Volwassenen rennen niet

Ik ben 22. Misschien is het hoog tijd. Hoog tijd om volwassen te worden. En volwassenen rennen niet.

Franz Josef

We staan op een camping in Franz Josef. Een dorpje vernoemd naar een gletsjer die op zijn beurt weer vernoemd is naar een keizer van Oostenrijk rond 1870. De camping is groot. Twee grote sanitaire gebouwen, rijen wasmachines en 4 keukenblokken moeten er voor zorgen dat vakantiegangers en backpackers het naar hun zin hebben.

Bij de ingang staat een koelkast met ons eten, terwijl wij aan het einde van de camping staan met onze minicampervan.

Wij zijn vergeters

Mijn vriend en ik zijn vergeters (misschien bestaat dit woord niet, in dat geval heb ik het lekker zelf bedacht). En één vergeter in de relatie is oké, dat kunnen de meeste relaties wel aan, maar twee is geen goede combinatie. We vergeten letterlijk alles.

Van onze mobiel in het toiletblok tot onze handdoek bij het douchen (waar je natuurlijk pas achterkomt als de warme stralen heerlijk je naakte huid verwennen). Van onze vuilnis achterlaten bij een dumpstation (waardoor we nog twee dagen extra met een stinkende vuilniszak in de auto moeten rondzeulen), tot chocoladepasta bij de supermarkt.

Kinderlijk naïef

Kortom: een grote camping waarbij de faciliteiten ver uit elkaar liggen is voor ons niet super handig. Vanavond, toen we in het keukenblok waren, rende ik terug naar onze campervan om de paprika uit onze koelbox te halen. Die waren we vergeten.

Eenmaal in het keukenblok rende ik terug om ook de wortel uit te gaan halen, wel zo lekker. Na het eten herkende de andere reizigers de rennende debiel die nu de halve wortel en halve paprika terug kwam leggen in de koeling.

Ineens werd ik mij pijnlijk bewust van mijn volwassenheid. Ik ben niet meer dat meisje van 8 dat alles huppelend kan doen. Of dat onschuldige elfjarige meisje dat de hele camping over rent en lachende gezichten in ontvangst neemt.

Doe maar niet

Mensen verdraaien bijna hun nek, schrikken op of springen aan de kant al probeer ik nog zo zachtjes op het knisperende grind te rennen. Het is niet normaal. En ook al heb ik een hekel aan dat woord, toch wil ik anderen niet tot last zijn.

Hardlopen als sport of rennen voor een trein oké, maar daar houdt het volwassen rennen dan ook echt mee op. De toiletten zijn 20 meter verderop en het liefst ren ik daarheen. Niet omdat ik haast heb, noch omdat ik tijd wil besparen, gewoon omdat ik dat lekker vind.

Volwassen worden gaat in stappen

Dus ik probeer volwassen te worden. Ik loop netjes naar het toilet, verwonder mij niet over de prachtige sterrenhemel ‘s nachts en ik ben chagrijnig als het regent. Ik doe mijn best, maar soms…

…heel soms als ik een jongetje van 4 in een plas zie springen en glunderend naar de hemel zie kijken terwijl het water in zijn gezicht spat, dan trek ik mijn schoenen uit en stamp met mijn blote voeten mee. Zonder dat iemand het ziet spring ik, dans ik en zing ik in de regen. En ietsje vaker ren ik gewoon naar de wc, negeer ik de blikken en ren terug.

Dat is toch niet normaal. Nee, maar volwassen worden moeten we leren. Bij de één gaat dat sneller dan bij de ander. Ik gok bij mij errrrggg traag: ben ik even blij.


Met de ambulance mee

Het ene moment zwem je in één van de mooiste meren ter wereld, het volgende moment lig je in een ambulance opweg naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis 45 minuten verderop. Het leven, een reis of een dag kan gek lopen. Zie hier mijn week:

Dinsdag 9 januari. Kevin & ik besluiten de ‘oostkust’ van Lake Pukaki te bezichtigen maar al snel voel ik me niet lekker en zoeken we een toilet op. Daarbinnen weet ik niet wat me overkomt. Ik zal jullie de details besparen maar mijn lichaam heeft besloten alles wat er op dat moment inzit uit te gooien.

Het enge: Ik verlies ontzettend veel bloed. En bloed in de ontlasting is nooit goed, dus staan we een uur later bij een huisartsenpraktijk waar ik mijn naam en wat papieren in moet vullen. Op het moment dat de vrouwelijke huisarts vraagt hoe het gaat, voel ik hoe mijn hoofd langzaam de grip op de realiteit verliest. Het verlaat de plek waar ik op dat moment ben en mijn lichaam kan enkel omvallen.

Ik hoor de huisarts een lichte gil slaken en zeggen: ‘Is she still alive? Is she still breathing?’ Ik hoor iemand rennen en probeer te fluisteren dat ik gewoon aan het flauwvallen ben. Mijn lippen gaan niet heen en weer. Ik probeer het nog een keer. Nog steeds niks. Oké, laat maar. En weg ben ik.

Met de ambulance mee

Nog geen 10 seconden later open ik mijn ogen in de wachtkamer terwijl de arts wat vragen stelt. Ik wil gaan zitten als mijn hoofd besluit dat het daar nog niet aan toe is. Een andere huisarts komt aanlopen met een rolstoel en wilt dat ik naar een aparte kamer wordt gebracht. Alles in me protesteert en eenmaal in die stoel val ik direct weer flauw en het ergste: Ik kots over iedereen heen.

Opnieuw kan ik alles verstaan maar kan ik geen teken van fysiek leven geven. Dan zie ik Kevin weer en zeg: ‘Ik proef spuug.’ Hij begint te lachen. ‘Ja dat klopt. Je hebt over de huisartsen en een man die je te hulp schoot heen gespuugd. De ambulance komt je halen en je wordt naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht in Timaru.’ Ik zucht. ‘Als ik maar beter word’.

Als ik maar beter word

Dat laatste zinnetje heb ik de laatste paar dagen enorm veel gedacht. Problemen lijken te vervagen. Wat eerst belangrijk leek, is nu niet meer dan een ‘to do list item’ voor op reis en ik irriteer me enorm aan het grote cliché: ‘Wees blij dat je gezond bent, aangezien er zoveel mensen (chronisch) ziek zijn.’

Op het moment dat je je goed voelt, heb je daar helemaal geen snars aan en we kunnen onmogelijk altijd maar dankbaar zijn voor alles en iedereen. Maar in het ziekenhuis en de dagen daarna dat ik plat lig van de medicatie, hoofdpijn en buikpijn lijkt het cliché ineens zo waar. (Ja daarom heet het een cliché, ik weet het.)

Als ik die avond rond 21:00 uit het ziekenhuis ontslagen word en ik waarschijnlijk een infectie heb opgelopen door het vele zwemmen in meren en rivieren, rijden we naar een camping verderop.

Ik heb flink wat antibiotica mee en zal over 5 dagen terug moeten bellen voor de uitslag van de bloed- en poeptest die ze hebben afgenomen. De volgende drie dagen kan ik niks behalve zielig zijn en slapen. Ik haat het om ziek te zijn. Ook zo’n vanzelfsprekendheid, wie niet eh? Maar ik haat het extra om ziek te zijn, zeg ik tegen mezelf. Gewoon omdat de dialoog aangaan met mezelf, het enige is wat ik kan doen.

Medelijden

Op dag 2 heb ik ineens medelijden met ieder mens op deze aardbol die een vorm van migraine of vaak hoofdpijn heeft. In mijn hoofd lopen verschillende sterke kerels met pikhouwelen te bikken opzoek naar diamanten. Zachtaardig gaan ze niet te werk maar luisteren doen ze niet.

Het gedreun, gestamp en gebonk in mijn hoofd gaat maar door. Als ik ergens nooit last van heb, is het hoofdpijn. Wat fijn dat ik hier eigenlijk nooit last van heb! Daar mag ik wel wat dankbaarder voor… BLEEHH gadver. Niet meer denken Bo. Die dankbaarheid komt me mijn neus uit.

Op dag 3 vind ik mezelf in de ochtend enorm zielig. Gedachtes als: ‘Waarom ik? Waarom moest mij dit overkomen?’ verban ik naar een diep donker kamertje ver in mijn lichaam met een groot slot op de deur. Aan dat soort gedachtes heb je niks en ze zijn daarnaast enorm nutteloos. Maar het gevoel dat ‘ik altijd wat heb’ verdwijnt niet.

Ik spreek mezelf streng toe: ‘Bo Kok, jij verwend nest! Je bent nu ruim 3 maanden op reis en heb je al iets gehad? Nee! Geen splinter in je vinger, geen teen gestoten! Heb je wel gedacht aan al die mensen die niet op reis kunnen? Wees dankbaar dat je dit allemaal mag doen!’

In mijn hoofd piept een klein stemmetje die nog net durft te fluisteren: ‘2 jaar geleden heb ik een oorontsteking in Amerika opgelopen hoor, daar heb ik nog heel lang last van gehad. En kun je alsjeblieft stoppen met zeggen dat ik wat dankbaarder moet zijn?’. Het stemmetje heeft al geen recht meer van spreken. Er wordt niet meer naar haar geluisterd.

Weet je wat? GOD mag me komen halen

Op dag 4 vind ik mezelf zwak. Enorm zwak. Er zijn zoveel mensen (chronisch) ziek en zie mij hier nou een beetje liggen. Doen alsof ik bijna dood ga. Ik kan niet eens 4 dagen ziek zijn want GOD kan me al snel komen halen, ik zou direct toestemmen met zijn voorstel.

Alles doet zeer. Ik voel overal een enorme spierpijn en ik kan bijna niet uit mijn ogen kijken omdat alles te fel lijkt. Diep respect voor mensen met reuma, fibromyalgie, rugpijn, migraine of eigenlijk iedere andere ziekte waar je mee moet ‘leren’ leven. Als ik beter ben, zal ik wat dankbaa… Nee, we laten het even bij respect. Bij diep respect. Diep en diep respect voor jullie.

Op dag 5 vind ik mezelf een aansteller. Lees de alinea’s hierboven waarom.

De vanzelfsprekendheid van alledag

Op dag 6 typ ik dit blog. Mijn antibioticakuur is over en de hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid waren nare bijwerkingen van de antibiotica. Ik heb de dokter gebeld. Geen infectie maar een bacterie blijkt mijn leven de afgelopen week goed verziekt te hebben. Ze denken aan een ernstige vorm van voedselvergiftiging maar kunnen het niet met zekerheid zeggen.

Nadat ik heb opgehangen, kijk ik even naar de lucht en durf één ding hardop en vol moed te zeggen: Wat ben ik DANKBAAR dat ik beter word en dat dit het is. Dat ik niet een of andere parasiet levenslang met me mee moet dragen of onmiddellijk met het vliegtuig terug naar Nederland moet.

Dankbaarheid is een groot goed. Ik zal het koesteren tot zij plaats moet maken voor het gewone alledaagse leven. Omdat we niet altijd maar dankbaar kunnen zijn voor alles maar heel af en toe best even stil kunnen staan, om kunnen kijken (of omhoog) voor die mensen waarbij (het) leven niet zo vanzelfsprekend is.


Wat je moet zien in Washington DC (maar dan net even anders)

Bo

In Washington zagen mijn vriend Kevin en ik de meest mooie dingen. In zo’n prachtige hoofdstad is alles ineens kunst, verbazingwekkend en speciaal. Wij vroegen ons af hoe het kan dat op reis alles ineens een extra dimensie krijgt.

Een bijzondere stoeptegel
Ik liep wekelijks op Amsterdam Centraal om de trein te pakken richting Utrecht. Hoofd voorover gebogen, snelle pas, irriterend aan langzame wandelaars of nog erger: (vooral Japanse) toeristen die zomaar stoppen om een foto te maken van een stoeptegel. Want ja, die stoeptegel lag wel hier in Amsterdam.

Kevin en ik bleken dol op Washington DC. Met dit fotoblog wil ik jullie de mooiste en bijzonderste plekjes van Washington showen. Vooral die plekjes die van grote waarde en niet-toeristisch zijn. Want Washington DC is voor iedereen zeker een aanrader!


We kennen allemaal de grote oranje pionnen, daar is niks bijzonders aan. Maar ooit wel eens de enige echte Amerikaanse Washington DC oranje pionnen gezien? Nee? IK WEL.

We kennen allemaal de grote oranje pionnen, daar is niks bijzonders aan. Maar ooit wel eens de enige echte Amerikaanse Washington DC oranje pionnen gezien? Nee? IK WEL.


In dit museum bekeken we designmeubels. In tegenstelling tot de meeste designmeubels die totaal niet praktisch maar wel duur zijn, zat deze bank heerlijk. Ga naar www.nga.gov (National Gallery of Art) voor de prijs van dit juweeltje.


Niemand maakt hier foto’s dus succes gegarandeerd! Echt bijzonder dat toeristen deze plek voorbij lopen. Als niemand kijkt, kun je best even over het hek heen klimmen, maar let op de COPS! Ze zijn overal hier in Washington DC.


De absurditeit van toerisme


Wat mensen met de toren van Pisa kunnen, kan ik met the Capitol. Zo’n selfie mag gewoon niet in je reisalbum missen. Zo charmant en dichtbij, hier kun je mensen jaloers mee maken.

Wat mensen met de toren van Pisa kunnen, kan ik met the Capitol. Zo’n selfie mag gewoon niet in je reisalbum missen. Zo charmant en dichtbij, hier kun je mensen jaloers mee maken.


Deze man in het blauw wilde graag op de foto met ons. En ik maar denken dat ik niet zo bekend was met Boisme.nl


Onderweg naar the Capitol kwamen we hier zomaar langs. Te leuk!


Jammer dat het plaatje van het schilderij zo klein is, maar het blijft een gaaf kunstwerk.


En als je dan toch het Amerikaanse gevoel op foto’s wilt uitdrukken. Dan kan een foto met een Dodge RAM 1500 niet missen.


Als je op de foto wilt met deze mega mooie machines die onze landbouw flink vooruit hebben geholpen de laatste eeuw, dan moet je in Washington DC goed opletten. Ze zijn zeldzaam in het centrum, dus extra bijzonder. Wat een geluk dat ik er twee tegenkwam!


Elke stoeptegel in Washington DC
verdient het om even bij stil te staan


Hier heb je weer zo’n echte Amerikaanse oranje pion. En ze waren bezig met wegwerkzaamheden. Wegwerkzaamheden worden de laatste jaren erg onderschat. Ik vind dat er meer aandacht moet komen voor dit grote, ondergewaarde en invloedrijke werk. Die wegwerkzaamheden zijn super belangrijk voor de Arlington Memorial BRIDGE en zeker een toeristisch en respectvol fotootje waardig.


Deze designprullenbakken (vlakbij The Washington Monument) zijn het knuffelen zeker waard!


Nog één vraagje:

Zowel in Princeton, New York als in Washington DC verbaasde Kevin en ik ons over de absurditeit dat toerisme heet. Maar is toerisme niet eigenlijk dat bewonderen waar we zelf waarde aan toe hebben gekend?


Stop vooral niet met Facebook, maar neem wel je verantwoordelijkheid

(Zie: Zondag met Lubach bye bye Facebook https://www.youtube.com/watch?v=ysa-SzNepsA  )

Ga jij vanavond offline? 
Facebook schendt onze privacy, verdient maar wat graag miljarden met onze gratis data en kan zien wat jij uitvoert op je computer. Het is een bedrijf wat zo groot is en zoveel macht heeft, dat het een meerkoppig monster is geworden.

Een mierenhoop, waarbij één enkele mier een nietig, klein wezentje is maar een mierenkolonie enorme prestaties kan leveren. Wij zijn allen individuele mieren die bijdragen aan iets heel groots. Via Hannah Arendt neem ik je mee naar dat deel van het geheel.

(G)een keuze tussen goed of fout
Het platform Facebook is niet slecht. Het is een cultureel fenomeen waarbij we informatie over de hele wereld met elkaar kunnen delen, evenementen kunnen organiseren en verjaardagen niet meer zelf hoeven te onthouden. Facebook biedt de mogelijkheid om op een digitale manier met elkaar in contact te blijven.

Het probleem is dat het hoofddoel van Facebook niet meer het ‘connecten’ van mensen is, maar het inwinnen van informatie van de gebruiker. Het raakt aan de vraag wie we zijn. Want niet het verkopen van producten staat in de mondiale economie centraal maar het achterhalen van de identiteit van de consument. En die identiteit is miljarden waard.

Waarom Arendt je kan helpen met de keuze: Wel of geen Facebook
Hannah Arendt (1906-1975) was een Joodse briljante filosoof en kwam erachter dat kwaad eigenlijk iets heel gewoons is. Iets alledaags. Adolf Eichmann werd in Jeruzalem, na de Tweede Wereldoorlog, vervolgd voor de deportatie van vele joden. Arendt verwachtte een monster in hem te zien, een psychopaat en een Jodenhater. In plaats daarvan zag ze een gewone onbeholpen man.

Het viel haar op dat de meeste nazi’s niet het gedrag vertoonde van walgelijke moordenaars maar dat ze uiterst gemiddeld, alledaags en doorsnee waren. Deze mensen voerden slechts op kleine schaal taken uit en waren zo een klein radertje, een deel van het geheel. Tezamen vormden ze een hele grote moordmachine.

Het individu zelf kon nergens van beoordeeld worden want die deed slechts wat van hem verwacht werd: dat kleine radertje zijn. Hij voerde enkel bevelen en richtlijnen uit. Volgens Arendt is dit de banaliteit van het kwaad: goed georganiseerde systemen kunnen hun onderdanen beroven van hun moraliteit. Dus nietszeggende burgers kunnen in staat zijn tot gruwelijke dingen die indruisen tegen de wetten van de ethiek.

Rauw vlees
Hannah Arendt kreeg enorm veel shit over haar heen. De oorlog lag nog vers in het geheugen, de wonden lagen nog open, het rauwe vlees was overal te zien. En toch schreef Arendt door. Het verband tussen Facebook en Arendt kwam zo duidelijk naar voren dat ik daar iets mee moest.

Want ik vraag je niet om te stoppen met Facebook. Juist niet. Ik kan het begrijpen als je er voor kiest om Facebook te houden en het allemaal een beetje onzinnig of naïef vindt want ja, Instagram, Google, Whatsapp, Twitter… Het zijn allemaal kwajongens waarvan we het gevoel hebben dat we er ‘niks’ tegen kunnen doen.

Dit is alleen geen excuus.  Als individu de handen in de lucht steken terwijl we zelf dat meerkoppig monster vormen, is absurd. Je kunt niet je schouders ophalen en enkel het kleine radertje zijn die nergens van beoordeeld of beschuldigd mag worden. Denk maar dat jij die nietige, onschuldige mier bent maar klik op dat blauwe icoontje op je smartphone en aanschouw jouw mierenkolonie.

Zoals Arendt schreef: ‘We voelen ons allemaal niet verantwoordelijk, want een goed georganiseerd systeem gaat leven door de kleine deeltaken die ieder onwetend individu uitvoert.’

Wij ZIJN Facebook
Facebook zelf is gaan leven, het is verzelfstandigd waardoor niemand zich meer echt verantwoordelijk voelt voor wat Facebook doet. Wij zijn, zoals Hannah Arendt dat zegt, ‘gemiddelde alledaagse burgers’ die onze gegevens gratis weggeven terwijl er miljarden mee worden verdiend en deze gegevens op grote schaal tegen ons gebruikt kunnen worden. Vervolgens spelen we de onschuld zelf.

We zijn de speelbal van de grote bedrijven, instanties en systemen. Maar wij ZIJN Facebook. Wij zijn allen verantwoordelijk voor hoe Facebook zich beweegt. Jij bent een deel van het geheel.

Stop vooral niet met Facebook, maar neem wel je verantwoordelijkheid.

Als gebruiker moeten we zo onze eisen stellen, als ondernemer die Facebook nota bene betaalt(!) moeten we onze eisen stellen. Omdat er goede privacywetten moeten komen, onze gratis data niet voor miljarden verkocht mag worden en omdat Facebook niet moet doen alsof ze mensen samen willen brengen terwijl ze eigenlijk een verkapte commerciële geldmachine is.


A compliment makes my day

A compliment makes my day

Bloedheet en -mooi
Ik sta in de rij bij de Kruidvat te wachten tot de caissière mij met een gemaakte lach begroet. Ik neem het haar niet kwalijk, het is bloedheet en benauwd druk in de winkel. De vrouw voor mij draait zich om en zegt: ‘Wat ben je mooi’.

Ik draai me op mijn beurt om, toch wel nieuwsgierig wie het label mooi met zich mee mag dragen. Maar als ik weer terugdraai zie ik de vrouw glimlachen en ze kijkt me aan. Ik begin te glimmen en niet overdreven te stralen. Tja, waarom ook niet. Waarom zouden we elkaar niet wat meer complimenten op straat geven?

Cliché
Ik begrijp ook wel dat van nature aangeboren schoonheid of knapheid iets anders is. Maar terwijl ik door de stad loop, besef ik ineens dat mooi zijn niet ligt in het uiterlijke plaatje maar in dat wat je uitstraalt.

Iedereen kent vast wel een persoon die niet perse heel knap is maar die iets uitstraalt, iets heeft. Een enthousiasme of ‘energie’ bevat waar je naar blijft kijken. Misschien is dat nog wel mooier dan het perfecte plaatje.

Lelijk en onzeker
Misschien heb ik nog last van de natrappen van de puberteit die me keer op keer wijzen op uiterlijke ongemakken en lelijkheid. Maar beetje bij beetje worden we mooier.

De vrouw van in de 50 zegt me gedag en knipoogt. Ik lach, recht mijn rug en zeg tegen de caissière: ‘Respect hoor, dat je hier zo zit met deze drukte en in dit weer. Succes vandaag en werk ze!’


Mag ik alsjeblieft lelijk zijn?

Bo

Van deo krijg je kanker, alleen fairtrade chocolade mag je kopen zonder schuldgevoel en zitten is het nieuwe roken. Tegenwoordig kun je maar beter verzwijgen dat je graag een half uur doucht in plaats van de ‘milieuvriendelijke’ 7 minuten en staan we in de rij voor afslankprogramma’s omdat het perfecte lichaam bestaat.

Het liefst moet ons winkelmandje vol peperdure biologische producten liggen, (waar de voedselindustrie dan weer handig gebruik van maakt) en wijzen we anderen er maar wat graag op hoe we gelukkiger, gezonder, stralender, milieuvriendelijker en zonder al te veel stress door het leven moeten gaan.

Nu kan het nog
Kevin en ik gaan op reis. Daarbij is de standaardreactie vaak: ‘Ja, moeten jullie doen! Nu kan het nog.’ Meestal knik ik stom ja terwijl een benauwd gevoel me overvalt. Hoezo? Hoezo nu kan het nog? Dit impliceert dat het later niet meer kan. Dat we later niet meer de wereld rond kunnen reizen want tja: een baan, een huis, andere verplichtingen en een pensioen dat opgebouwd moet worden.

Verwachtingen
Doordat deze verwachtingen er zijn, moeten we van alles. We moeten voldoen aan sociale verplichtingen en verwachtingen. Voor je dertigste gesetteld zijn is wel een must en het liefst zijn de eerste babykleertjes dan al gekocht. We moeten gezond eten, er stralend uitzien en geweldige ervaringen beleven. We moeten NU op reis want straks kan het niet meer. We moeten mooi zijn. En laat dat nou net iets zijn wat ik niet meer wil.

Mag ik alsjeblieft lelijk zijn?
Mag ik gewoon moe zijn? Me zo nu en dan somber voelen? Huilen omdat ik verdriet voel en boos zijn om niks? Mag ik irrationeel schreeuwen, een dag alleen maar ongezond eten en chagrijnig zijn zonder reden? Mag ik lelijk zijn? Lelijk op Snapchat, Facebook of Instagram. Mag ik gek doen zonder schaamte en druk doen zonder ADHD? Mag ik het leven zinloos vinden zonder depressie?

Mag ik alsjeblieft weer mens zijn?


Vrouwen moeten eerst worden bevrijd van andere vrouwen - Deel 3

Dit is het derde deel van het artikel, Deel 1 en Deel 2 vind je hier.

Het is tijd voor een seksuele revolutie

Volgens velen heeft de seksuele revolutie, die deels hoorde bij de Tweede Feministische golf, bijgedragen aan de gelijke verhouding tussen man en vrouw op het gebied van seks. De anticonceptiepil zorgde ervoor dat seks los kwam te staan van voortplanting en dat seks een individuele beleving werd. Seks en het huwelijk lagen hierdoor al snel in scheiding en seks werd meer en meer sociaal geaccepteerd. Waar in de jaren ‘50 seks nog ‘gemeenschap’ heette en dit alleen bestond in het huwelijk om er kinderen mee te maken, begonnen er eind jaren ‘60 steeds meer te experimenteren met meerdere partners of hadden ze seks voor het plezier.

Als ik het met oudere mensen heb over seks en dat er nog heel wat te verbeteren valt in onze maatschappij op seksueel gebied lijkt het alsof ze het niet goed begrijpen. ‘Kijk waar we vandaan komen! Wat we hebben bereikt,’ hoor ik ze denken. Ik wil op dat moment schreeuwen, stampvoeten en laten zien: ‘Nog niet genoeg! We zijn er nog niet, we zijn pas net begonnen. Het is tijd voor een seksuele revolutie!’.

Maar… een vrouw houdt toch niet van seks?

Betrouwbaarheid, integriteit, geloofwaardigheid of bescheidenheid. Stuk voor stuk containerbegrippen die we sneller koppelen aan vrouwelijkheid dan aan mannelijkheid. En niet onbelangrijk: woorden die absoluut niet passen bij seks.

Seks is niet meer weg te denken uit ons straatbeeld. Op billboards langs de weg staan half naakte vrouwen je verleidelijk aan te kijken met een flesje parfum in hun hand en in elke Nederlandse film komen er flinke vrijpartijen voor. In tijdschriften en op internet wordt er uitgebreid over seks gepraat en niks is te gek. Van squirten tot trio’s en van swingen tot tantra, het kan allemaal in ons kleine kikkerlandje. We doen alsof vrouwen geëvolueerd zijn tot seksuele wezens waarbij alles kan en mag. Maar is dat zo?

John Gray is schrijver van het boek: Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus. Zijn boek is 25 jaar geleden een bestseller geworden en nog steeds verkoopt het boek, zelfs na al die tijd, nog goed. In dit boek schrijft Gray over de man die in niets lijkt op de vrouw en dat we deze verschillen moeten accepteren. Gray geeft bijvoorbeeld in de documentaire: ‘Sletvrees’ aan dat vrouwen niet elke dag seks willen, terwijl een man geschapen is voor dagelijkse seks. Wil een vrouw dit wel, moet ze geloven aan het label seksverslaafd. Ook neemt de sekslust van een werkende vrouw af en vermindert het de erecties van een man.

”Als vrouw zin in seks? Dan ben je volgens John Gray al snel seksverslaafd.”

Het brengt ons terug naar een tijdperk waar vrouwen niet thuis horen. Of juist wel, achter het aanrecht. Maar zo ver hoeven we niet terug in de tijd. We zien zijn woorden vertaald achter het raam bij sekswerkers. Worden hun verlangens vandaag de dag serieus genomen? En vrouwen die het liefst elk weekend met een ander slapen, worden die niet geminacht? Worden zij niet gezien als goedkoop en met een lage eigenwaarde? Want kom op, een beetje vrouw verkoopt haar lichaam niet zo goedkoop, toch?

Goedkoop hoertje

In Amerika plaatste studentenvereniging sorority een fotohokje waarbij feestgangers foto’s konden maken en die direct geüpload werden naar Facebook. Twee studenten doken samen dit hokje in en beseften niet dat hun daad via foto’s direct online te zien was. De jonge vrouw werd het mikpunt van online slut-shaming. Ze was dom, impulsief, een del, sloerie, slons en goedkoop hoertje. De vrouw, wiens verlangen op dat moment dezelfde was geweest als de man, raakte compleet geïsoleerd. Ze werd zonder pardon uit haar huis gezet, uit het cheerleaderteam, uit de studentenvereniging en haar kandidatuur voor een rechtenopleiding werd ongeldig gemaakt. En waar was de jongen? Die bleef ongestraft. Hij verloor niks, hoefde zich nergens te verontschuldigen en werd helemaal buitenspel gelaten op social media en in de kranten. Dat er toch echt twee mensen in dat hokje stonden en toch echt twee mensen seks met elkaar hadden, werd vergeten.

Waarom associëren we vrouwen die veel seks hebben met een laag IQ of weinig zelfrespect? Onderzoekers aan Cornell University ontwikkelden een onderzoek waarbij studenten de persoonlijkheid van een fictief persoon beoordeelden. Uit het onderzoek bleek dat de mannelijke studenten hun geslachtsgenoot met veel bedpartners als machtiger en succesvoller beschouwden. De vrouwelijke studenten vonden vrouwen met meer bedpartners onbewust minder competent, minder emotioneel stabiel en minder dominant dan de vrouw met een normaal aantal bedpartners. Ergens in onze maatschappij zit nog een gigantische veronderstelling dat seks en vrouwen niet de ideale combinatie is. Waarom mogen vrouwen niet net zoveel van seks houden als de man? En een nog belangrijkere vraag: Waarom laten vrouwen elkaar daarin niet vrij?

Om te beginnen…

Niks meer willen horen over feminisme of vrouwenrechten, meisjes in korte rokjes sletten noemen, dames die in een weekend goed los gaan goedkoop noemen, mannelijkheid boven vrouwelijkheid plaatsen door bepaalde taaluitingen, op dit essay neerkijken omdat jij ‘boven’ deze groep vrouwen staat… Het zijn slechts weinig voorbeelden van hoe wij vrouwen onze eigen geslachtsgenoten in de weg zitten. Om te beginnen, moeten vrouwen worden bevrijd van andere vrouwen.

 

Verder lezen? Dit is het derde en laatste deel van het artikel, Deel 1 en Deel 2 vind je hier.

Dit artikel is ook gepubliceerd in Phronèsis Magazine

Dit is het derde deel van het artikel, Deel 1 en Deel 2 vind je hier.

Het is tijd voor een seksuele revolutie

Volgens velen heeft de seksuele revolutie, die deels hoorde bij de Tweede Feministische golf, bijgedragen aan de gelijke verhouding tussen man en vrouw op het gebied van seks.

De anticonceptiepil zorgde ervoor dat seks los kwam te staan van voortplanting en dat seks een individuele beleving werd. Seks en het huwelijk lagen hierdoor al snel in scheiding en seks werd meer en meer sociaal geaccepteerd.

Waar in de jaren ‘50 seks nog ‘gemeenschap’ heette en dit alleen bestond in het huwelijk om er kinderen mee te maken, begonnen er eind jaren ‘60 steeds meer te experimenteren met meerdere partners of hadden ze seks voor het plezier.

Als ik het met oudere mensen heb over seks en dat er nog heel wat te verbeteren valt in onze maatschappij op seksueel gebied lijkt het alsof ze het niet goed begrijpen. ‘Kijk waar we vandaan komen! Wat we hebben bereikt,’ hoor ik ze denken.

Ik wil op dat moment schreeuwen, stampvoeten en laten zien: ‘Nog niet genoeg! We zijn er nog niet, we zijn pas net begonnen. Het is tijd voor een seksuele revolutie!’.

Maar… een vrouw houdt toch niet van seks?

Betrouwbaarheid, integriteit, geloofwaardigheid of bescheidenheid. Stuk voor stuk containerbegrippen die we sneller koppelen aan vrouwelijkheid dan aan mannelijkheid. En niet onbelangrijk: woorden die absoluut niet passen bij seks.

Seks is niet meer weg te denken uit ons straatbeeld. Op billboards langs de weg staan half naakte vrouwen je verleidelijk aan te kijken met een flesje parfum in hun hand en in elke Nederlandse film komen er flinke vrijpartijen voor.

In tijdschriften en op internet wordt er uitgebreid over seks gepraat en niks is te gek. Van squirten tot trio’s en van swingen tot tantra, het kan allemaal in ons kleine kikkerlandje. We doen alsof vrouwen geëvolueerd zijn tot seksuele wezens waarbij alles kan en mag. Maar is dat zo?

John Gray is schrijver van het boek: Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus. Zijn boek is 25 jaar geleden een bestseller geworden en nog steeds verkoopt het boek, zelfs na al die tijd, nog goed. In dit boek schrijft Gray over de man die in niets lijkt op de vrouw en dat we deze verschillen moeten accepteren.

Gray geeft bijvoorbeeld in de documentaire: ‘Sletvrees’ aan dat vrouwen niet elke dag seks willen, terwijl een man geschapen is voor dagelijkse seks. Wil een vrouw dit wel, moet ze geloven aan het label seksverslaafd. Ook neemt de sekslust van een werkende vrouw af en vermindert het de erecties van een man.

”Als vrouw zin in seks? Dan ben je volgens John Gray al snel seksverslaafd.”

Het brengt ons terug naar een tijdperk waar vrouwen niet thuis horen. Of juist wel, achter het aanrecht. Maar zo ver hoeven we niet terug in de tijd.

We zien zijn woorden vertaald achter het raam bij sekswerkers. Worden hun verlangens vandaag de dag serieus genomen? En vrouwen die het liefst elk weekend met een ander slapen, worden die niet geminacht? Worden zij niet gezien als goedkoop en met een lage eigenwaarde? Want kom op, een beetje vrouw verkoopt haar lichaam niet zo goedkoop, toch?

Goedkoop hoertje

In Amerika plaatste studentenvereniging sorority een fotohokje waarbij feestgangers foto’s konden maken en die direct geüpload werden naar Facebook. Twee studenten doken samen dit hokje in en beseften niet dat hun daad via foto’s direct online te zien was. De jonge vrouw werd het mikpunt van online slut-shaming. Ze was dom, impulsief, een del, sloerie, slons en goedkoop hoertje.

De vrouw, wiens verlangen op dat moment dezelfde was geweest als de man, raakte compleet geïsoleerd. Ze werd zonder pardon uit haar huis gezet, uit het cheerleaderteam, uit de studentenvereniging en haar kandidatuur voor een rechtenopleiding werd ongeldig gemaakt.

En waar was de jongen? Die bleef ongestraft. Hij verloor niks, hoefde zich nergens te verontschuldigen en werd helemaal buitenspel gelaten op social media en in de kranten. Dat er toch echt twee mensen in dat hokje stonden en toch echt twee mensen seks met elkaar hadden, werd vergeten.

Waarom associëren we vrouwen die veel seks hebben met een laag IQ of weinig zelfrespect? Onderzoekers aan Cornell University ontwikkelden een onderzoek waarbij studenten de persoonlijkheid van een fictief persoon beoordeelden. Uit het onderzoek bleek dat de mannelijke studenten hun geslachtsgenoot met veel bedpartners als machtiger en succesvoller beschouwden.

De vrouwelijke studenten vonden vrouwen met meer bedpartners onbewust minder competent, minder emotioneel stabiel en minder dominant dan de vrouw met een normaal aantal bedpartners. Ergens in onze maatschappij zit nog een gigantische veronderstelling dat seks en vrouwen niet de ideale combinatie is.

Waarom mogen vrouwen niet net zoveel van seks houden als de man? En een nog belangrijkere vraag: Waarom laten vrouwen elkaar daarin niet vrij?

Om te beginnen…

Niks meer willen horen over feminisme of vrouwenrechten, meisjes in korte rokjes sletten noemen, dames die in een weekend goed los gaan goedkoop noemen, mannelijkheid boven vrouwelijkheid plaatsen door bepaalde taaluitingen, op dit essay neerkijken omdat jij ‘boven’ deze groep vrouwen staat…

Het zijn slechts weinig voorbeelden van hoe wij vrouwen onze eigen geslachtsgenoten in de weg zitten. Om te beginnen, moeten vrouwen worden bevrijd van andere vrouwen.

 

Verder lezen? Dit is het derde en laatste deel van het artikel, Deel 1 en Deel 2 vind je hier.

Dit artikel is ook gepubliceerd in Phronèsis Magazine


Vrouwen moeten eerst worden bevrijd van andere vrouwen - Deel 2

Dit is deel 2 van de serie: Vrouwen moeten eerst worden bevrijd van andere vrouwen. Lees hier Deel 1.

Terug in de tijd

Tijdens de Tweede Feministische Golf kwamen veel vrouwen in opstand en streden voor betaald werk en deelname aan het maatschappelijk leven. Twee bekende bewegingen waren de MVM (Man-Vrouw-Maatschappij) en de Dolle Mina’s die beide streden voor afschaffing van wettelijke discriminatie van vrouwen, legale abortus, kinderopvang en vrouwenarbeid.

Er volgde een periode waarin mishandeling en seksueel geweld tegen vrouwen werd ‘erkend’ en er kwam fundamentele kritiek op de mannelijke overheersing. Radicale groepen zoals Paarse September gingen hier erg ver in. Zo weigerden ze met mannen te praten en vonden ze feministen die niet lesbisch werden geen echte feministen. Er was behoefte aan afzondering van de man en er ontstonden vrouwencafés, vrouwenhuizen, vrouwenwoongroepen, feministische zangkoren en zelfverdedigingcursussen.

Zero Sum Game

Ondanks dat de Tweede Feministische Golf onwijs veel goede dingen heeft voortgebracht voor vrouwen en voor meer gelijkheid heeft gezorgd tussen man en vrouw, lijkt het alsof dit ten koste van het andere geslacht moest gaan. Het lijkt een ‘Zero sum game’: Wat de ene partij wint, verliest de ander.

Deze ‘Zero Sum’ situatie moeten we vermijden door geen mannen af te vallen om vrouwen op te hemelen. Vrouwen hebben in onze samenleving nog steeds een onderdrukte positie maar daar dragen we zelf aan bij.

Echte vrouwen bestaan niet

Seksisme is het vellen van een waardeoordeel op grond van iemands sekse. Zowel mannen als vrouwen doen bewust en onbewust aan seksisme. Tijdens het lezen van het boek: ‘Echte vrouwen bestaan niet’ van Yasmine Schillebeeckx, kwam ik er pas achter hoe vaak ik seksistische opmerkingen maak. Onze taal is doordrenkt van seksisme en zodra we ons daar meer bewust van zijn, kunnen we verandering teweeg brengen.

Schillebeeckx laat zien dat de hoge eisen en idealen die worden gesteld aan mannelijkheid en vrouwelijkheid voor vrijwel iedereen onhaalbaar is. ‘Een echte man is een even grote mythe als de echte vrouw. Het is een onbereikbaar, onrealistisch en vaak zelfs belachelijk ideaal dat we mannen en vrouwen opleggen.’

We worden in de media doodgegooid met de term: een echte vrouw. Een echte vrouw heeft een onverwoestbaar moederinstinct, gaat elke week naar de sportschool en verzorgd haar lichaam tot in de puntjes. Ze is trouw aan haar partner, seksueel ervaren maar ook bescheiden. Ze is zorgzaam, huiselijk, creatief en kijkt graag naar drama of romantische films. Schillebeeckx gaat zo nog even door en opvallend is dat we geen vrouwelijkheid bezitten maar vrouwelijkheid moeten bewijzen. Dit stereotype denken draagt bij aan seksisme in onze maatschappij.

Onze taal

Het zit ook diep verankerd in onze taal. ‘Een vrouw met ballen’ is de duidelijkste en direct ook de lelijkste uitspraak die voorkomt in onze taal. Want waarom moeten we een vrouw die lef heeft, zelfverzekerd is en assertief direct associëren met iets mannelijks? Stoerheid en geen blad voor de mond nemen hebben beide niks te maken met de ballen van een man. Zonder dat we het zelf doorhebben verheffen we hier mannelijkheid boven vrouwelijkheid in simpelweg een uitdrukking.

Wat is wat?

Voor mannen is vrouwelijkheid uitgegroeid tot het ultieme verwijt. Een echte belediging. Alsof iets wat wij met vrouwelijkheid associëren de mannelijkheid kan aantasten. Een opmerking als: ‘Je bent net een wijf’ lijkt erop te wijzen dat ook de man zijn mannelijkheid moet bewijzen. Daar spelen fabrikanten dan weer handig op in. De flessen shampoo en showergel voor de man zijn groot, donker en strak, ze hebben een stoer uiterlijk. Terwijl de flessen voor vrouwen kleurig, chique, zacht en roze zijn. Want stel je voor dat je als man vrouwelijke scheermesjes of vrouwelijke shampoo gebruikt en daarmee je mannelijkheid ondermijnt.

Wat maakt het eigenlijk uit dat mannen hun eigen shampoo willen en vrouwen ook? Schillebeeckx vertelt dat hier geen enkel probleem zit. De onderliggende gedachte is wel problematisch. ‘Het probleem is dat merken door het specifieke gebruik van bepaalde kleuren, slogans en verpakkingen bijdragen aan de strikte definitie van mannelijkheid.’ Mannelijkheid moet vooral niet geassocieerd worden met iets vrouwelijks. Mannelijkheid en vrouwelijkheid worden allebei geassocieerd met bepaald soort karaktereigenschappen. We zetten vrouwelijkheid daarmee recht tegenover mannelijkheid zonder goed te kunnen definiëren wat wat is.

Verder lezen? Hier vind je deel 3:
Vrouwen moeten eerst worden bevrijd van andere vrouwen Deel 3

Dit artikel is ook gepubliceerd in Phronèsis Magazine

Dit is deel 2 van de serie: Vrouwen moeten eerst worden bevrijd van andere vrouwen. Lees hier Deel 1.

Terug in de tijd

Tijdens de Tweede Feministische Golf kwamen veel vrouwen in opstand en streden voor betaald werk en deelname aan het maatschappelijk leven. Twee bekende bewegingen waren de MVM (Man-Vrouw-Maatschappij) en de Dolle Mina’s die beide streden voor afschaffing van wettelijke discriminatie van vrouwen, legale abortus, kinderopvang en vrouwenarbeid.

Er volgde een periode waarin mishandeling en seksueel geweld tegen vrouwen werd ‘erkend’ en er kwam fundamentele kritiek op de mannelijke overheersing. Radicale groepen zoals Paarse September gingen hier erg ver in.

Zo weigerden ze met mannen te praten en vonden ze feministen die niet lesbisch werden geen echte feministen. Er was behoefte aan afzondering van de man en er ontstonden vrouwencafés, vrouwenhuizen, vrouwenwoongroepen, feministische zangkoren en zelfverdedigingcursussen.

Zero Sum Game

Ondanks dat de Tweede Feministische Golf onwijs veel goede dingen heeft voortgebracht voor vrouwen en voor meer gelijkheid heeft gezorgd tussen man en vrouw, lijkt het alsof dit ten koste van het andere geslacht moest gaan. Het lijkt een ‘Zero sum game’: Wat de ene partij wint, verliest de ander.

Deze ‘Zero Sum’ situatie moeten we vermijden door geen mannen af te vallen om vrouwen op te hemelen. Vrouwen hebben in onze samenleving nog steeds een onderdrukte positie maar daar dragen we zelf aan bij.

Echte vrouwen bestaan niet

Seksisme is het vellen van een waardeoordeel op grond van iemands sekse. Zowel mannen als vrouwen doen bewust en onbewust aan seksisme. Tijdens het lezen van het boek: ‘Echte vrouwen bestaan niet’ van Yasmine Schillebeeckx, kwam ik er pas achter hoe vaak ik seksistische opmerkingen maak. Onze taal is doordrenkt van seksisme en zodra we ons daar meer bewust van zijn, kunnen we verandering teweeg brengen.

Schillebeeckx laat zien dat de hoge eisen en idealen die worden gesteld aan mannelijkheid en vrouwelijkheid voor vrijwel iedereen onhaalbaar is. ‘Een echte man is een even grote mythe als de echte vrouw. Het is een onbereikbaar, onrealistisch en vaak zelfs belachelijk ideaal dat we mannen en vrouwen opleggen.’

We worden in de media doodgegooid met de term: een echte vrouw. Een echte vrouw heeft een onverwoestbaar moederinstinct, gaat elke week naar de sportschool en verzorgd haar lichaam tot in de puntjes. Ze is trouw aan haar partner, seksueel ervaren maar ook bescheiden. Ze is zorgzaam, huiselijk, creatief en kijkt graag naar drama of romantische films.

Schillebeeckx gaat zo nog even door en opvallend is dat we geen vrouwelijkheid bezitten maar vrouwelijkheid moeten bewijzen. Dit stereotype denken draagt bij aan seksisme in onze maatschappij.

Onze taal

Het zit ook diep verankerd in onze taal. ‘Een vrouw met ballen’ is de duidelijkste en direct ook de lelijkste uitspraak die voorkomt in onze taal. Want waarom moeten we een vrouw die lef heeft, zelfverzekerd is en assertief direct associëren met iets mannelijks?

Stoerheid en geen blad voor de mond nemen hebben beide niks te maken met de ballen van een man. Zonder dat we het zelf doorhebben verheffen we hier mannelijkheid boven vrouwelijkheid in simpelweg een uitdrukking.

Wat is wat?

Voor mannen is vrouwelijkheid uitgegroeid tot het ultieme verwijt. Een echte belediging. Alsof iets wat wij met vrouwelijkheid associëren de mannelijkheid kan aantasten.

Een opmerking als: ‘Je bent net een wijf’ lijkt erop te wijzen dat ook de man zijn mannelijkheid moet bewijzen. Daar spelen fabrikanten dan weer handig op in. De flessen shampoo en showergel voor de man zijn groot, donker en strak, ze hebben een stoer uiterlijk. Terwijl de flessen voor vrouwen kleurig, chique, zacht en roze zijn. Want stel je voor dat je als man vrouwelijke scheermesjes of vrouwelijke shampoo gebruikt en daarmee je mannelijkheid ondermijnt.

Wat maakt het eigenlijk uit dat mannen hun eigen shampoo willen en vrouwen ook? Schillebeeckx vertelt dat hier geen enkel probleem zit. De onderliggende gedachte is wel problematisch. ‘Het probleem is dat merken door het specifieke gebruik van bepaalde kleuren, slogans en verpakkingen bijdragen aan de strikte definitie van mannelijkheid.’

Mannelijkheid moet vooral niet geassocieerd worden met iets vrouwelijks. Mannelijkheid en vrouwelijkheid worden allebei geassocieerd met bepaald soort karaktereigenschappen. We zetten vrouwelijkheid daarmee recht tegenover mannelijkheid zonder goed te kunnen definiëren wat wat is.

Verder lezen? Hier vind je deel 3:
Vrouwen moeten eerst worden bevrijd van andere vrouwen Deel 3

Dit artikel is ook gepubliceerd in Phronèsis Magazine


Vrouwen moeten eerst worden bevrijd van andere vrouwen - Deel 1

Om te beginnen, moeten vrouwen worden bevrijd van andere vrouwen

De trein rijdt. Ik wil mijn boek pakken als er drie vrouwen naast me komen zitten. In de coupé is het rustig en de vrouwen raken in een verhit gesprek. De vrouw rechts van mij heeft het over #Metoo terwijl ze met haar ogen rolt. ‘Heel goed dat deze vrouwen nu erkenning krijgen maar kom op, hadden ze niet wat assertiever kunnen zijn?’ De vrouw tegenover haar knikt en zegt: ‘Vrouwen moeten eens leren nee zeggen. Dat zou al zoveel ellende schelen. De derde vrouw hoort het even aan terwijl ze uit het raam staart. Als ze begint te praten hoor je de desinteresse samensmelten met het geluid dat ze produceert. ‘Zullen we het ergens anders over hebben? Ik ben zo moe van dat hele #Metoo gedoe, van het hele feministengedoe. Dat hebben we toch allemaal al gehad? Die jaren liggen nu wel achter ons.’

Op dat moment zit ik rechtop in mijn stoel. De trein rijdt stug door terwijl er iemand aan de noodrem had moeten trekken. Dat vrouwen de schuld leggen bij slachtoffers in plaats van bij daders, zoals veel gebeurt bij de #Metoo discussie, is al erg genoeg. Maar deze vrouw, die als laatste aan het woord was, deze vrouw is het probleem. Het probleem van de vooruitgang, van de emancipatie van de vrouw en van het seksisme waar onze maatschappij nog vol mee zit.

We zijn moe

Het feminisme loopt spaak. Het woord zelf heeft een negatieve lading en wordt vaak geassocieerd met mannenhaters, seksueel gefrustreerde kutjes of jonge vrouwen die niks beters met hun leven kunnen doen. Je hoort het gezucht, het gesteun en gekreun van vrouwen als je over feminisme begint, over de onderdrukte positie van de vrouw in deze maatschappij. Je ziet ze met hun ogen rollen en je voelt de minachting omdat zij daarboven staan. Zij zijn deze ‘fase’ voorbij. Het feminisme kennen we nu wel: de vrouw kan studeren, carrière maken, huismoeder worden of juist niet. Ze kan kiezen met wie ze wilt trouwen, waar ze naar toe wilt op vakantie en met wie. Vrouwen hebben het in onze maatschappij helemaal niet slecht, dus wat zeuren we nou?

We zijn moe. Moe van het woord feminisme, het vechten voor de rechten van de vrouw en van vrouwen zelf. Slaap lekker, want ik ben ook moe. Moe van het feit dat meiden terug worden gestuurd naar huis om een shirt aan te trekken met mouwen want anders zal het de mannelijke helft te veel ‘afleiden’. Moe omdat jonge dames tijdens hun seksuele experimentele fase soms een pikante foto maken en doorsturen en zij zelf gezien worden als de dader. Ik ben ook moe. Maar in plaats van cynisch te worden of in slaap te vallen, is onderzoeken ook nog een optie. En in dat onderzoek moeten vrouwen eerst bevrijd worden van andere vrouwen zodat we verder kunnen met een maatschappij waarbij gelijkwaardigheid tussen de twee seksen nog hoger in het vaandel staat dan nu het geval is.

Verder lezen? Hier vind je Deel 2:
Vrouwen moeten eerst worden bevrijd van andere vrouwen

Dit artikel is ook gepubliceerd in Phronèsis Magazine

Om te beginnen, moeten vrouwen worden bevrijd van andere vrouwen

De trein rijdt. Ik wil mijn boek pakken als er drie vrouwen naast me komen zitten. In de coupé is het rustig en de vrouwen raken in een verhit gesprek. De vrouw rechts van mij heeft het over #Metoo terwijl ze met haar ogen rolt. ‘Heel goed dat deze vrouwen nu erkenning krijgen maar kom op, hadden ze niet wat assertiever kunnen zijn?’

De vrouw tegenover haar knikt en zegt: ‘Vrouwen moeten eens leren nee zeggen. Dat zou al zoveel ellende schelen. De derde vrouw hoort het even aan terwijl ze uit het raam staart. Als ze begint te praten hoor je de desinteresse samensmelten met het geluid dat ze produceert.

‘Zullen we het ergens anders over hebben? Ik ben zo moe van dat hele #Metoo gedoe, van het hele feministengedoe. Dat hebben we toch allemaal al gehad? Die jaren liggen nu wel achter ons.’

Op dat moment zit ik rechtop in mijn stoel. De trein rijdt stug door terwijl er iemand aan de noodrem had moeten trekken. Dat vrouwen de schuld leggen bij slachtoffers in plaats van bij daders, zoals veel gebeurt bij de #Metoo discussie, is al erg genoeg.

Maar deze vrouw, die als laatste aan het woord was, deze vrouw is het probleem. Het probleem van de vooruitgang, van de emancipatie van de vrouw en van het seksisme waar onze maatschappij nog vol mee zit.

We zijn moe

Het feminisme loopt spaak. Het woord zelf heeft een negatieve lading en wordt vaak geassocieerd met mannenhaters, seksueel gefrustreerde kutjes of jonge vrouwen die niks beters met hun leven kunnen doen.

Je hoort het gezucht, het gesteun en gekreun van vrouwen als je over feminisme begint, over de onderdrukte positie van de vrouw in deze maatschappij. Je ziet ze met hun ogen rollen en je voelt de minachting omdat zij daarboven staan. Zij zijn deze ‘fase’ voorbij.

Het feminisme kennen we nu wel: de vrouw kan studeren, carrière maken, huismoeder worden of juist niet. Ze kan kiezen met wie ze wilt trouwen, waar ze naar toe wilt op vakantie en met wie. Vrouwen hebben het in onze maatschappij helemaal niet slecht, dus wat zeuren we nou?

We zijn moe. Moe van het woord feminisme, het vechten voor de rechten van de vrouw en van vrouwen zelf. Slaap lekker, want ik ben ook moe. Moe van het feit dat meiden terug worden gestuurd naar huis om een shirt aan te trekken met mouwen want anders zal het de mannelijke helft te veel ‘afleiden’. Moe omdat jonge dames tijdens hun seksuele experimentele fase soms een pikante foto maken en doorsturen en zij zelf gezien worden als de dader. Ik ben ook moe.

Maar in plaats van cynisch te worden of in slaap te vallen, is onderzoeken ook nog een optie. En in dat onderzoek moeten vrouwen eerst bevrijd worden van andere vrouwen zodat we verder kunnen met een maatschappij waarbij gelijkwaardigheid tussen de twee seksen nog hoger in het vaandel staat dan nu het geval is.

Verder lezen? Hier vind je Deel 2:
Vrouwen moeten eerst worden bevrijd van andere vrouwen

Dit artikel is ook gepubliceerd in Phronèsis Magazine