lekkers!’

Aangezien ik weet dat protesteren nu geen zin heeft, niet voordat ik er een andere routine voor in de plaats heb gevonden, loop ik triomfantelijk naar de kast met mijn chocoladerepen. Ik weet nog niet precies hoe ik zo’n gewoonte moet veranderen dus voor het zover is, (in mijn volgende blog hier meer over), open ik zonder schuldgevoel en helemaal in mijn element het keukenkastje.